Tim Fransen – Het leven als tragikomedie

Impressie van de bijeenkomst van het Filosofisch Café Haarlem op 3 april 2019

Op deze avond hield de filosoof en cabaretier Tim Fransen voor zo’n 180 aanwezigen een inleiding over zijn essay: Het leven als tragikomedie; Over humor, kwetsbaarheid en solidariteit.
Tim heeft op verzoek van de Stichting ‘Maand van de Filosofie’ dit essay geschreven. Het thema van de Maand van de Filosofie 2019 is: Ik stuntel dus ik ben.
Tim Fransen rondde de studies filosofie en psychologie cum laude af aan de UvA. Sinds 2011 is hij lid van het collectief Comedytrain. Met zijn eerste filosofische cabaretvoorstelling Het failliet van de moderne tijd won hij de Neerlands Hoop, de prijs voor het grootste cabarettalent. Voor zijn tweede solovoorstelling Het kromme hout der mensheid ontving hij de Poelifinario. Dit najaar debuteerde Tim Fransen als schrijver met zijn filosofische boek Brieven aan Koos.

Tim vertelde dat hij drie interesses heeft: filosofie, psychologie en humor. En dat deze drie in zijn boek Het leven als tragikomedie terugkomen. Al tijdens zijn studie is Tim hierover aan het nadenken. Het begon met de vraag van Kant: Wat is de mens? ‘Unieke’ menselijke vermogens zijn: het taalvermogen, het gebruik van gereedschap, de beheersing van vuur, de rationaliteit en het zelfbewustzijn.

Naast unieke vermogens heeft de mens ook vijf (menselijke) tekorten:

1.    Lichamelijk tekort
2.    Psychisch tekort
3.    Epistemisch tekort
4.    Moreel tekort
5.    Existentieel tekort

Hierna bespreekt Tim de vijf menselijk tekorten. Bij het lichamelijk tekort geeft Tim aan dat hij bijvoorbeeld een bolle bovenrug, kalknagels en een chronische verkoudheid heeft. In z’n algemeenheid hebben mensen al bij de geboorte grote individuele afwijkingen. Naast een gebrekkig ontwerp is de mens vatbaar voor ziektes, vatbaar voor ouderdom, kwetsbaar en sterfelijk.

De complexiteit van het menselijk brein beschouwen we doorgaans als zegen, zelfs als teken van onze superioriteit. Maar dit maakt vatbaar voor vormen van leed die voor veel andere dieren niet opgaan. Dit is ons psychisch tekort. Eén op de vijf volwassenen in Nederland heeft last van psychische klachten; bij een kwart van die gevallen (vijf procent van de bevolking) zijn de klachten zelfs ernstig. Uit onderzoek blijkt dat ruim 41 procent van de mensen gedurende zijn of haar leven een keer een psychische aandoening krijgt. Het gaat hierbij vooral om angststoornissen, depressieve stoornissen en alcoholmisbruik. Met een citaat van Oscar Wilde laat Tim zien dat wij ook lijden door de ongrijpbaarheid van het geluk:

‘There are only two tragedies in life. One is not getting what one wants. The other is getting it.’

Ook ons zelfbewustzijn is naast een zege ook een vloek. We zijn ons namelijk hierdoor bewust van onze sterfelijkheid, we moeten een fictief zelf creëren dat consistent en vleiend is en andere mensen moeten dat zelfbeeld erkennen en bevestigen. Rousseau noemt de hunkering naar zelfbevestiging amour propre (eigenliefde). Amour propre brengt het individu ertoe van zichzelf meer ophef te maken dan van elk ander; het zet de mensen aan tot al het kwaad dat zij elkaar aandoen.
Tim maakt de grap dat sommige mensen hun zelf gaan zoeken in India. Dat is gek, vooral als ze daar nog nooit zijn geweest.

Met een citaat van Nietzsche laat Tim zien wat met het epistemisch tekort (kennisleer) wordt bedoeld:

‘Ik doe telkens weer dezelfde ervaring op, en ik verzet me er telkens opnieuw tegen, ik wil het niet geloven hoewel de bewijzen voor het grijpen liggen: het overgrote merendeel van de mensen heeft geen intellectueel geweten; [zij vinden het] allerminst verachtelijk dit of dat te geloven en daarnaar te leven, zonder zich vooraf van de uiteindelijke en steekhoudendste redenen daarvoor bewust te zijn en zonder zich ook maar achteraf om dergelijke redenen te bekommeren.’

Met ons rationeel vermogen om de werkelijkheid te begrijpen dichtte de mens zich een bepaalde superioriteit toe. De aarde staat in het middelpunt van het heelal, de mens aan het hoofd van de schepping en is zich volkomen bewust van wat hij doet. Met Copernicus, Darwin en Freud zijn de afgelopen eeuwen drie grote lessen in nederigheid geleerd.
De hersenen zijn niet ontworpen voor zuivere waarheidsvinding. Wij mensen hebben bijvoorbeeld een hardnekkige voorkeur om onze bestaande oordelen bevestigd (gemotiveerd redeneren) te zien. We zoeken en onthouden vooral informatie die onze denkbeelden ondersteunt. Ook hebben mensen gekleurde perceptie. Het bleek dat op basis van exact dezelfde informatie groepen met verschillende denkbeelden niet dichter bij elkaar kwamen, maar nog verder polariseerden. En zelfs als we al onze intenties, gevoelens en gedachten aan elkaar uitspreken, zouden er nog altijd miscommunicaties bestaan. Taal is immers ambigu.

Met de volgende grap gaf Tim een voorbeeld:

Een wetenschapper rijdt met zijn vrouw door het platteland. Kijk, zegt zijn vrouw, de schapen zijn al geschoren. Ja zegt de wetenschapper, in ieder geval aan onze kant.

Het moreel tekort komt omdat de mens niet optimaal is uitgerust voor het goede:

‘Amour propre brengt het individu ertoe van zichzelf meer ophef te maken dan van elk ander; het zet de mensen aan tot al het kwaad dat zij elkaar aandoen.’ – Rousseau

Deze amour propre zie je ook terug in de liefde voor de eigen club, voor het eigen land.

Zelfbehoud en de instincten van de zeven hoofdzonden (ijdelheid, hebzucht, lust, jaloezie, gulzigheid, wraakzucht en gemakzucht) maken het al moeilijk om het moreel juiste te doen. Maar zelfs als je als goed en rationeel mens het moreel juiste wil doen dan is er de tragische botsing van waarden:

‘Niet alle goede dingen – en alle idealen van de mensheid nog minder – zijn met elkaar verenigbaar.’ – Isaiah Berlin

De optelsom van het lichamelijke, psychische, epistemische en morele tekort resulteert in de onvermijdelijkheid van het lijden. Het existentieel tekort betekent dat er geen rechtvaardiging is voor het lijden. Het leven krijgt de vorm van een tragedie.

Tim concludeert dat het leven een tragedie is en dat ons zelfbewustzijn zorgt dat wij niet met onze natuur samenvallen, maar ons tot onze natuur verhouden. Hiertoe heeft de mens een indrukwekkend vermogen om de tragische werkelijkheid te ontkennen.

‘Het leven zoals dat ons is opgelegd is te moeilijk voor ons, het bezorgt ons te veel verdriet, teleurstellingen en onoplosbare problemen. Wij kunnen het alleen verdragen met verzachtende middelen.’ – Sigmund Freud

Dit is ook het verschil tussen de filosofie en de psychologie. De filosofie is gericht op het zoeken naar de waarheid, naar kennis en de psychologie is gericht op het welzijn, het welbevinden van de mens.
Tim gebruikt de humor om zich tot de tragische werkelijkheid te verhouden. Elke komiek kent een variant van de uitspraak: Comedy = Tragedy + Time.  Niet de tijd zelf, maar de afstand die tijd schept.

‘Life is a tragedy when seen in close-up, but a comedy in long-shot. To truly laugh, you must be able to take your pain and play with it.’ – Charlie Chaplin

Tim geeft een voorbeeld van de comédienne Tig Notaro die binnen 48 uur drie onheilstijdingen heeft gekregen en de avond erna toch in staat was een ruimte te creëren waarin gelachen kon worden. Dit is ontzettend knap, zo dicht op alle ellende, en kan alleen gedaan worden door een zeer bekwame artiest. Door te laten zien dat naast het tragische nog iets anders kan bestaan, houdt het tragische op absoluut te zijn. Het is niet meer het enige perspectief. De tragiek maakt nog steeds deel uit van de werkelijkheid, maar door ons die werkelijkheid met wat meer afstand te laten zien, gunt het komische ons wat ademruimte.

Tim geeft aan dat we een onderscheid moeten maken in humaniserende humor en de-humaniserende humor. Bij humaniserende humor erkennen wij in het gebrek van de ander de klunzigheid in onszelf, of op zijn minst het menselijke ervan. ‘Dat had mij ook kunnen overkomen.’ Bij de-humaniserende humor lachen we uit leedvermaak. We grijpen het falen van de ander aan om ons superieur te voelen. We lachen om andermans schaamte en vernedering. En we lachen alsof het niets met onszelf te maken heeft.

‘Als we geen tekortkomingen zouden hebben, zouden we niet zo veel plezier beleven aan het ontdekken van tekortkomingen bij anderen.’ – François de La Rochefoucauld

Om de menselijke tekorten te verduidelijken liet Tim filmpjes zien van Woody Allen, Herman Finkers, Louis CK, Curb Your Enthusiasm, The Good Place en Monthy Python.
Het was een vrolijke inleiding en een duidelijk voorbeeld hoe je met humor, met humaniserende humor, onze menselijke tekorten zichtbaar en dragelijk kan maken.


Na de pauze startte de dialoog

De 1e spreker heeft gelezen dat Tim dit essay ook heeft geschreven zodat zijn vrienden hem beter zouden begrijpen en vroeg zich af of die vrienden al hebben gebeld?
Tim gaf aan dat dit een grapje was over de empathie, over de wijze waarop dit een heel gebrekkig kompas is voor de mens. Het is makkelijker om empathie te voelen met iemand met wie wij ons kunnen identificeren dan met iets abstract als klimaatverandering.

De volgende spreker wilde weten waarom filosofie zo humorloos is?
Voor deze spreker had Tim de boekentip Nietzsche en De vrolijke wetenschap. Maar in zijn algemeenheid kan humor het menselijk tekort niet oplossen, alleen dragelijk maken.

De volgende vraag was waarom Tim niet kon meevoelen met klimaatverandering?
Tim: ja, dat is te abstract voor mensen om iets bij te voelen. Voor empathie zijn slachtoffers nodig. Uit onderzoek blijkt dat er bij één duidelijk herkenbaar slachtoffer, bijvoorbeeld een meisje, een hoge donatiebereidheid is en dat deze bereidheid afneemt als er een broertje bij komt en zeker bij twee miljoen hongerige mensen in Jemen of waar dan ook.

Als wijze les staat in het boek dat we onszelf nieuwe gewoontes moeten aanleren en zeker gewoontes van de geest. Een cultuur waarin de lach en wijsheid een verbond zijn aangegaan. De vraag op zijn Kantiaans is: Wat moet ik morgen gaan doen?
Tim geeft aan dat het belangrijkste is om jezelf niet al te serieus te nemen. Kijk bijvoorbeeld comedy als meditatie of mediteer net als de Tibetanen op een schedel.

Hoe ziet Tim humor in relatie tot zelfevaluatie?
Tim moet eerst even zelf evalueren. Hij ziet twee invalshoeken, een verkeerd zelfbeeld dat moet worden aangepast of beschermd en het vaak matige vermogen van mensen om tegen kritiek te kunnen.

Over gevoel voor smaak en humor valt niet te twisten. Hoe als mensen geen humor zien?
Tim: ja, dat is niet primair een probleem waar ik mij mee bezig houd. Als mensen niet lachen bij mijn voorstelling dan trek ik me op aan de geweldige voorstelling die ik in Haarlem heb gegeven!

Tim jij begon jouw inleiding met het delen van jouw lichamelijk tekortkomingen. Is dat nu ook een advies aan de zaal om morgen alle lichamelijke tekortkomingen te gaan delen?
Tim: wat een goed idee, laten we nu al in tweetallen beginnen! Maar serieus, met de social media is het tegenwoordig mooi weer spelen en voor het delen van kwetsbaarheden is vertrouwen nodig. Advies: begin met kleine kwetsbaarheden.

In een geluidsfragment uit ‘Funny to Death’ wordt gesteld dat mensen die een depressie hebben de dingen zien zoals ze zijn. Is het mogelijk om depressie met humor te bestrijden?
Tim: lastig, humor is geen zaligmakend medicijn. Humor is meer een trouwe bondgenoot om de werkelijkheid onder ogen te komen, om je te verhouden tot of te verzoenen met deze werkelijkheid. Socrates zei al: filosofie is leren sterven, leren om te gaan met alle onaangenaamheden in het leven.

De laatste vragensteller heeft uit de boeken ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’ en ‘De helaasheid der dingen’ het idee overgehouden dat het niet lukt met ons leven, met of zonder humor.
Tim geeft aan dat hij met de humor een poging doet om om te gaan met onze eindigheid, de erkenning hiervan en hoopt dat dit een voedingsbodem wordt voor mededogen en voor solidariteit.

Het was een mooie avond waarin Tim duidelijk maakte dat we de tragiek van ons leven met humor en kwetsbaarheid tegemoet moeten treden.

Na afloop werd er afscheid genomen van Marianne Waling-Huijsen, Irene van Bentem en Arianne Leguijt. Zij verlaten de voorbereidingsgroep na 13 jaar en het organiseren van zo’n 100 bijeenkomsten. Miriam van Praagh, voorzitter van de Remonstrantse gemeente, sprak een dankwoord uit en overhandigde bloemen en Gerrit van Elburg benoemde namens de voorbereidingsgroep de vertrekkende leden tot Ereleden.

Gerrit van Elburg