Marjoleine de Vos – Doe je best

Impressie van de bijeenkomst van het Filosofisch Café Haarlem op 17 april 2019

Op deze avond hield de essayiste Marjoleine de Vos voor zo’n 90 aanwezigen een inleiding in het kader van het thema van de Maand van de Filosofie 2019: Ik stuntel dus ik ben. Hiervoor putte zij uit verhalen uit haar essaybundel: Doe je best; Lof van het ongrijpbare leven.

Marjoleine de Vos (1957) is redacteur kunst bij NRC Handelsblad. Ze schrijft over kunst, literatuur en koken, en heeft een tweewekelijkse column op de opiniepagina. Een selectie uit deze columns werd gebundeld in Nu en altijd: bespiegelingen (2000). In 2000 verscheen haar eerste poëziebundel Zeehond graag, in 2003 gevolgd door Kat van sneeuw. Beide bundels werden zeer goed ontvangen. Zeehond graag werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs in 2002. In 2008 verscheen de eveneens goed besproken bundel Het Waait.

Met een mooie serene stem vertelde Marjoleine over verschrikkelijke morele dilemma’s. Zoals het verhaal van Corinne Rey, de vrouw die de terroristen binnenliet op de redactie van Charlie Hebdo. Hoe moet zij zich voelen? Had ze de code in moeten toetsen en zich met haar dochtertje laten doodschieten om veel mensen te redden en zo een heldin te worden voor het nageslacht? Het is haar niet te verwijten, maar zoals het is met verwijten, ze komen toch wel. Ook alle mensen die later met de spandoeken liepen met ‘not afraid’, die zouden in die situatie echt wel bang zijn.

Marjoleine vraagt zich af hoe zij hier de tekst van de Bergrede van Jezus op kan toepassen: ‘Hebt uw vijanden lief’. Zij schrikt telkens van deze tekst, vanwege het morele appèl om volmaakt te zijn. Niemand is volmaakt en zij wil de bezoekers haar gedachten besparen over de bestraffing van de daders. Toch klinkt deze opdracht uit de Bergrede beter dan: hak uw vijanden de kop af, gooi ze een smerige cel in en laat ze rotten, sla ze met een stok tot ze gillen.

Een ander moreel dilemma is dat van de twee mensen die door de woestijn trekken en waarvan er één water heeft en de ander niet. Als het water wordt gedeeld dan sterven beiden. Wat te doen? Marjoleine geeft aan dat dit een theoretisch dilemma is, waarbij de woestijn staat voor elke moeilijke omstandigheid. Het echte leven is veel rommeliger, veelkantiger en veelvormiger dan je met enige leefregel kunt voorzien. Het gaat dan om problemen als: het gaat niet goed met moeder, nemen we haar in huis of zoeken we een verpleegtehuis voor haar, alhoewel ze dat verschrikkelijk vindt? Wees volmaakt. Een fijne opdracht.
Marjoleine leest het volgende gedicht van Ida Gerhardt voor.

De reiskameraad
Op een onaards uur vertrokken,
wars van alles, zonder reisplan,
elke overlegging mijdend
en mij weidend in mijn vrijheid
bij het dansen van de draden,
weet ik feestelijk in mijn jaszak
het kompas, dat onder Arkel
ik als kind eens op een morgen
heb gevonden in de wegberm.

Dat mijn trots was, dat het nog is,
dat ik Boreas gedoopt heb.
Waaraan nooit iets gemankeerd heeft.
Of ik zuidwaarts ga of zigzag,
onomkoopbaar, onverbiddelijk
richt zich de magneetnaald noordwaarts.
Eindelijk reizen wij weer samen,
twee die bij elkander horen,
twee die aan elkaar gewaagd zijn.

Marjoleine vindt dit een mooie beeldspraak: ook als de wandelaar zigzagt blijft het kompas de richting aangeven. Wandelen is zigzaggen en het kompas helpt om niet de richting te verliezen. Het kompas in de betekenis van moreel besef, godsgeloof of een waarheidsidee dat zegt: daarheen, daar is de waarheid, het juiste en het goede.

Marjoleine zegt dat wij in ons leven, met rommelige, onoverzichtelijke, langdurige problemen die ons doen zigzaggen, allemaal behoefte hebben aan zo’n kompas, een geïnternaliseerde moraal. Zeker in situaties, zoals verslavingen, waarin iemand helpen er juist uit kan bestaan om iemand niet te helpen.

In de documentaire To see if I’m smiling, over Israëlische meisjes die dienst hadden gedaan in de bezette gebieden, zag Marjoleine hoe nette, goedopgeleide meisjes dingen gezien en gedaan hebben waartoe zij zichzelf niet in staat achtten. Dat was niet moeilijk. Het was daar zo anders. De stap naar immoraliteit was klein. Marjoleine zag hoe groot de kracht van groepsdruk is en is blij dat zij niet, zoals deze meisjes, deze daders, nog vijftig jaar verder moet leven met de zelfkennis van de gruwelijke zaken waartoe zij in staat waren. Een zelfkennis die ons bespaard is gebleven.

Soms kan je het gewoon niet goed doen, zoals in de Griekse tragedies waarin Orestes zijn vader wreekt door zijn moeder te doden of Oedipus die onwetend zijn vader doodt en zijn moeder trouwt. Ook moet je hopen nooit in sommige situaties verzeild te raken: kind op een fietsje voor de auto. Lette je wel voldoende op? Reed je net iets te hard? Je deed niets fout maar het was toch jouw auto met jou achter het stuur.

Die hele Bergrede met zijn hooggestemde idealen kan je geweldig bedrukken. Hoeveel wangen heeft een mens? Wie de lat zo hoog legt zal altijd tekortschieten. Laat die goddelijke maat maar waar die hoort en wees niet te benauwd voor de menselijke maat: ‘Modder maar gewoon door’ geeft Marjoleine aan.
Zij leest het volgende gedicht van Czeslav Milosz voor:

Over engelen
Alles werd jullie afgenomen: witte jurken,
vleugels, zelfs bestaan.
Toch geloof ik jullie,
boodschappers.

Daar, waar de wereld binnenstebuiten is gekeerd,
een zware stof, geborduurd met sterren en beesten,
lopen jullie en inspecteren de betrouwbare naden.

Kort is jullie verblijf hier:
af en toe in de vroege ochtend, als de hemel helder is,
in een melodie herhaald door een vogel
of in de geur van appels tegen de avond
als het licht de boomgaarden betovert.

Men zegt dat iemand jullie verzonnen heeft
maar ik vind dat niet overtuigend
want mensen hebben zichzelf ook verzonnen.

De stem – ongetwijfeld is die een geldig bewijs,
omdat hij alleen van wezens kan zijn die stralen
gewichtloos en gevleugeld (waarom ook niet?),
omgord met de bliksem.

Ik heb die stem vaak gehoord terwijl ik sliep
en, wat wonderlijk is, ik verstond min of meer
een opdracht of een oproep in een buitenaardse taal:

de dag breekt aan
weer een
doe wat je kunt.

Marjoleine geeft aan dat wij reiken naar het ideaal, naar het volmaakte, maar we worden natuurlijk niet volmaakt. We leven. En we doen wat we kunnen.

De zaal heeft ademloos geluisterd en geeft Marjoleine een daverend applaus.


Na de pauze startte de dialoog

Vanuit de zaal geven verschillende bezoekers reacties en stellen vragen.

Een spreker vindt het idee van het kompas mooi en merkt op dat je dan nog steeds in een magnetisch veld zit. Zij vraagt zich af of de bijbel voor Marjoleine als leidraad dient?
Marjoleine geeft aan dat zij de Bergrede als uitgangspunt van deze inleiding heeft genomen, omdat dit verhaal bekend en breed maatschappelijk geaccepteerd is. Zij vindt dat de ethische eisen van de Bergrede te groot zijn. Het gebruik van de Bergrede heeft voor haar niet zozeer met het geloof te maken, maar zij gebruikt het om haar eigen morele kompas richting te geven. Voor anderen: richt je op wat je zelf goed vindt.

Een spreker geeft aan dat de koppeling van de moraal aan een christelijke visie belangrijk is, maar niet moet worden verabsoluteerd. Het is nu Pasen en als je jezelf iets te verwijten hebt dan kan je de paassymboliek gebruiken om opnieuw op te staan en opnieuw te beginnen.
Marjoleine zucht en zegt ja, theoretisch klinkt dit goed, maar het probleem is dat je niet zo makkelijk van je (zelf)verwijt af bent. Dat je jezelf tegenvalt blijft aan je hangen.

Goed en kwaad zitten in onszelf. Wat kan voor ons een troost zijn?
Marjoleine: ik weet niet of daar een troost voor is. Troost is wellicht geen goed woord. Paden en kompas bieden meer houvast. Zoals Jan Warndorff, de filosoof die hier in februari een inleiding heeft gehouden over zijn boek Geen Idee zegt: Probeer van zoveel mogelijk zoveel mogelijk te houden.

Een spreker vindt dat we meer kunnen doen dan wat we feitelijk doen.
Marjoleine zegt dat dit betekent dat de spreker vindt dat hij tekortschiet.
Het blijft even stil, zo had deze spreker er nog niet over nagedacht.

Het kompasbeeld spreekt mij erg aan, wij zijn niet perfect en hier hoeven we ook niet naar te streven. We moeten ons realiseren dat we ook kunnen falen.
Marjoleine: ja, een mooi beeld van Ida Gerhardt; zij weet dat het kompas in haar zak zit.

Een andere bezoeker vraagt: kan het vertrouwen dat het ooit goed komt als troost dienen?
Marjoleine zegt dat ze bij deze vraag aan de Griekse Cassandra moet denken. Zij kreeg de gave van Apollo om de toekomst te kunnen voorspellen. Echter Apollo sprak ook de vloek uit dat niemand haar zou geloven. Hoop en liefde geven troost.

Bij het beeld van de Israëlische meisjes moest ik denken aan de banaliteit van het kwaad van Hannah Arendt. Arendt laat ook zien dat het kwaad ons allemaal kan overkomen en zegt dat we dan een ‘stop en denk’ moment hebben gemist. Hoe kunnen we een knop ontwikkelen voor ‘stop en denk’?
Marjoleine: ja, lastig, je weet het nooit van tevoren. Pas als het zover is.

Twee weken terug was Tim Fransen hier in het Filosofisch Café en Tim pleitte voor humor als oplossing voor de tragiek in het leven.
Marjoleine: ja, ik ben ook voor humor om de tragiek te relativeren.

Hoe komen mensen tot hun daden? Die vraag is belangrijker dan vergeving.
Marjoleine: de daad loskoppelen van de dader is de basis van ons rechtssysteem. Wat zijn de omstandigheden waarin iemand tot een daad komt?

Kan je als dichter woorden vinden voor liefde en verzoening?
Marjoleine: dat wordt voortdurend geprobeerd. Het geeft rust als er iets mooi wordt gezegd.

In november vorig jaar was in het Filosofisch Café een bijeenkomst over Ubuntu. Deze Afrikaanse filosofie liet heel mooi zien hoe je kan vergeven.
Marjoleine: ik vind de waarheids- en verzoeningsprogramma’s heel aantrekkelijk, zij het dat het niet allemaal goed heeft uitgewerkt.

Een mevrouw die in een Jappenkamp heeft gezeten deelt haar ervaring over vergeven. Zij had ook moeite met vergeven maar toen zij met een aantal lotgenoten naar Japan ging en daar de kinderen van de ‘daders’ het Wilhelmus hoorde zingen, werd zij ontroerd en kon zij vergeven. Haar advies is: denk meer aan de kinderen van de daders.

Een spreker geeft aan dat zij erg verdrietig is geworden van deze avond. De opsomming van ellende, wel zes keer Charlie Hebdo en twee of drie keer die Israëlische meisjes. Het is voor haar te veel.
Marjoleine: ja, maar de ellende is wel waar ik het over wilde hebben. Hier moeten wij ons toe verhouden.

Is deze lezing ook een oproep om onze dagelijks tobberigheid met elkaar te delen en hierbij elkaar te steunen?
Marjoleine: het delen van tobberigheid en morele dilemma’s is prima, maar pas op om elkaar niet teveel de maat te nemen.

De laatste spreker geeft aan dat zij meeneemt dat een moreel kompas zeer persoonlijk is en gevoed wordt door ervaringen.
Marjoleine: de ontwikkeling van je morele kompas is een grote opdracht, zo makkelijk is dat niet!

We kunnen terugkijken op een mooie, inspirerende avond waar we met verhalen uit de bijbel en de Griekse mythologie een beter begrip van ons moreel kompas hebben gekregen.

Gerrit van Elburg