Jan Warndorff – Geen idee

Impressie van de bijeenkomst van het Filosofisch Café Haarlem op 27 februari 2019

Op deze avond daagde Jan Warndorff de 95 aanwezigen uit om zijn gedachtegang te volgen over: Geen idee – Filosofie van het boerenverstand.

Jan Warndorff (1965) is als kind van tropenartsen geboren en getogen in Afrika (Ghana, Ethiopië en Malawi) en heeft daarnaast ook gewoond in de Verenigde Staten, Engeland en Brazilië. In 1985 kwam hij naar Nederland.

Jan begon zijn inleiding met een foto van José Ortega y Gasset(1883 – 1955), een Spaanse filosoof die hem heeft geholpen in zijn zoektocht naar ‘het leven zelf’. Jan studeerde in 1996 af aan de Universiteit voor Humanistiek met een scriptie over Ortega. Na zijn jeugd in de overweldigende natuur van Afrika kwam Jan voor zijn studie terecht in een voor hem vreemde Westerse wereld. Als 19-jarige jongvolwassene moest Jan gaan bedenken wat hij met zijn leven zou gaan doen. Het antwoord dat hij kreeg: “Je moet een plaatsje zoeken in deze maatschappij” bevreemdde en verwonderde hem zo dat hij actief een zoektocht is gestart naar wat het leven zelf is.
Maar misschien lag de start van de zoektocht al in zijn jeugd in Afrika waar Jan dagelijks werd geconfronteerd met de oneerlijkheid van het lot en de onverklaarbaarheid daarvan.
“Hoe kon het nou dat mij dit toch enorm geprivilegieerd leven was geschonken, en niet het leven van die kinderen in de sloppenwijk?”
Jan gaf aan dat zijn verwondering heeft gezorgd dat hij nu al meer dan 30 jaar bezig is met de volgende twee vragen:

1.     Wat is het leven zelf?
2.     Wat is een goed leven?

Uiteindelijk is Jan bij de tweede vraag gekomen tot het volgende antwoord:

Een goed leven is een leven van liefhebberij, in de ruimste zin van het woord.
Zie van zoveel mogelijk, zoveel mogelijk te houden.

Het antwoord op de eerste vraag is lastiger. Hier zijn de filosofen al 2500 jaar mee bezig. In de encyclopedie staat: Leven is niet dood zijn. Hier kom je ook niet veel mee verder. Jan was blij met het antwoord van Ortega: “Zoekt u het niet te ver, probeert u zich geen aangeleerde wijsheden voor de geest te halen. Het leven is wat we zijn en wat we doen; het is dus van alle dingen dat wat ieder mens voor zich het meest nabij is.”
Voor Jan had deze zienswijze een groot en heilzaam effect: “Voor mij waren precies dit de passages waardoor het tot mij doordrong dat ik werkelijk genoegen kan en mag nemen met wat ik zelf heel concreet als het leven zelf beleef. Dat ik echt kan en mag zeggen: dit wat hier gebeurt, is echt werkelijkheid, en is oneindig kostbaar; voor mij en ieder mens ter wereld. Dit is waar het om gaat.” Jan vertelde dat het was alsof er plotseling een gewicht van zijn schouders gleed. Het gewicht van het altijd op zoek zijn naar het leven zelf, altijd op weg zijn naar de waarheid. Dat hoefde niet meer, Jan kwam thuis. Met zijn boek Geen idee wil hij ook anderen overtuigen dat het niet nodig is om het leven te begrijpen; het leven moet je leven!

Bij het schrijven van het boek moest Jan twee grote belemmeringen wegnemen:

1.    Afstand nemen van het dominante dualistische denken
2.    Laten voelen dat de revolutionaire simpelheid van deze filosofie geldig is

Met het dualistische denken bedoelt Jan dat de dominante manier van denken in de Westerse filosofie sinds “De grot van Plato” eruit bestaat dat mensen iets waarnemen en dan gaan zoeken, begrip willen hebben van het ‘wezen’ van die waarneming, van de waarheid. Dit is lineair denken waarbij er altijd een afstand moet worden overbrugd. Met de volgende oefening maakt hij duidelijk dat in de dualistische manier van denken er geen plaats is ‘voor het leven zelf’. Ook liet deze oefening de revolutionaire simpelheid van zijn filosofie voelen.

U zit hier op een stoel, u ademt de wereld in en uit, en ik uit deze klanken, en u hoort deze woorden. Dit is geen onveranderlijk ding in de wereld, waar wij ons toe kunnen wenden om vast te stellen wat het is. Dit is als een voortdurend veranderlijke, dynamische stroom waarin wij en de wereld ook voortdurend interacteren. Hier kan je niet de vinger op leggen; en als ik u zou vragen, laat mij het leven zien – wat zou u mij dan tonen? Het leven heeft geen vorm, geen omtrek, geen substantie; het is wat ons in staat stelt om dingen te zien en te betasten, maar het is zelf onzichtbaar en ontastbaar.

Jan gaf aan dat het leven een voortdurend veranderlijke, dynamische stroom is; het heeft geen vorm, geen omtrek, geen substantie; het is onzichtbaar en ontastbaar; het bestaat niet, maar gebeurt. Het leven is niet iets om te leren kennen maar om te erkennen. Dus weg met de ‘homo sapiens’ en welkom de ‘homo amore’. Om goed te leven moet je van het leven houden: ‘zie van zoveel mogelijk, zoveel mogelijk te houden’. Betreedt de wereld en de mensen niet onverschillig maar met aandacht en liefde. Liefhebben is hierbij het cultiveren van betekenis. Deze filosofie is dan ook een levenscultuur en geen levenskunst. Een voorbeeld:

Antoine de Saint-Exupéry (1900 – 1944) in De Kleine Prins: “Alle tijd die je aan je roos besteed hebt, maakt je roos juist zo belangrijk.”

Ook de visie van de Jezuïet en paleontoloog Teilhard de Chardin (1881 – 1955) heeft Jan geïnspireerd:

Wij zijn zelf de aarde, wees je daarom bewust van jezelf en dus van de aarde.

Hierna liet Jan beelden zien van de bio-industrie en van vervuiling en sloot zijn inleiding, die hij mooi ritmisch en resonerend heeft voorgedragen, af met een oproep tot protest, weerstand en misschien zelfs opstand.

De aanmoediging tot levenscultuur is een aanmoediging om het leven op aarde weer terug te nemen, en het te omarmen als een doel en waarde op zich – als oneindig kostbaar, en oneindig wonderbaarlijk, en oneindig mysterieus. En als absoluut concreet: Wat hier en nu gebeurt.


Na de pauze startte de dialoog

De eerste spreker vroeg een toelichting op de uitspraak: Ik leef niet in de maatschappij, maar de maatschappij leeft in mij.
Jan gaf aan dat toen hem verteld werd dat hij een plekje moest gaan zoeken in de maatschappij, hij dit vreemd vond en tot de conclusie kwam dat hij de maatschappij een plek moest geven.

Had u geen verlangen terug naar Afrika?
Jan gaf aan dat hij Afrika nog steeds koestert, maar dat je in je leven ook gehoor moet geven aan je roeping. Die lag bij hem bij studeren en vakbekwaam worden. Een doel dat hij in Nederland kon realiseren.

Onverschillige maatschappij, pleiten voor een ander houding, ziet u een taak?
Ja, zelf ben ik bijvoorbeeld eenvoudiger gaan leven en ik weet dat dat niet makkelijk is. Je moet bij jezelf beginnen en met mijn boek hoop ik ook anderen te inspireren tot een andere levenswijze.

U zei het leven bestaat niet, maar gebeurt. Maar wat er gebeurt bestaat toch?
Jan gaf aan dat hij begrijpt dat dit lijkt op een kunstmatige tegenstelling. Hij wil hiermee uitdrukken dat het leven geen statische stoel is die je kan vastpakken, maar een dynamisch gebeuren.

U gaf aan dat de Homo sapiens moet worden vervangen door de Homo amore. Maar er is toch altijd interactie nodig?
Jan gaf aan dat het contrast minder scherp is maar dat de dominantie van Homo sapiens moet afnemen ten gunste van de Homo amore.

Een spreker gaf aan dat zij de zin, “Een goed leven is een leven van liefhebberij”, erg mooi vond en vroeg zich soms af of Jan zich heeft laten inspireren door Epicurus.
Jan gaf aan dat er in het nastreven van genot en het genieten met mate, zeker overeenkomsten zijn. Maar dat hij is gestart om te zoeken naar wat het leven is en wat een goed leven is. Epicurus is gestart naar het zoeken van persoonlijke geluk.

U pleit voor een mindful society. Ik voel me als Calimero, wat kan ik doen? Is er een zachte beweging die kan overwinnen?
Jan zucht en geeft aan dat hij lang gehoopt heeft van wel, maar dat hij het nu niet meer zo zeker weet.

Een volgende spreker gaf aan dat zij het een indrukwekkend verhaal vond en vroeg zich af wanneer het voor Jan gaat knellen.
Jan zuchtte weer. Ja, als de hele wereld tegenzit, als je geen hoop meer hebt, als je geen weg meer ziet, als je zelf je afval scheidt en denkt dat dit toch geen invloed heeft.

Een spreker gaf aan dat zij twee maanden terug in het Filosofisch Café een inleiding over Ubuntu heeft gehoord en dat zij in de ‘aandacht voor de ander’ overeenkomsten ziet met de filosofie van Jan. Met name waar hij aangeeft om de wereld en de mensen niet onverschillig, maar met aandacht en liefde te betreden.

Een spreker had de Opstand der Horde van Ortega gelezen. In dit boekt voorspelt Ortega een opstand van de massamens. De spreker vroeg zich af waarom Jan dit boek niet heeft behandeld.
Jan gaf aan dat hij als Ortega-kenner dit ook een indrukwekkend en nog steeds actueel boek vindt, maar een andere keuze heeft gemaakt bij deze inleiding.

Een spreker schetste de moeilijke situatie van een familie die in de knel kwam in de huidige, individuele maatschappij. Met name bij zorg die heel concreet in het leven van mensen ingrijpt, willen mensen ook persoonlijke oplossingen en geen bureaucratie.
Jan gaf aan dat ons eigen dagelijks leven dat is wat het belangrijkste is. Niet de bureaucratische structuren waarin veel van de zorg is geregeld.

We kunnen terugkijken op een avond waarin Jan Warndorff de aanwezigen heeft weten te boeien met zijn levenskunst-benadering, pardon Jan, levenscultuur-benadering.

Gerrit van Elburg