Stine Jensen – Faalmoed

Impressie van de bijeenkomst van het Filosofisch Café Haarlem op 22 maart 2023

Op deze avond hield Stine Jensen voor 185 aanwezigen een inleiding over haar boek Faalmoed, en andere filosofische overdenkingen.

Stine Jensen (1972) is filosoof, schrijver en programmamaker bij omroep HUMAN. Ze werd in Denemarken geboren als de helft van een eeneiïge tweeling. Het gezin Jensen emigreerde op jonge leeftijd naar Nederland. Ze studeerde literatuurwetenschap (cum laude) en filosofie in Groningen, waarna ze verder ging aan de Universiteit van Maastricht en promoveerde op Waarom vrouwen van apen houden. Stine maakt ook televisieprogramma’s: Dus ik ben (HUMAN) gebaseerd op de gelijknamige bestseller. www.stinejensen.nl

De bijeenkomst begon met de bekentenis van Hanno de Groot, de moderator van de avond, dat hij heeft gefaald: hij kreeg het geluid van de presentatie niet werkend. Stine vond dit zeer passend voor de avond en begon haar inleiding met de vraag die zij vaak krijgt.

Zeg wat doet een filosoof eigenlijk? Nou een filosoof komt nooit met een oplossing. Meestal maakt de filosoof de crisis erger maar brengt de verwarring wel op een hoger niveau. De filosoof maakt de achterliggende oorzaken van problemen helderder en concreter. Daarnaast stelt een filosoof, net als een kind, vragen over het leven.

Daarna een vraag aan de zaal. Over welke persoon / kwestie / affaire verwacht u ABSOLUUT iets te horen? De antwoorden liepen uiteen van: coalitie / het Franse pensioenstelsel / angst / sociale grondrechten / de diverse crises en Wat is falen? Dit laatste was een mooi bruggetje om de lezing te starten met een filmpje waarin Stine haar grootste angsten en faalmomenten uitsprak. Er als eerste uitvliegen bij Wie is de mol?, negatieve kritieken, afwijzingen van haar boek bij uitgevers en bij Pauw en Witteman zo gestruikeld over het woord masculiniteit dat het nog maanden werd getoond in de grappigste momenten van ‘De TV draait door’ bij DWDD.

Daarna kreeg Stine een uitnodiging van de VPRO om een Faal-CV op te stellen. De VPRO wilde hiermee jongeren een hart onder de riem steken. En zo stelde Stine haar CV der mislukkingen op. In de inleiding legt ze uit dat falen vaak wordt gezien als instrumenteel op de route naar succes. Klopt, want falen is ook in de wetenschap nodig om tot goede theorieën te komen. Maar omgaan met echt falen zonder succes, met alle schaamte en vernedering die daarbij horen, leren we niet. Er is steeds meer prestatiedruk en we ervaren falen omdat we niet aan de doelen voldoen die we onszelf en de maatschappij ons opleggen. Je moet eigenlijk niet in termen als falen en succes denken. Je hoeft niet overal een oordeel over te hebben of altijd overal een sticker op te plakken.

Ook de ‘Golden Boy’ Chris Zegers heeft voor de VPRO zo’n Faal-CV opgesteld. En Stine bemerkt dat ze het leuk vond om die te lezen, een soort voyeurisme, en bij zich zelf dacht; ‘nou bij mij is het nog zo erg niet’. Het gekke van schaamte bij de mens is dat bij tien aardige commentaren en één negatieve, die negatieve blijft hangen.

Deze Faal-CV is bekend geworden door de wetenschapper Johannes Haushofer die zo teleurgesteld raakte in de talloze afwijzingen dat hij zijn Faal-CV heeft gepubliceerd en hiermee meer aandacht, erkenning en bijval kreeg, dan met zijn academisch werk. Zijn bedoeling was om aan te tonen dat het systeem van de toekenning van beurzen in de wetenschappelijke wereld niet werkt. De NWO keert bijvoorbeeld jaarlijks 10 beurzen uit en bij 750 inschrijvingen krijg je dus 740 afwijzingen, waaronder velen die beoordeeld worden met een 10+.

Johannes Haushofer legt zo de oorzaak van zijn falen buiten zichzelf. Als je de oorzaak van het (systeem) falen niet buiten jezelf legt, zoals veel medewerkers die in de zorg werken in Nederland doen, dan leidt dit falen sneller tot burn-out klachten.

Stine laat haar Succes-CV zien, de normale manier waarop iemand zich presenteert, met alle boeken die ze heeft geschreven, TV-programma’s die ze heeft gemaakt en met haar deelname aan Wie is de Mol?. Stine vertelde dat zij door haar onhandigheid minder geld in de pot heeft ingebracht dan de echte Mol en dat iedereen haar daarom verdacht om de Mol te zijn. Dit bracht haar tot de vraag: Kan je expres, kan je strategisch falen?

Dat falen lijkt tegenwoordig wel een hype met Faal-Festivals, Fuck-up-Nights, podcasts en boeken met titels als De moed van imperfectie en De edele kunst van ‘Not Giving a Fuck’. Zelfs de stichting van De maand van de filosofie had een aantal jaren geleden het thema ’Ik stuntel dus ik ben’ bedacht. Stine vond het niet grappig dat ze al na 5 minuten de eerste mail kreeg met het verzoek om hierop te reageren. Ze vertelde dat het ook niet zo gek was omdat het falen ook wel de kern van haar werk is.

Dan even een filmpje met bekende faalmomenten bij Eva Jinek: Hilbert van der Duim die een rondje te vroeg stopte met schaatsen, Joan Franka die vals zong op het songfestival, René Diekstra die per ongeluk 140 pagina’s had geplagieerd en hoe de stekker eruit werd getrokken door en bij Jolanda Sap van de SP.

Falen krijgt veel aandacht want:

  • het is entertainment;
  • prestatie-samenleving. Keerzijde en kosten samenleving daarvan steeds duidelijker: druk, burn-out, depressie;
  • afbrokkelen oude machtsstructuren en toename van de macht bij andere groepen om wangedrag aan de kaak te stellen (cancelcultuur, #metoo): baat bij aantonen falen van anderen;
  • seculiere samenleving: maakbaarheid (fouten eigen schuld), geen externe hogere macht die je verantwoordelijk kan maken of die jou kan vergeven.

In het woordenboek staan wel 23 synoniemen voor het falen. Soms kan je hiermee ook het falen buiten jezelf leggen; de taart is mislukt.

De drie belangrijkste kenmerken van het falen zijn:

  1. Het wordt waargenomen door de ogen van de ander (geïnternaliseerde kritische blik); heb ik vandaag mijn 10.000 stappen wel gedaan?
  2. Het legt de norm bloot (deze norm kan verschillen per domein).
  3. Het geeft een negatieve ervaring. Faalangst: ‘a fear of a negative evaluation’.

Falen in de wetenschap is al behandeld met de Faal-CV van Johannes Haushofer. Voor het politieke domein gelden de normen: ethisch handelen (privé en publiek), betrouwbaar en transparant (eerlijk, deugen). Camiel Eurlings voldeed hier niet aan door het vermeende handgemeen met zijn partner en Halbe Zijlstra viel door de mand door het verzonnen verhaal over de datsja van Poetin. Tijdens de coronaperiode vielen een aantal politici door de mand door zich niet te houden aan normen die zij voor de maatschappij hadden gesteld. Met het handen schudden van Rutte, het huwelijksfeest van Grapperhaus en het samen sporten door Hoekstra, lieten zij zien dat De norm iets voor anderen is!

In de politiek wordt nu zoveel gefaald dat het woord Faaldemocratie is ontstaan. Het vertrouwen in het politieke systeem is weg.
Bij de restaurants staat het verliezen van een Michelinster gelijk aan falen. Eind 2024 sluit chef-kok René Redzepi zijn restaurant NOMA dat al jaren drie Michelinsterren heeft. Redzepi merkte dat de druk om altijd de allerbeste te zijn enorm is en hem tot een niet leuk persoon maakt.
In Nederland wordt de antiheld een beetje gecultiveerd. Denk aan:

  • Alfred Issendorf uit Nooit meer slapen van W.F. Hermans;
  • Henri Osewoudt uit De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans;
  • Frits Egters uit De avonden van Gerard Reve.

Er heerst in Nederland geen echte winnaarsmentaliteit. Iedereen gaat met een prijsje naar huis, niet boven het maaiveld uitsteken en meedoen is belangrijker dan winnen. De übersul, schooldirecteur Anton Vlier uit De Luizenmoeder, wordt immens populair.

In de Amerikaanse cultuur is sprake van een winnaarsmentaliteit en daar hoort falen bij de route naar de top. Wie een hoge berg beklimt weet nooit of hij de top zal halen.

Stine geeft aan dat de titel van haar boek Faalmoed een omdenken is van faalangst, net als struikelvaardigheden, wankelmoed en struikeldurf. Ze hoopte even de credits te krijgen als bedenker van dit woord, maar helaas.
Stine sloot af met een citaat van haar favoriete filosoof Søren Kierkegaard: “Durven is even je evenwicht verliezen, niet durven is jezelf verliezen”.


Na de pauze startte de dialoog

De 1e spreker herinnerde Stine eraan dat zij nog terug zou komen op falen en liefde. Zij vroeg dit omdat zij acht jaar geleden, na een breuk, veel liefdesverdriet heeft gehad en nu met het begin van een nieuwe liefde merkt dat het gevoel van het nieuwe geluk dicht bij het oude verdriet zit.
Stine: Het begin van een verliefdheid komt met onzekerheid, met twijfel over hoe het zou moeten, hoe je omgaat met de norm; huisje, boompje, beestje en kindje. Stine vertelt dat ze hier tegenaan liep toen zij na haar scheiding de podcast scheiden-met-stine maakte. 14 Van de 22 ouders van de klas van haar dochter waren gescheiden. Dit geeft dan gelijk weer de vraag wat de norm is. Toen de juffrouw aan de kinderen vroeg wiens ouders gescheiden zijn, begon een meisje te huilen omdat zij tot de uitzondering behoorde, met ouders die bij elkaar waren. Zijn kinderen met gescheiden ouders zielig of juist weerbaarder en flexibeler? Frénk van der Linden heeft trouwens een mooi boek geschreven over de scheiding en liefdesoorlog van zijn ouders: En altijd maar verlangen.
Bij liefdesverdriet direct na een breuk ben je tijdelijk jezelf niet, er is een soort gekte aan het begin. Voor deze tijdelijke ontoerekeningsvatbaarheid zou je eigenlijk verlof moeten krijgen. Later kan je een soort monsterversie van jezelf worden, dit kan nodig zijn, gezond zijn, om het te verwerken.

De voorbeelden van uw eigen falen vond ik niet zo erg; dat hoort er gewoon bij. In de sport wordt pas echt gefaald; bij de wielrenners is er één winnaar en de rest verliest. Bij atletiek of schaatsen voelt zilver als een nederlaag.
Stine: Ik ken het verhaal van de schaatser Jan Smeekens die na zijn zilver op de 500 meter tijdens de OS van Sotsji (2014) een jaar wakker heeft gelegen. De norm van falen is afhankelijk van het domein. In de wielersport was veel bedrog, denk aan alle pillen van Lance Armstrong. Dat was toen ook een systeemkwestie, als je niet meedeed dan telde je niet mee. Heb je dan gefaald als je verboden middelen hebt gebruikt? Vroeger hadden mensen een midlife crisis, recenter kregen 30-ers een quarterlife crisis en nu krijgen jongeren een burn-out. De druk van de Cito-toetsen en alle andere normen waar ze aan moeten voldoen wordt ze teveel. Falen zij of faalt de maatschappij, het systeem?

Grappig dat met de verwijzing naar het systeem het falen weer wordt geëxternaliseerd.
Stine: Het is een soort richtingenstrijd tussen externalisering en (teveel) internalisering. Bij schaken heb je het systeem en de spelers; bedrijven zijn ook een systeem met werknemers. Je moet het falen van het systeem niet inzetten om je eigen rol niet te onderzoeken. Maar je moet ook niet zoals de huisarts het falen heel erg bij jezelf zoeken en niet bij het systeem van de zorg. Een ander voorbeeld; #metoo gaat over mannen die vreemd omgaan met vrouwen. Bij Harvey Weinstein was het een bewust overschrijden van de norm. Bij de NOS-sportredactie is het nog niet duidelijk of het enkele rotte appels zijn of een rotte mand (systeem). De oplossing kan niet alleen komen van protocollen en vertrouwenspersonen, dan blijf je haperen. Het zou ook heel onhandig zijn want veel relaties ontstaan op het werk.

Hoe was het gesteld met de faalmoed van Kierkegaard, die durfde toch niet zoveel?
Stine: Kierkegaard durfde eigenlijk niets, hij bleef altijd in het veilige en faalde daardoor nooit. Hij zou zelf veel gehad hebben aan de adviezen die hij aan anderen gaf. Als we naar het citaat kijken dat ik in mijn inleiding gebruikte: “Durven is even je evenwicht verliezen, niet durven is jezelf verliezen”, kan je het ook omdraaien, “niet durven en jezelf verliezen” is het moeilijkste dat er is. Een mooi voorbeeld hiervan is te zien in een documentaire over het Israëlische leger waar een jonge vrouw niet de trekker van haar geweer durft over te halen.

Heeft u handvatten of tips om om te gaan met het falen?
Stine: Ja in een interview met het Belgische DeMorgen heb ik 5 tips gegeven om faalmoediger te worden:

  1. Stel je eigen faal-cv op. Door dat op papier te zetten en het verhaal voor jezelf te vertellen, leer je dat falen niet per se rampzalig is. Je ontdekt ook waarom jij iets als falen ziet.
  2. Omarm de onzekerheid. Bij het leven hoort kwetsbaarheid. De coronacrisis heeft ons met de neus op de feiten gedrukt. We zijn allemaal onzeker en iedereen maakt fouten.
  3. Las één faaldag per week in. Een dag waarop alles mis mag gaan. Jezelf de ruimte geven om eens iets te proberen dat niet per se moet lukken.
  4. Wees je eigen trooster. Vriendelijk zijn als anderen falen en hen helpen om te relativeren is iets wat je ook voor jezelf mag opbrengen.
  5. Verbind met je lichaam. Faalangst en prestatiedruk gaan hand in hand. Als je dat lange tijd te ver doordrijft, is de kans groot dat je vervreemd raakt van je lichaam en je gevoelens. En dat je lichaam op den duur gaat tegensputteren. Door meer bezig te zijn met je lichaam, bijvoorbeeld door te sporten, en door af en toe te checken hoe het met je lijf gesteld is, vermijd je volledig opgezogen te raken door prestatiedruk, faalangst en sociale media.

Stine: Van gymleraren heb ik geleerd dat het leren in kleine stapjes gaat, eerst het creëren van veiligheid en dan naar een evenwicht tussen succes en falen. Ook kinderen die er geen zin in hebben geeft dit de ruimte om mee te doen en hun faalmoed te tonen. In het leger gaat het omgekeerd; daar wordt de lat meteen heel hoog gelegd en gezegd, dat gaat je niet lukken.

Er zijn banken die te groot zijn om te falen. Er zijn ook mensen in organisaties die een te hoge functie hebben om te falen. De schuld wordt dan lager in de organisatie gelegd. Een mooi voorbeeld is Jaap van Dissel die het falen van de overheid in het voorzien van de zorg van beschermingsmiddelen, verplaatst naar de medewerkers in de ouderenzorg. Deze zouden te laag opgeleid zijn om de maatregelen te begrijpen.
Stine: Eens, een goed punt, falen is niet altijd leuk.

Wanneer leren kinderen wat falen is en speelt de opvoeding daar een rol in?
Stine: In de opvoeding zie je verschillen tussen het Scandinavische model waarbij kinderen veel mogen struikelen en ook mogen werken met echt, gevaarlijk gereedschap en het Nederlandse beschermende model. Je kan je afvragen of het Nederlandse model een goede voorbereiding is op het (onvermijdelijke) falen later. Bij het kind begint het falen als het zich bewust wordt van de blik van de ander. Het kind krijgt dan schaamtemomenten als het niet voldoet aan de norm, aan de gezinsregels. Deze normen worden geïnternaliseerd. Met Frank Meester heb ik een omgekeerd opvoedboek geschreven Hoe voed ik mijn ouders op? Hierin vertellen kinderen van 8 – 12 jaar over het falen van hun ouders. Dit falen gaat over: te veel op hun telefoon, twee gezichten; vrolijk op het schoolplein en sacherijnig thuis, te laat naar bed en daardoor ’s ochtends moe en ongeïnteresseerd en ‘ze vragen alles aan mij’.

Kan je iets vertellen over falen en de puberteit?
Stine: In de puberteit speelt de groep waar het kind toe behoort de grootste rol, kinderen willen hier niet buiten vallen. Boeken kunnen pubers helpen met schaamte; wat is normaal, lichamelijke ontwikkelingen en het testen van grenzen. Ik merk nu als moeder van een dochter van 13 dat mijn invloed afneemt en die van de groep en de peergroep van de social media, toeneemt.

Deze avond is het heel veel over het leven gegaan en niet over de dood.
Stine: Alain de Botton heeft gezegd dat de dood de grote gelijkmaker is. In mijn kinderboek Alles wat was, heb ik met kinderen onderzocht welke gevoelens naar boven komen als je ergens afscheid van moet nemen. Kinderen schakelen heel snel. Bij een begrafenis kunnen ze ’s ochtends cup cakes maken en na het afscheid bezorgd vragen of ze wel naar de voetbaltraining mogen.
De voormalig Denker des Vaderlands Marli Huijer heeft in haar boek De toekomst van het sterven, onze laatste levensfase onderzocht. Vanuit het idee dat we na ons 70e jaar ons leven teveel oprekken. Een andere boekentip is Leven toevoegen aan de dagen van Sander de Hosson en Els Quaegebeur.

Hanno bedankte Stine Jensen voor haar inleiding en het beantwoorden van de vragen, die tot een boeiende en vrolijke avond hebben geleid. Onder luid applaus werd de avond afgesloten.

Gerrit van Elburg