Andreas Kinneging – De onzichtbare Maat

Impressie van de bijeenkomst van het Filosofisch Café Haarlem op 20 oktober 2021
Op deze avond hield de filosoof Andreas Kinneging voor zo’n 75 aanwezigen een inleiding over zijn boek De onzichtbare Maat, Archeologie van goed en kwaad. In dit boek laat hij zien dat we nu in een tijd leven die gekenmerkt wordt door Mateloosheid en bepleit hij een terugkeer naar de grote Europese Traditie waar men nog de juiste Maat wist te vinden.

Andreas Kinneging (1962) is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden. Met zijn boek Geografie van goed en kwaad won hij de Socrates Wisselbeker voor het beste filosofieboek van 2006. In 2020 verscheen zijn magnum opus De onzichtbare Maat. Archeologie van goed en kwaad.  www.universiteitleiden.nl/medewerkers/andreas-kinneging

Volledig uit het hoofd begon Andreas zijn inleiding met een verontschuldiging voor zijn casual uitstraling, die hij niet vond passen bij iemand die een conservatief gedachtegoed uitdraagt. Maar hij was vandaag met zijn dochter naar de Efteling geweest en had geen tijd gehad om zich om te kleden.

Andreas vertelde dat zijn boek al op 20 februari 2020 is uitgekomen, net voor de coronacrisis, en dat hij pas sinds vorige week hierover lezingen geeft. Dit is zijn derde lezing. Omdat het boek 630 pagina’s telt is dit uiteraard een korte schematische weergave van het boek.

Mijn boek begint met de stelling dat wij nu in een (geestelijke) revolutionaire tijd leven ten opzichte van de voorgaande 2.500 jaar. Een tijd waarin afscheid is genomen van het Christendom. U denkt misschien dat de rechts-liberalen zoals de VVD al eerder afscheid hadden genomen van het Christendom. Maar in navolging van Thorbecke, die in een discussie met Groen van Pinksteren rond 1840 zei “Ook wij gaan uit van het algemeen Christendom“, heeft de VVD in haar beginselprogramma van 1948, in artikel 3, opgenomen dat “onze maatschappij gebaseerd is op christelijke waarden“. In Nederland is het Christendom dood, op enkele enclaves zoals Barneveld na. Ook in de VS gaat het Christendom hard naar beneden. Dit is bijzonder want sinds 300 voor Christus was het Christendom het fundament van de samenleving en de cultuur. Vanaf 1970, de tijd van de hippiecultuur, is dit verval ingezet. Als ik nu spreek met mijn studenten dan weten zij niet wat voor boek de Bijbel is en denken zij dat Christus de broer van Jezus is. Het is een feit dat de kerken leegstromen en overal worden verkocht en omgebouwd tot woningen. Dit is een Revolutie.

Onze grote denkers als Hugo de Groot en Erasmus waren Christelijke Humanisten en hun levensbeschouwing, hun mens- en wereldbeeld (net als bij andere leden van de elite) was gebaseerd op de Bijbel en de hierin opgenomen citaten van Plato en anderen uit de Grieks–Romeinse cultuur. Nu in Nederland ook het Gymnasium bijna is verdwenen, is het een feit dat de elites van nu de wijsheid van het klassieke erfgoed missen in hun opleiding. Het licht gaat uit en niemand ziet dit, niemand staat hier bij stil. Dit is erg want hiermee verliezen wij ons beste intellectuele werktuig en kunnen wij niet meer het Goede, Ware en Schone vinden.

Dit boek is geschreven om deze Revolutie aannemelijk te maken. Aan het einde staat het bewijs op de visie dat De weg vooruit, de weg terug is, terug naar Plato en Augustinus. Wij leven nu in een minder realistische tijd en we moeten terug naar de ideeën van de beste denkers uit ons verleden. We hoeven niet terug naar de gewone denkers, anders kan iedereen wel zijn eigen Bijbel schrijven, en ook niet terug naar de twisten van de kerken.

Nu begint het kritische gedeelte van mijn betoog, dat ik na 40 jaar denken wel zo’n beetje op orde heb in mijn hoofd. Het gaat dan met name om de concepten Vrijheid en Gelijkheid, die in de huidige tijd als de hoogste idealen worden gezien. Dit zien wij bijvoorbeeld terug in de grote aandacht voor discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras of geslacht. In de tijden van Plato en Augustinus speelde dit niet. Zij wilden dat de mens iedere dag moest proberen om een goed mens te zijn. Dat is een volstrekt andere blikrichting. En welke is het belangrijkst?

Met de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1775 – 1783) en de Franse Revolutie (1789) kwamen de nieuwe ideeën van Vrijheid en Gelijkheid, die gebaseerd waren op de denkers van de Verlichting van de 18e eeuw, zoals Voltaire, Diderot en Montesquieu, sterk opzetten. Deze ideeën waren niet gebaseerd op de echte revolutionaire denkers van de 17e eeuw zoals Descartes, Spinoza, Hobbes en Locke. Deze laatste denkers bestudeerden niet de Klassieken, maar begonnen opnieuw, kozen een nieuwe benadering en bestudeerden de natuur, met de toen grote namen van Copernicus en Galilei. Dit was een iconoclasme dat zijn gelijke niet kent. Zij startten met de ontologische grondslag, Matter in Motion, de causale gedetermineerdheid van de wereld. En deze moderne tijd van Hobbes is ongeveer het tegenovergestelde van Plato. Dit betekende het einde van God, de ziel, de vrije wil en de moraal.

Hobbes stelde dat de wereld slechts materie in beweging is. Deze beweging is bovenal gedetermineerd. We kunnen deze gedetermineerde wereld kennen en in kaart brengen via de zintuigen. Het verstand voegt de indrukken samen waardoor abstracte, algemene begrippen ontstaan. Deze abstracties bestaan volgens Hobbes niet in de werkelijkheid maar slechts in onze geest. Hobbes is dus een materialist, determinist, empirist en nominalist. Hobbes poneert een volledig nieuwe metafysica en ontwikkelt op basis hiervan zijn politieke filosofie. Deze is vooral te vinden in Elements of Law (1640), De Cive (1647) en Leviathan (1651).

En Kant dan? Kant staat bekend als Verlichtingsfilosoof maar volgens mij was hij geen Verlichtingsdenker maar iemand die de mensheid de Romantiek in leidde.

Romantiek
De Romantiek ontstond in Duitsland als reactie op de verheerlijking van de rede. Na Kant en zijn koele rede kwamen gevoel, fantasie, beleving en verlangen als nieuwe trefwoorden. Rousseau uit de Verlichting had ook gewezen op het gevoel, maar meer als kritiek op de eenzijdigheid van de rede. In de Romantiek werd het gevoel de hoofdstroom. Veel romantici vonden zich toch een erfgenaam van Kant – ondanks Kant’s rede – omdat Kant ook had vastgesteld dat onze kennis van “das Ding an sich” beperkt is. En ook had Kant gewezen op hoe belangrijk de bijdrage van het “ik” is voor onze kennis. Dat gaf de individuele mens een vrijbrief voor de eigen vertolking van het bestaan. De romantici hadden daardoor een flinke zelfverheerlijking.

Bij de bestudering van de geschiedenis zou je kunnen denken dat de Verlichting al in de 17e eeuw begon, maar het was toen beperkt tot een klein groepje, de meeste mensen bleven christelijk. Pas in de 18e eeuw met Voltaire kwam er een versnelling in de verspreiding van de Verlichtingsideeën. De eerste grote verspreiding met de Franse Revolutie is trouwens mislukt; in de 19eeeuw werd dit tijdens de Restauratie weer teruggedraaid. Pas in de 20e eeuw vanaf de jaren 70 is er geen houden meer aan. De kinderen van nu zijn helemaal doordesemd van de Verlichtingsideeën van Vrijheid en Gelijkheid.

Na de Verlichting kwam ook de Romantiek opzetten. Deze stroming is tegen de Verlichting, tegen het christelijk geloof en tegen de Grieks-Romeinse cultuur. Rousseau stond aan het begin van de Romantiek, zijn briefroman Julie was in de 18e eeuw een van de best verkochte boeken. Ook deze stroming was lang het bezit van weinigen, won aan kracht in de 19e eeuw en beleefde in de jaren 70 van de 20e eeuw een dijkdoorbraak met de Ik-gerichte hippiecultuur.

Als je de moderne stromingen naar de hedendaagse politiek vertaalt dan zou je kunnen zeggen dat:

  • Rechts =          Verlichting       =          Vrijheid
  • Links =             Romantiek       =          Gelijkheid

Tot slot wil ik afsluiten met de (ongenuanceerde) mensbeelden die bij de verschillende stromingen horen.

Verlichting
Matter in motion, de mens is een pain-pleasure machine en volgt net als een varken zijn begeertes, dat beweegt ons, de vervulling van de begeertes is ons doel. Nutmaximalisatie en volledige vervulling van onze begeertes leiden tot geluk.

Romantiek
De mens is meer dan een pain-pleasure machine, je moet proberen jezelf te zijn. Deze moet je eerst zoeken en daarna ontplooien om te komen tot je authentieke Ik. Tevens moeten we terug naar de natuur, de natuur de natuur laten zijn, en volgens Kant ons transcendentale ego ontwikkelen om te komen tot onze Deep Self, onze Unieke Self.

Transcendentaal ego, het zelf dat nodig is om een verenigd empirisch zelfbewustzijn te krijgen. Voor Immanuel Kant synthetiseert dit ego de sensaties volgens de categorieën van begrip. Van dit ego, dit zelf kan niets bekend worden, omdat het een voorwaarde is, geen object, van kennis.

De Europese Traditie
Deze christelijke humanistische stroming gaat niet uit van de maximale behoeftebevrediging of de zoektocht naar jezelf. Zij vindt trouwens dat niet ieder mens uniek is, maar gewoon een kleine variatie op een ander mens. Zij vindt dat wij moeten erkennen dat iedereen veel zaken heeft die niet deugen, zoals hebzucht, begeerte en afgunst, en dat deze zaken in ons allemaal zitten. En dat daarom voor ieder mens de opdracht is: Om je beste zelf te zijn, een beter mens te worden. En dat het lezen van de grote boeken zoals de Bijbel en Homerus hierbij behulpzaam kan zijn.


Na de pauze startte de dialoog

De 1e spreker gaf aan dat Andreas tijdens zijn inleiding diverse keren heeft verteld dat zijn boek 630 pagina’s beslaat en was blij dat hij aan het einde van de inleiding enkele aanwijzingen voor de lezers tegenkwam ‘omdat het geen eenvoudige kost is’. Bij het lezen van deze aanwijzingen:

  • Het is geen literatuur voor het slapen gaan
  • Men moet er fris voor zijn
  • Je moet het lezen als een koe, langzaam en herkauwend
  • De gewenste lezer is een nadenkend mens, een intellectueel, een relatief kleine groep, zo’n 10% van de mensen zullen in staat zijn om het boek te begrijpen

moest de spreker hierbij denken aan Nietzsche, die in het voorwoord bij zijn uitgave Over de toekomst van ons onderwijs de volgende eisen aan de lezer heeft gesteld:

  • Hij moet ontspannen zijn
  • Hij moet het zonder haast lezen
  • Hij moet niet steeds vanuit zichzelf en zijn eigen beschaving redeneren

En Nietzsche zegt ook dat zijn werk dus voor weinig mensen is bestemd, voor mensen die de tijd hebben om na te denken.

De spreker stelde de volgende vragen: Is dit een bewuste parafrasering van Nietzsche? Mag ik u als een volgeling van Nietzsche beschouwen, die roept dat er na de Dood van God nog steeds geen nieuw groot verhaal is om de maatschappij te sturen en te ordenen?

Andreas antwoordde volmondig dat hij het citaat van Nietzsche heeft ‘gejat’ en zonder verwijzingen heeft opgenomen in zijn boek. Als gimmick heeft hij nog een aantal van dergelijke niet geciteerde verwijzingen opgenomen, om te laten ontdekken door de goed geschoolde lezer. Verder heeft Andreas een grote bewondering voor Nietzsche, maar is hij juist geen volgeling, omdat Nietzsche radicaal tegen de religie en de klassieke filosofen is, en hij juist voor de religie en voor Plato en Augustinus.

Een volgende spreker geeft aan dat hij bij het lezen van de moderne filosoof Hannah Arendt ook duidelijke tekens van het christelijk en klassiek erfgoed tegenkwam.
Andreas beaamt dit en gaf aan dat dit maar een heel dun stroompje is onder de filosofen en schrijvers. En ook dat de meeste lezers geen klassieke scholing hebben en deze signalen missen. ‘Je moet het weten om het te zien’. Hannah Arendt gebruikt zelf hiervoor de uitdrukking ‘Common Sense’. Andreas ziet dit ook terug bij zijn studenten, die zonder klassieke scholing het werk van Nietzsche niet goed kunnen begrijpen, omdat dat werk is gebouwd op het christelijke en klassieke erfgoed.

De volgende spreker gaf aan dat Andreas een negatief mensbeeld heeft van de huidige bevolking, omdat deze geïnspireerd is door de Verlichting en Romantiek en voor 100% de Gelijkheid en Vrijheid nastreeft. Maar de Verlichting heeft onze maatschappij toch ook veel goeds gebracht?
Andreas wil de Verlichting en Romantiek niet 100% afbranden maar wil optreden tegen de uitwassen hiervan. Het alleen maar nastreven van de inherent tegenstrijdige waarden van Gelijkheid en Vrijheid is een doodlopende weg. En daarom pleit hij voor meer Realisme, voor de waarden uit de Christelijke en Klassieke Traditie.

Een spreker gaf aan dat zij Andreas vond overkomen als een Romanticus en voor de Romanticus is de menselijke maat toch de Maat der dingen? En voegde daaraan toe dat zij daarom dacht dat Andreas niet gevaccineerd zou zijn.
Andreas gaf aan dat hij er juist tegen is dat de mens de maat der dingen is. Hij is een aanhanger van Plato, die in de westerse cultuur begint met het verhaal over de deugden. Mede op basis hiervan komt kerkvader Ambrosius in de vierde eeuw na Christus tot de ordening van de belangrijkste, kardinale, deugden. Een goed mens wil een deugdzaam leven leiden en zich richten op het verwerven van deze deugden:

  • Wijsheid / voorzichtigheid (Prudentia)
  • Rechtschapenheid (Justitia)
  • Moed (Fortitudo)
  • Gematigdheid / zelfbeheersing (Temperantia)

Daarna begon een wat stekelige discussie over de vaccinatie. Andreas gaf aan dat onder de hoogstopgeleide personen van Nederland, zij die zijn gepromoveerd, het grootste percentage vaccinweigeraars is te vinden. Dit komt omdat zij de begraafplaats van de wetenschappelijke waarheden kennen. Wat nu waar lijkt, kan over een paar jaar wel anders zijn en juist de medische wetenschap is snel achterhaald. Vervolgens richtte hij zich vilein tot de vragenstelster en zei: ‘Ik schat zo in dat u niet meer dan een doctoraal heeft en daarom heilig gelooft in de wetenschap en een soort wetenschapsgelovige bent. Waarvan 100% is gevaccineerd.’ Paul van Dijk als moderator greep in en ging naar een volgende vragensteller.

De volgende spreekster gaf aan dat zij gepromoveerd en gevaccineerd is, en vroeg zich af hoe we vanuit ons utilitaristische wereldbeeld, met behoeftebevrediging en de God van de economische groei, komen tot een aanpassing van ons mensbeeld. Zij denkt hierbij bijvoorbeeld aan het monastische idee van de armoede. Wat zijn de alternatieven?
Andreas is het hiermee eens en zegt dat we als een archeoloog moeten zoeken in de ideeënwereld van de oudheid. Dat er nu hiervoor een absolute noodzaak is en dat het zoeken in de oudheid een ware revolutie is. We moeten terug! We zitten nu vast in een liberaal-kapitalistisch systeem gericht op een maximale bevrediging van de behoeftes. We lopen hierbij tegen onze grenzen aan en de verlichtingsdenkers die nu aan het roer zitten zeggen dat dit technische problemen zijn en dat we hiervoor de technieken moeten verbeteren. In het boek heeft hij hiervoor de parabel van De Tovenaarsleerling van Goethe opgenomen. In deze parabel gebruikt de tovenaarsleerling stiekem een spreuk uit het toverboek om voor hem te vegen en water te halen. Als alle klusjes zijn gedaan kan de tovenaarsleerling de emmers en bezems niet meer stoppen en verdrinkt hij bijna in het water. Aangezien de mens de rol van God is gaan invullen heeft Andreas de laatste twee strofes weggelaten. Hierin komt de tovenaar thuis en herstelt hij de rommel.

De volgende spreker geeft aan dat hij in de hedendaagse politiek de kardinale deugd van de rechtschapenheid / rechtvaardigheid mist. Een politiek die mensen platwalst, een kabinet dat aftreedt en daarna blijven gewoon dezelfde mensen aan de macht. Waar is hier de moraal?
Andreas geeft aan dat naar een antwoord op deze vraag ‘Hoe kan dat nou?’ al driftig wordt gezocht. Hij denkt dat de Verlichtingsidealen hebben geleid tot de norm van optimalisering van de overheidsprocessen door middel van efficiëntie en effectiviteit. Mensen worden nummers en vanuit de gedacht dat de mens tot het slechte / tot fraude is geneigd, worden hierin sanctiesystemen vormgegeven. Deze gedachte heeft de verschillende lagen van de overheid, het ambtelijk apparaat, de Tweede Kamer en de rechterlijke macht doordrenkt. Verder merkt hij op dat op de juridische faculteit de meeste aandacht gaat naar het juridisch recht, naar de regels en dat de vraag of dit wel of niet rechtvaardig is pas aan het einde van de opleiding enige aandacht krijgt. Kortom geen ideale leerschool om rechtvaardige en rechtschapen mensen op te leiden.

Paul bedankte na deze laatste vraag Andreas Kinneging, die vervolgens een groot applaus kreeg voor het Revolutionaire verhaal van deze avond.

Gerrit van Elburg