Govert Buijs – Het goede leven

Impressie van de bijeenkomst van het Filosofisch Café Haarlem op 16 maart 2022

Op deze avond hield de filosoof Govert Buijs voor 65 aanwezigen, waaronder 20 leerlingen van Het Schoter en het Hageveld College, een inleiding over het boek Het goede leven & de vrije markt. In dit boek, dat de Socrates Wisselbeker 2019 heeft gewonnen én ook is geselecteerd als lesboek voor het VWO-examen filosofie 2020 – 2023, heeft Govert Buijs met Ad Verbrugge en Jelle van Baardwijk onderzocht in hoeverre de vrijemarkteconomie bijdraagt aan ‘het goede leven’.

Govert J. Buijs (1964) is politicoloog en filosoof, verbonden aan de afdeling Filosofie van de VU, sinds 2011 als UHD en als bijzonder hoogleraar ‘Politieke filosofie en levensbeschouwing’ vanwege het Dr. Abraham Kuyperfonds. Hij bezet vanaf 2016 de F.J.D. Goldschmeding Leerstoel ‘Economie in relatie tot Civil Society’. Laatste boek: Waarom werken wij zo hard? www.govertbuijs.website

Govert startte zijn inleiding met de uiteenzetting van de lange aanloop tot de totstandkoming van dit boek. Het is geschreven voor het VWO-examen filosofie. Rond 2010 begon dit idee te ontstaan en hebben de schrijvers een voorstel ingediend bij het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Nadat hun voorstel is gekozen startte het schrijfproces. Dit ging gepaard met afstemming met het college. Dit resulteerde in de boekpublicatie in 2018. Voor de aanwezige leerlingen gaf Govert alvast aan dat hij niet betrokken is bij de formulering van de examenvragen.

Ook vond Govert het vermeldenswaardig dat hij met oud minister president Balkenende betrokken is bij het initiatief: FUTURE MARKETS CONSULTATION.
Een maatschappelijke consultatie over de verhoudingen tussen de (vrije) markt, economie en moraliteit. Dit project startte in 2020 met het idee van een internationale expertmeeting en een groot symposium met maatschappelijke partners, maar moest bijgesteld worden vanwege de coronapandemie. Zo ontstond in korte tijd een nieuw plan voor een maatschappelijke consultatie, met een tiendelige serie online uitwisselingen over de verhoudingen tussen de (vrije) markt, economie en moraliteit.  www.moralmarkets.org/futuremarketsconsultation/

De aanleiding voor dit onderwerp is gelegen in de kredietcrisis van 2008. De filosofen van de economische faculteit van de VU onderzochten wat er fout ging en kwamen tot de conclusie dat alle hoofdrolspelers hebben gehandeld als volmaakte ‘homo economicus’, conform de afgesproken spelregels. Echter omdat deze spelregels geen moraliteit bevatten vonden de bankiers het ook niet nodig om vanuit zichzelf moreel te handelen. Zij vonden dat in de (neoliberale) markt alles is geoorloofd zolang dit niet strafbaar is. Bij het uitwerken van het neoliberalisme is Adam Smith (1723 – 1790) selectief geciteerd, met de zin uit The Wealth of Nations: (1776) “It is not from the benevolence of the butcher, the brewer, or the baker, that we expect our dinner, but from their regard to their own self-interest” en hierbij wordt vergeten dat deze moraalfilosoof in 1759 The Theory of Moral Sentiment heeft uitgebracht. Een ander schaduwzijde van de moderne neoliberale economie is de ecologische druk (milieuvervuiling en CO2).

De indeling van deze inleiding is:

  1. Het goede leven
  2. Het goede leven in de moderniteit
  3. Involutie
  4. Modern? Postmodern? Hypermodern!
  5. Naar een breder idee van het goede leven
  6. Voorbij de burn-out samenleving

1.     Het goede leven
Het goede leven is dat leven dat spoort met ons eigenlijke menszijn. Hierbij zijn 5 dimensies onderzocht die zijn onderkend door Aristoteles en later ook door Martha Nussbaum (1947) in haar capability approach. Deze dimensies zijn:
·       Relaties met de medemens
·       Instituties (overheid)
·       Lichaam
·       Natuur
·       Zingeving
Met deze dimensie zijn eerst de oude culturen van de Griekse filosofen en van het Middeleeuws Christendom onderzocht. Vanuit het idee dat we onszelf beter leren kennen door vergelijking met de opvattingen uit deze contrastbronnen.

2.     Het goede leven in de moderniteit
Daarna is gekeken naar onze moderniteit die is begonnen met Descartes (1596 – 1650), de eerste filosoof die niet langer filosofeerde in lijn met Aristoteles en het onderscheid tussen subject en object heeft geïntroduceerd. Adam Smith heeft 100 jaar later hier de vrije markt aan toegevoegd.
We zien dat de vrije markt als voertuig voor het goede leven welvaart, creativiteit, vrijheid en wederzijdse hulp heeft voortgebracht. Maar dat het ook een vulkanisch gebied is met schaduwkanten zoals dehumanisering, ecologische uitputting en financialisering. Ook de instituties die onze vrijheid moeten garanderen kunnen veranderen in onderdrukkers, zie de toeslagenaffaire in 2021. In de 19e eeuw waarschuwde Karl Marx (1818 – 1883) in Das Kapital al tegen de dehumanisering van arbeiders in de fabrieken.
Tegenwoordig vult de westerse mens het goede leven in als het volmaakte leven, dit is een radicaal utilitarisme waarbij het doel de middelen heiligt en de technologie als voertuig wordt gebruikt. Hierbij is de westerse mens op de toekomst gericht, de toekomst die ons bedwelmt. Anders verwoord: ‘De westerse mens wordt voortdurend dronken van de flessen die nog achter de bar staan’. Het lijkt wel of deze gerichtheid op de vooruitgang, op hetgeen we morgen kunnen bereiken, naar de immer betere toekomst, de nieuwe zingeving is geworden. Wij zijn van de verticale transcendentie naar de horizontale transcendentie gegaan, wij willen nu de ‘hemel op aarde’. Dit moderne ‘geloof’ kent vijf mythes:
·       De mythe van eeuwige groei
·       De mythe van de individuele ontplooiing
·       De mythe van het ‘ontzorgde’ leven
·       De mythe van het onkwetsbare leven
·       De mythe van cijfers en kwantiteit

3.     Involutie
Het doorgeschoten efficiencystreven noemt Govert ”involutie”. Het is de paradox van de moderniteit. We gaan door met iets wat in het begin goed gaat, maar wat zich op den duur tegen ons keert. Involutie stelt ons voor de vraag: hebben wij een economie of heeft de economie ons? In ons streven naar een beter leven worden wijzelf hoe langer hoe meer onder druk en op afstand gezet: het klimaat, de psychologische druk op mensen om elkaar op de werkvloer tot in het oneindige te controleren, de dwang om alles in cijfers uit te drukken, de efficiencyterreur, het geld dat allesbepalend wordt, nieuwe machtsstructuren die ontstaan, uitsluiting door robotisering. Zo zijn we gevangen geraakt in de “ijzeren kooi” waarover de bekende socioloog Max Weber (1864 – 1920) spreekt in zijn beroemde werk uit 1904 De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme. En we kunnen er niet meer uit. De kunstenaar Francis Bacon geeft dit treffend weer met zijn schilderij Head VI, van de in de kooi gevangen mens.

4.     Moderne? Postmodern? Hypermodern?
Leven wij nu in een moderne, postmoderne of hypermoderne tijd? La condition postmoderne (1979) is een kort maar invloedrijk boek van de Franse filosoof Jean-François Lyotard, waarin deze de epistemologie van de postmoderne cultuur duidt als het einde van de grote verhalen (grand récits). De grote verhalen zijn overkoepelende filosofische theorieën van wetenschap en geschiedenis die hij als kenmerkend beschouwt voor de moderniteit, het gaat dan om het christendom, het communisme en het fascisme. Het werk introduceerde de filosofische term ‘postmodernisme’ die eerder in de kunstkritiek gebruikt werd.

Postmoderne filosofie is een door twijfel en relativering gekenmerkte wereldbeschouwing die het bestaan van een absolute waarheid ter discussie stelt. Tegenover concepten als kennistheoretische zekerheid, vaste identiteit, historische vooruitgang en eenduidigheid van betekenis, stellen postmoderne denkers ondermijnende concepten als verschil, herhaling, spoor, hyperrealiteit. Hoewel het geen periodebegrip betreft, gaat het om twintigste-eeuwse denkbeelden binnen de hedendaagse filosofie die enerzijds een kritiek op de moderniteit en het modernisme zijn, maar anderzijds een radicale voortzetting van het modernisme. Het postmodernisme werd een controversiële filosofie, doordat tegenstanders deze heftig bekritiseerden. Grote namen hierbij zijn naast Lyotard: Baudrillard, Jacques Derrida, Michel Foucault en Gianni Vattimo.

Govert stelt in hoofdstuk 11 van Het goede leven & de vrije markt dat we van de moderniteit in de hypermoderniteit terecht zijn gekomen. Hierbij manifesteert het streven naar het volmaakte, absoluut gelukte en gelukkige leven zich op het individuele niveau in directe relatie met de vrije markt. Het project van de vervolmaking van het leven is niet langer een primair politiek-collectief project maar verbindt zich nu met de vrije markt en raakt daardoor radicaal geïndividualiseerd. Ieder mens moet hierbij zijn eigen leven maken, én dragen! Deze hypermoderniteit geeft onder het mom van vrijheid een grote ‘psychodruk’ op het individu. Niet de samenleving, maar wel jouw eigen leven is maakbaar! Als jij niet gelukkig bent, is het jouw schuld. Dit leidt dan weer tot burn-outs en andere klachten. De verschijningsvormen van de hypermoderniteit zijn bijvoorbeeld:
·       De belevenis- en transformatie-economie
·       De ‘meritocratische’ prestatiesamenleving
·       Het project ‘Homo deus’ (Yuval Harari)

De coronacrisis die heeft gezorgd voor het plat leggen van de festivals heeft voor veel jongeren duidelijk gemaakt dat ze leven in de belevenis-economie.
Voor de aanwezige leerlingen gaf Govert het voorbeeld van de studiekeuzestress als onderdeel van de ‘meritocratische’ prestatiesamenleving. Hierbij is er een risico op mislukking, dat heeft dan effect op je toekomst, op de mogelijkheid om een eigen huis te kunnen kopen et cetera. Kortom je toekomst hangt af van een keuze waar jij helemaal zelf voor verantwoordelijk bent. Over de meritocratie heeft de Amerikaanse moraal filosoof Michael Sandel een boek uitgebracht met de Nederlandse titel De Tirannie van Verdienste. Of het boek De zeven vinkjes van Joris Luyendijk.
Homo Deus van Harari zien we ook terug in het ‘feestpilletje’ voor het weekend.

5.     Naar een breder idee van het goede leven
Tegenover deze hypermoderniteit stelt Govert, in lijn met Martha NussbaumThe Fragility of Goodness, een pleidooi voor de acceptatie van het onvolmaakte, een affirmatie van de ‘breekbaarheid van het goede’. Wij willen naar een breder idee van het goede leven. Het goede leven is hier geen persoonlijke creatie maar kan pas bloeien als we de grondstructuur van ons bestaan accepteren, de ‘condities van het goede leven’. Zoals eerder genoemd zijn deze condities:
·       Relaties met de medemens
·       Instituties
·       Het lichaam
·       De natuur
·       Zingeving

6.     Voorbij de burn-out samenleving
We leven nu in een samenleving waarin zich op allerlei fronten burn-outs voordoen: niet alleen in individueel-psychologisch opzicht, maar ook in ecologisch en sociaal opzicht. We willen te veel en durven en kunnen niet terug, en we kunnen ook niet vooruit.
Om hier uit te komen is een nieuw denken nodig over werk en economie, in aansluiting bij het ‘goede leven’: werk als vreugdegerichte samenwerking, co-creatie, werken aan de condities van het goede leven en komen tot een ‘economie van de vreugde’ met:
1.     Nieuwe balans tussen mens en natuur
2.     Een relationele economie, o.a. ‘verdikking van marktrelaties’
3.     Instituties: op zoek naar de eigen logica, de bedoeling in plaats van maximale winst
4.     Het lichaam: consumptieve en digitale weerbaarheid
5.     Een holistisch vrijheidsbegrip voor de zingeving
6.     Een nieuwe meetkunde: menselijke bloei i.p.v. de groei van het BNP
7.     Economie als onderdeel van de samenleving. Niet de economie heeft ons maar wij hebben een economie


Na de pauze startte de dialoog

Naar aanleiding van de ondertitel van het boek, Een cultuurfilosofische analyse, stelde de 1e spreker, een leerling, gelijk maar drie vragen:
·       Wat is er nou filosofisch aan het boek? Als je de wijsheid hebt dan ben je geen filosoof meer.
Govert gaf aan dat wij ons een leven als jager–verzamelaar kunnen indenken. Dat wij, hoewel wij niet losstaan van de vrije markt economie, met onze levenservaring en alle historische context het leven toch van een afstand kunnen beschouwen. Ook dit is filosofie: begrijpen waar we zijn zoals we zijn, kortom bezinning!
·       Hoe kan je loskomen van de vrije markt als je er zelf midden in zit?
In tegenstelling tot Heidegger die vond dat je niet buiten het framework van je tijd kan denken is Govert er van overtuigd dat dit te fatalistisch is, te geconditioneerd, hij ziet wel mogelijkheden.
·       Mag je als filosoof wel een positie innemen?
Ten aanzien van het innemen van een positie vindt Govert dit filosofisch, je kan het er mee eens zijn of niet en dan volgt er een debat. Volstrekte objectiviteit bestaan sowieso niet.

De leerling was nog niet geheel overtuigd en zegt dat het lesboek filosofie ook een consumptieartikel is, een onderdeel van de vrije markt. Terwijl zij dit zegt beseft ze dat zij het boek van school heeft gekregen. Govert geeft lachend aan dat hij niet rijk is geworden van dit boek en dat het klopt dat de vrije markteconomie de basis is van ons leven bij alles wat we doen. Maar dat sommige dingen ook anders, niet commercieel, worden georganiseerd. Er zijn vele vormen om met elkaar gezamenlijke dingen te doen zoals dit Filosofisch café en ook het verstrekken van de boeken door de school.

Een volgende leerling vroeg zich af of de ideeën van Martha Nussbaum over kwetsbaarheid, die zij heeft uitgewerkt in haar boek The Fragility of Goodness, nu door commerciële marktpartijen worden uitgebuit?
Govert geeft aan dat niet alle marktpartijen slecht zijn en geeft een voorbeeld van insulineproducent Novapharm die voor meer winst eigenlijk de toename van diabetes zou moeten nastreven, maar heeft gekozen voor de ontwikkeling als preventiespecialist, helpen gezond te zijn.

Dit betoog pro bedrijfsleven zorgde voor een reactie uit de zaal. Beste Govert, neem jij met jouw vriendje Balkenende niet te veel een pro bedrijfsleven standpunt in? En bescherm je bedrijven als Shell, die nu met PR aan greenwashing doet in Nederland, maar in Nigeria nog steeds voor grote vervuiling zorgt?
Govert beaamt dat hij moet bekennen, in navolging van Foucault, dat het systeem te machtig is,  maar het is niet intrinsiek verdorven. De bedrijven moeten weer trots worden op hun producten.
Bij Marx waren het de grootgrondbezitters met hun horigen, maar die markt is bevrijd. Toen ging de markt naar de bourgeoisie die de productiemiddelen heeft en het proletariaat als slaven gebruikt, een nieuw bevrijding is nodig. Dit zijn maatschappelijke veranderingen: hoe kunnen we elkaar vinden, hoe kunnen we dit stimuleren?

Leerling: Martin Heidegger heeft in zijn interview in 1966 aan de Duitse krant Der Spiegel, Alleen nog een God kan ons redden, afstand genomen van de uitleg die aan zijn uitspraken over de moderne techniek en over de mechanisering van het wereldbeeld worden gedaan. Mogen wij zijn teksten nog wel zonder zijn toelichting lezen en begrijpen?
Govert vraagt zich af of een auteur altijd de beste explicateur is van zijn eigen tekst. Kritiek is het eigenlijk niet, hier gebeurt iets wat op gespannen voet staat met zijn fenomenale ervaring. Ook bij Foucault, met zijn analyse van de macht en zijn conclusie; dat we eigenlijk een kunstwerk moeten maken van ons leven. Het spannende aan grote denkers is dat zij niet altijd de beste critici zijn van hun eigen werk.
De leerling is het niet eens met dit antwoord en geeft aan, dat hij niet begrijpt waarom bij Heidegger geen rekening wordt gehouden met zijn expliciete correctie op de uitleg van zijn werk en wel bij Adam Smith wordt aangegeven dat hij verkeerd is geciteerd uit de Wealth of Nations.
Govers zegt dat het bij Smith veel duidelijker is, daar hoef je alleen de tekst goed te lezen om tot deze conclusie te komen, terwijl je bij Heidegger je baseert op een interview dat een groot aantal jaren na het schrijven van de tekst is gegeven. En bij sommige filosofen zoals Wittgenstein huizen er twee verschillende werelden binnen één denker.

Leerling: Bij het eerste deel van de titel van het boek, Goed leven, moet ik denken aan de kritiek van Marx. Marx stelt dat wij eenvalsbewustzijn hebben, dat wij ons overgeven aan illusies omtrent de sociale situatie, waardoor de ideologische beoordeling van die situatie niet overeenstemt met de werkelijkheid. Hoe kunnen wij dan ‘goed leven’ als ons bewustzijn niet ons bewustzijn is?
Govert denkt even na hoe hij dit het beste kan beantwoorden en geeft als gedachte experiment: stel nu dat alles wat we zijn schijn is, wij zitten dan volgens Marx met zijn allen in een valsbewustzijn. Hoe kan Marx zich dan daaraan onttrekken? Hij zit daar zelf ook in. Maar als er een valsbewustzijn is, is er dan ook een waarbewustzijn? Wij kunnen ons voorstellingen maken, mentaal bewegen, maar nooit volledig ontsnappen. Wij kunnen wel heel radicaal fenomenen in kaart brengen, dit zijn worstelingen. Daarom is het mogelijk is om enige afstand te nemen van ons geconditioneerd zijn.

De leerling vraagt zich hierna af of het mogelijk is dat Govert dit boek over Het goede leven & de vrije markt heeft geschreven in een valsbewustzijn.
Govert geeft aan dat dit allemaal abstracte voorstellingen zijn, dat de toets ligt in het echt uitvoeren van de bedachte filosofie. Je moet het proberen en de toets is of de bedachte filosofie echt leefbaar is. Denkend kan heel veel maar vervolgens moet je het wel leven.

Een man in de zaal betoogt dat we in een doos zitten en dat betekent dat je er ook buiten kan leven. We breken de gevangenissen af maar zijn nog helemaal niet vrij. Er zijn alternatieven, zoals je onttrekken aan de leugens.
Govert geeft aan dat Foucault zou zeggen dat het niet kan, maar je kunt je verhouden tot iets, kritisch zijn, dit is niet makkelijk te veranderen, inspiratie voor alternatieven.

Een andere man geeft aan dat Govert 5 dimensies van de werkelijkheid onderkent in verschillende tijdsgewrichten en dat je hierdoor ziet dat de normen over ‘hetgeen dat goed is’ in de tijd verschuiven. Dit zijn valkuilen voor de moderniteit, nu is er behoefte aan een nieuwe balans, dit lijkt hem een filosofische uitdaging voor een nieuw boek over het goede leven.

Ja dit lijkt wat op de relativistische theorie van Habermas, hierin stelt hij dat er steeds nieuwe inzichten komen die het goede leven toch steeds iets dichterbij brengen. Zelf vindt Govert de universele menswaardigheid een echte stap vooruit.

Gerrit bedankte na deze laatste vraag Govert Buijs, die vervolgens een groot applaus kreeg voor zijn inleiding en voor het beantwoorden van de vragen. Ook was er een groot applaus voor de leerlingen met hun scherpe vragen.

De formele avond was om 21.45 afgelopen maar om 22.30 waren de leerlingen nog met Govert in discussie, het leek wel een profeet met zijn volgelingen. Pas toen we het licht uitdeden lieten zij Govert los en kon hij naar huis.

Gerrit van Elburg