Impressie van de bijeenkomst van het Filosofisch Café Haarlem op 15 april 2026
Op deze avond hield Michiel Buis voor 100 bezoekers een inleiding over zijn boek De stoïcijnse school, Aanvaard alles en leg je nergens bij neer!
Hanno de Groot was de moderator van deze avond en voordat hij Michiel Buis aankondigde keek hij terug op het goede seizoen dat wij hebben gehad met 7 goed bezochte avonden, met 7 interessante en goede inleiders en vroeg hij applaus voor de mensen die dit mogelijk hebben gemaakt. De zaal gaf telkens een warm applaus voor de ondersteuners van de koffie/thee en de deur, voor de medewerker van boekhandel De Vries Van Stockum en voor de organiserende werkgroepleden. De stemming zat er gelijk al goed in.
Michiel Buis (1987) heeft filosofie en sociologie gestudeerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en werkt aan de Breda University of Applied Sciences. In 2025 promoveerde hij op de relatie tussen de klassieke en de moderne Stoa. In hetzelfde jaar verscheen zijn proefschrift onder de titel Van het geheel naar het ik bij Uitgeverij Balans. Michiel is een veel gevraagd spreker over het Stoïcisme.
De eerste dia van de presentatie was de voorkant van het boek De stoïcijnse school dat Michiel Buis samen met Dennis de Gruijter heeft geschreven. Waarschijnlijk om de ondertitel Aanvaard alles en leg je nergens bij neer gelijk maar in de praktijk te brengen zei Michiel:
“Ja de organisatie gaf aan dat de akoestiek in deze mooie kerkzaal lastig was en vroeg om de interactie met de bezoekers tot na de pauze te bewaren. Maar voordat ik begin ben ik toch wel benieuwd wat u al weet van het stoïcisme?”
Door verschillende mensen werden de volgende zaken genoemd: de vier deugden, waar je wel of geen invloed op hebt, Amor Fati, gemoedsrust bewaren, de zuilengang, veel waarnemen en observeren en accepteer de werkelijkheid zoals deze zich voordoet.
Michiel gaf aan dat het fijn is om zo positief te beginnen en dat dit allemaal aan bod komt tijdens zijn inleiding en vroeg of de bezoekers geen negatieve zaken weten over de stoïcijnen. Dit was moeilijker en de volgende zaken werden genoemd: gevoelloos, onverschillig en in lijn met de mening van Martha Nussbaum, een rare omgang met de dood. Michiel veerde op en gaf aan dat eind oktober een boek van hem uitkomt over de stoïcijnse omgang met de dood.
Als weerwoord op het bij veel mensen negatieve imago van de stoïcijnse school het volgende citaat van Seneca (4 v. Chr. – 65): “Geen filosofenschool is welwillender en vriendelijker, geen andere kent meer liefde voor de mensen en is meer gericht op het algemeen welzijn.”
Met deze tegenstelling is het tijd om te beginnen met de vraag: Wat is het stoïcisme? Het stoïcisme is een filosofie die 2300 jaar geleden ontstond in Athene, ongeveer 50 jaar na Plato (427 – 347). Zeno van Kition (335 – 265) stichtte zijn school bij de stoa poikile, de beschilderde zuilengang. Het Griekse woord voor zuil is stoa. Zeno kwam van Cyprus en leed schipbreuk in de buurt van Athene waar hij Krates van Thebe (365 – 285) ontmoette, een prominente Griekse filosoof en vertegenwoordiger van het cynisme. Zeno ging bij Krates in de leer en ontwikkelde zijn eigen theorie en stichtte zijn eigen school: het Zenoïsme of het Stoïcisme.
De stoïcijnen leerden dat je alles wat op je levensweg komt moet aanvaarden, en je je er tegelijkertijd niet bij hoeft neer te leggen. In de kern is dit niet een verheven theorie over abstracties, zoals de ideeënwereld van Plato en diens theorieën over het hiernamaals, maar een praktisch richtsnoer voor het dagelijks leven. Dit verklaart waarschijnlijk ook de hedendaagse populariteit. Als je nu een boekhandel binnenkomt is het vak voor de filosofie vaak voor 50% gevuld met stoïcijnse boeken.
Dit is nu echt een opleving, want in de geschiedenis van de filosofie is Plato heel lang dominant geweest. Misschien ook omdat er vanaf het begin van Plato veel geschriften bewaard zijn gebleven. Van de begintijd van de stoïcijnse scholen, de 3e eeuw voor Christus, is vrijwel niets bewaard gebleven, terwijl er toch veel werd geschreven. De drie grote stoïcijnen, Seneca, Epictetus en Marcus Aurelius, zijn van de eerste twee eeuwen van onze jaartelling.
Van Seneca, de staatsman en schrijver, is behoorlijk veel overgeleverd. Na beschuldiging van overspel werd hij door keizer Claudius verbannen en in deze crisis schreef hij brieven, dialogen en tragedies. Seneca was erg rijk en omstreden, maar eerlijk over zijn gebreken. Na de dood van Claudius werd hij door Agrippina, de vrouw van Claudius, teruggeroepen naar Rome om leraar en adviseur te worden van de minderjarige Nero. In die rol was Seneca de facto degene die het Romeinse Rijk bestuurde. Na een beschuldiging van samenzwering door Nero heeft Seneca een einde aan zijn leven gemaakt.
Epictetus (50 – 130) was geboren in slavernij, zijn naam betekent ‘verworven’. In die tijd was het niet ongebruikelijk dat slaven na verloop van tijd of na het overlijden van hun eigenaar de vrijheid verworven. Epictetus begon een school in Nicopolis. Het materiaal dat bewaard is gebleven zijn de aantekeningen van zijn leerling Arrianus en bestaat in hoofdzaak uit de Colleges en het Handboekje. Het werk van Epictetus is scherp, direct en empathisch. Zijn Handboekje met de kernprincipes was vanaf het begin erg populair.
Van Marcus Aurelius (121 – 180), de Keizer-filosoof, is maar één werk bewaard gebleven, zijn Meditaties. Dit is lastig te lezen omdat hij het schreef voor eigen gebruik. Het zijn privénotities die hij aan het oorlogsfront schreef als filosofische oefening, het was niet bedoeld voor publicatie.
Dan ons boek, dat ik samen met Dennis de Gruijter heb geschreven. Hierin proberen wij het hele terrein te verkennen en richten wij ons op het begrijpen van de hele theorie. Ook de bijzondere zaken, zoals bijgeloof en andere ongemakkelijke opvattingen. Wij geven niet alleen praktische tips, maar ook de visie op de natuur, de rede, de kosmos en de menselijke ziel die eronder ligt. Want zonder die context worden het al snel platitudes.
Het stoïcisme wordt steeds vaker gereduceerd tot lifehacks en inspirerende uitspraken. Denk aan de bestseller Drive van Mark Tuitert, waarin hij 10 praktische lessen geeft waarmee iedereen, voor elke situatie, een ‘stoïcijnse mindset’ kan trainen. Maar dat is slechts de top van een groot filosofisch systeem.
Filosofie als ambacht, een vaardigheid die je oefent, is de kern van stoïcisme. Niet praten over het goede leven, maar het goede leven doen, aan jezelf werken. Het volgende citaat van Epictetus geeft dit goed weer: “Een bouwvakker komt ook niet met de opmerking: ‘Moet je mij eens horen vertellen over huizen bouwen’; hij neemt de opdracht aan en laat zien dat hij zijn vak beheerst.”
De drie aandachtsgebieden van de stoïcijnse filosofie van Epictetus, die het hart van de stoïcijnse oefening vormen, zijn: de fysica, de ethica en de logica.
Bij de fysica gaat het om het streven en vermijden. Door de natuur te bestuderen leerden de studenten de ordelijkheid van het geheel kennen, welke plek de mens in het geheel inneemt en welke gedragsrichtlijnen daaruit volgen. Wat is werkelijk goed? Wat ligt in onze macht en wat niet?
In onze macht liggen onze overtuigingen, de omgang met impulsen, waar wij naar streven, wat wij willen vermijden. Een stoïcijn is blij als hij alles gedaan heeft aan de zaken die in zijn macht liggen en beseft dat hij hierin van nature vrij is.
En een stoïcijn zal niet boos worden als zaken die niet in onze macht liggen, zoals ons lichaam, ons bezit, onze reputatie en onze ambten, niet gaan zoals we het zouden willen. Dit zijn onzekere en vergankelijke zaken.
De begeerte om snel rijk of beroemd te worden, of in Michiel zijn geval om professor te worden, ligt bijvoorbeeld niet in je macht. Het streven om een goed mens te worden ligt wel je macht
Bij de ethica gaat het om de omgang met impulsen en plichten. Hoe handel ik, hoe gedraag ik mij in mijn rollen als ouder, partner, collega en burger?
De vier hoofddeugden om te komen tot een deugdzaam karakter fungeren hierbij als kompas:
- Wijsheid Helder oordelen over goed en kwaad
- Rechtvaardigheid Eerlijk handelen naar anderen
- Moed Standvastig blijven bij tegenslag
- Matigheid Zelfbeheersing in verlangens
Ook hier gaat het om zelfonderzoek en oefening. Als je op de snelweg wordt afgesneden en je voelt een boosheid opkomen, onderzoek dan of dit een werkelijk kwaad is. Verplaats je in de ander, welke redenen zouden er aan deze actie ten grondslag kunnen liggen. Of als je in een omstandigheid komt waarin je mee dreigt te gaan met de groepsdruk, probeer dan bij jezelf te blijven.
Bij de logica gaat het om de oordelen en overtuigingen. De stoïcijn vraagt: klopt die overtuiging? Stem ik terecht in? De stoïcijnen zijn niet tegen emoties. Ze vragen je om te onderzoeken welk oordeel eronder ligt. Tussen de gebeurtenis en je reactie zit een overtuiging: “Dit mág niet, dit is onrecht!” De stoïcijnen willen niet emotieloos worden, maar op de juiste manier voelen — passend bij de werkelijkheid. Het is een menselijke filosofie.
Als iets slechts mij overkomt, zoals de dood van een geliefde, weet ik dat het niet in mijn macht ligt, dat ik hier geen invloed op heb. En daarom wil ik mijn leven niet laten leiden door de angst voor de dood.
Het volgende citaat van Epictetus heeft heel veel mensen en zelfs de cognitieve gedragstherapie geïnspireerd: “Mensen worden niet in verwarring gebracht door de gebeurtenissen, maar door hun opvattingen over de gebeurtenissen.”
Michiel sloot af met de beroemdste leus van de stoa: “Je moet leven volgens de natuur”. Je bent onderdeel van het grote geheel van de kosmos. Accepteer de dingen zoals ze gaan. Het bewijs is dat je er gelukkig van wordt.
Michiel Buis kreeg een groot applaus bij de afsluiting van zijn inleiding.
Na de pauze worden de volgende vragen gesteld:
Kan u iets vertellen over de samenwerking met Dennis de Gruijter, de andere schrijver?
Michiel: Dennis werkt als stoïcijns coach en helpt bedrijven en individuen die vastlopen. Van Dennis komt dus de praktijk, de praktische invalshoek. En van mij komt de academische, de theoretische inbreng. Beide vullen elkaar goed aan.
Zelfdoding was blijkbaar geaccepteerd bij de stoïcijnen. Dit is voor mij een contradictie met een goed leven leiden. Zeker als zelfdoding gebeurt op basis van een verkeerde gedachte.
Michiel: De stoïcijnen identificeerden zich niet met hun lijf en ledenmaten maar met hun morele keuzes. Je mag je lichaam offeren als dat nodig is voor het behoud van een zuivere ziel. Als je van mening bent dat het niet meer waardig is om verder te leven. Cato de Jongere weigerde bijvoorbeeld om verder te leven onder het tirannieke regime van Caesar. Zijn integriteit was belangrijker dan zijn dood.
Nou dat was een goed verhaal, ik word ook stoïcijn. Maar ik begreep dat er dan eerst sprake moet zijn van een crisis. Wat voor soort crisis moet dat zijn?
Michiel: Het kan een persoonlijke crisis zijn, maar ook een crisis in de wereld waardoor je geraakt wordt. Het gaat om de prikkel die je aanzet tot het nadenken over de existentiële vraag naar wat het voor jou betekent om goed te leven. Nadenken over wat echt belangrijk voor je is.
Gedraagt de jeugd met hun headphones zich ook stoïcijns?
Michiel: Nee, zij sluiten zich daarmee af van de wereld in plaats van met een open blik de verbinding met anderen aan te gaan. Dat maakt een stoïcijn gelukkig.
Ik begrijp dat de stoïcijnse school al zo’n 2.500 jaar onveranderd is. Is er dan nooit kritiek geweest?
Michiel: De stoïcijnen waren het ook weleens niet met zichzelf eens. Belangrijk is dat het Christendom van de 4e tot de 15e eeuw zodanig dominant was, dat het alle filosofische scholen en richtingen vrijwel blokkeerde. Pas met Justus Lipsius (1547-1606), een Zuid-Nederlandse humanist, die probeerde de stoïcijnse filosofie met het christendom te verzoenen en hierbij ook een brug te slaan tussen de Katholieken en de Protestanten, kwam het stoïcisme weer langzaam terug in de belangstelling. Nu verschijnen er veel boeken en wordt het stoïcisme geüpdatet naar een hedendaagse versie. In Nederland probeert Mark Tuitert hier aan bij te dragen.
Ik heb moeite met alle oorlogen in de wereld en vraag me af wat ik daarin kan betekenen. Of moet ik als een stoïcijn alle agressie maar accepteren?
Michiel: De stoïcijnen vinden dat oorlog voeren tegen de menselijke natuur ingaat. De menselijke natuur is gericht op samenwerking. Wel kan het soms goed zijn om terug te vechten als je wordt aangevallen. Bij oorlog en ander onrecht moet je aanvaarden dat het er is, maar je je hoeft je er niet bij neer te leggen. Het is begrijpelijk en een teken van het zijn van een nobel mens dat jij ongelukkig zit te wezen, maar niemand heeft daar iets aan!! Dus probeer met goede moed iets te veranderen. Vergelijk het met de duurzaamheidscrisis, waarbij jouw individuele actie niets gaat veranderen maar dat je je er toch voor inzet.
U noemde dat het jaar 2015 een omslagpunt was in de opleving van het stoïcisme. Waarom dat jaar?
Michiel: In 2008 was er de bankencrisis die een impuls gaf aan het besef van de doodlopende weg van het neoliberalisme. En in reactie hierop verschenen er rond 2015 verschillende nieuwe titels zoals:
- Het obstakel is de weg van Ryan Holiday
- Stoïcijnse levenskunst van Miriam van Reijen
- De dagelijkse stoïcijn van Ryan Holiday en Stephen Hanselman
- Leer denken als een Romeinse Keizer van Donald Robertson
Was de klassieke stoa niet erg introspectief en individualistisch?
Michiel: Ja dat was heel gewoon. Door naar jezelf te kijken onderzoek je je eigen vooroordelen. Het is hierbij wel noodzakelijk dat je dat samen met anderen onderzoekt. In de stoïcijnse school kom je hiervoor met leerlingen en leraren bij elkaar. Het gaat om jezelf met jouw rol in de samenleving. Je wordt gelukkig als je een constructieve rol speelt in de samenleving.
In de subtitel van het boel staat: Aanvaard alles en leg je nergens bij neer! Waarom staat hier ‘en’ en niet ‘maar’?
Michiel: Goed dat u dit verschil opmerkt. In onze eerste versie stond ‘maar’. Het gebruik van ‘maar’ in een zin creëert een tegenstelling of beperking, waarbij de nadruk verschuift naar het deel na het woord ‘maar ‘. Dat was niet de bedoeling, want het eerste deel ‘aanvaard alles’ was voor de stoïcijnen zo vanzelfsprekend dat we hier niets aan af wilden doen.
Is het ‘handelen’ van Hannah Arendt gelijk aan het ‘handelen’ van de stoïcijnen?
Michiel: Misschien was Hannah Arendt hier stoïcijns 😊 Bij de stoa is de filosofie een ambacht, een vaardigheid die je oefent gericht op het beheersen van jouw interne reactie op de wereld. Omdat je het ideaal nooit bereikt en omdat de wereld verandert moet je hieraan blijven werken en jezelf opnieuw uitvinden om je te verhouden tot de wereld van nu. Het handelen van Arendt is gericht op het actief veranderen of vormgeven van de externe, politieke wereld.
Ik mis macht. Wij voelen ons onmachtig in de huidige gigantische crisis in de wereld. Wat moet ik later mijn kinderen en kleinkinderen vertellen?
Michiel: Ja ik heb ook twee kinderen en maak me zorgen. Maar als ik me zorgen maak dan gaat de wereld daar niet van veranderen. Bij deze worsteling is de stoïcijnse paradox van vrijheid van toepassing en die bestaat uit twee stappen:
- Erkenning dat je geen controle hebt over externe zaken. Een realistische kijk is dat wij onmachtig zijn; wij zijn een speelbal van het grote gebeuren;
- Hiermee krijg je de controle terug over je eigen leven en de vrijheid om volgens je eigen waarden te handelen.
Voor mijn kinderen wil ik het goede voorbeeld geven en het goede doen.
Als ik hoor dat de regering het illegaal verblijf in Nederland strafbaar wil stellen, dan denk ik: “dit kan gewoon niet”.
Michiel: Ja ook dit is de stoïcijnse uitdaging. Je hebt geen macht. Dan kan je wel boos worden, maar wie heeft daar wat aan? Je kan beter je stem laten horen en mensen actief helpen.
Maar het is toch ook wel goed om boos te zijn. Het kan wat in gang zetten.
Michiel: Prima, doe het dan ook.
Ik heb de film I Swear gezien. Die gaat over iemand die opgroeit met een ernstige vorm van het syndroom van Gilles de la Tourette. Hoe ga je daar op een stoïcijnse wijze mee om?
Michiel: Voor de patiënt geldt dat hij moet denken: wat mijn lichaam doet ligt niet in mijn macht. Wel de wijze hoe ik hiermee om ga. Zijn omgeving kan denken: iedereen heeft zo zijn gebreken. Als iemand zich naar of vreemd gedraagt zal hij daar wel een reden voor hebben. Laat ik mij eens verplaatsen in zijn positie. In zijn algemeenheid is het voor een boos iemand ook fijn als hij iemand tegenkomt die aardig tegen hem is.
Met dit antwoord werd de avond afgesloten en bedankte Hanno de inleider Michiel Buis voor de sfeervolle en boeiende lezing. Er klonk een langdurig applaus, maar Michiel bleef hier stoïcijns onder.
Gerrit van Elburg