Jannah Loontjens – Roaring Nineties

Impressie van de bijeenkomst van het Filosofisch Café Haarlem op 26 april 2018

Op deze avond hield Jannah Loontjens een inleiding over Waarheid en Verbeelding naar aanleiding van haar boek Roaring Nineties.

Jannah Loontjens voltooide een deel van haar filosofiestudie in New York bij de filosoof Derrida en studeerde af op Heideggers denken over Hölderlin. Naast haar schrijverschap doceert Loontjens filosofie en literatuuranalyse aan ArtEZ en ISVW. Haar recentste boek, Wie Weet, is van maart 2018.
In 2012 promoveerde ze bij de leerstoelgroep Algemene Literatuurwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.

Met een PowerPointpresentatie startte Jannah haar inleiding: Waarheid <-> Verbeelding

Waarheid wordt normaliter geassocieerd met non-fictie en verbeelding met fictie. Maar Jannah gaf aan dat haar stelling is dat zij dichter bij waarheid komt met fictie dan met verbeelding.

Verbeelding is het aanwezig stellen van datgene wat feitelijk afwezig is. Volgens Hannah Arendt (1906 – 1975) is dat de unieke gave van de geest. Maar wat is dan waarheid? Vraagt Jannah aan de zaal. Er komen diverse reacties: Objectief, Subjectief, Persoonlijk, Bewijsbaar, Eerlijk, Correct, Juist, Moreel hoogstaand, De werkelijkheid en Feitelijk.
Voor Jannah is waarheid Oprecht, Open, Eerlijk en Objectief. Dat kan zij met fictie beter benaderen dan met non-fictie.

Ook in de loop van de geschiedenis is er een ontwikkeling geweest in het denken over waarheid.
Plato (427 – 347 BC) gaf aan dat waarheid metafysisch en goddelijk is. Met de grot-allegorie gaf Plato aan dat wij mensen in de schaduwwereld leven van de grot. Wij zijn in de grot op zoek naar inzicht, naar de hogere idealen om betere mensen te worden. Maar wij leven in de illusie van de grot. De waarheid is daar voor ons niet te vinden, die is buiten de grot, die is metafysisch en goddelijk.

Later, in de Verlichting kwam er met René Descartes (1596 – 1650) een meer wetenschappelijke en onbetwijfelbare definitie: Waarheid is objectief en bewijsbaar. In zijn boek de Meditaties begint Descartes zijn zoektocht naar onbetwijfelbare kennis op paradoxale wijze, door aan alles te twijfelen waaraan hij ooit geloofd heeft. Deze waarheid gaat voorbij aan het subjectieve van het inzicht en de invloed van de persoonlijke beleving.

Weer iets later komen we bij de wat minder bekende taalfilosoof Ferdinand de Saussure (1857 – 1913) terecht. Voor De Saussure is waarheid afhankelijk van de context. De Saussure staat hiermee aan het begin van een stroming die later bekend wordt als het structuralisme. Hiermee wordt afstand genomen van de objectieve en bewijsbare waarheid van Descartes. Ook in de kunst werkt deze stroming door, met het tentoonstellen van het Urinoir van Marcel Duchamp in een museum in 1917 als bekend voorbeeld.

De Saussure is van grote invloed geweest op andere filosofen zoals Jacques Derrida, Michel Foucault, Judith Butler en Jean-François Lyotard. Deze filosofen, die in de late 20e eeuw bekend worden als poststructuralisten, zeggen dat waarheid niet alleen afhankelijk is van de context maar óók van de persoon die naar de waarheid kijkt. Deze post-structuralisten zeggen: we creëren werkelijkheden met taal, maar ook laat taal ons op een bepaalde wijze over de werkelijkheid denken!
Jannah geeft het voorbeeld van het beeld van een Palestijnse jongen die stenen gooit naar Israëlische militairen. Afhankelijk van wie dit beeld ziet is het een vrijheidsstrijder of een terrorist.

In de kunst en literatuur komt het postmodernisme op, een stroming die op vergelijkbare wijze is gericht op de ideologische structuren van de samenleving en de persoonlijke identiteit.
Jannah geeft aan dat zij in haar roman ‘Wie weet’ de waarheid heeft gezocht door één gebeurtenis, de aanslag op Charlie Hebdo, door 9 verschillende karakters te laten beschrijven. De waarheid in haar fictie is subjectief, persoonlijk en eerlijk.

Jannah bespreekt kort haar boek Roaring Nineties en heeft een aantal foto’s en selfies uit die jaren 90 meegenomen. Jannah geeft aan dat ze hiermee kan bewijzen dat het echt gebeurd is. Maar ook dat we nu in zo’n selfie cultuur zitten dat een gebeurtenis, een beleving pas echt is als er een selfie van is gepost op Instagram.


Na de pauze ging Jannah Loontjens in op vragen en reacties vanuit de zaal.

De eerste vraag gaat over hoe je vanuit de 9 waarheden van de 9 karakters in het boek
‘Wie weet’ nu komt tot één waarheid.
Jannah gaf aan dat voor haar de waarheid geschakeerd is, een caleidoscoop met veel overlappingen.
Dit komt ook omdat zij erg gecharmeerd is van het poststructuralisme. Hierin wordt afstand genomen van de idee dat er één waarheid is, één onderliggende structuur, die door een autoriteit wordt bepaald. Waarheid is voor poststructuralisten meervoudig en instabiel.

Een reactie daarop was als er zoveel waarheden en zoveel perspectieven zijn dan wordt de waarheid een fictie en derhalve non-existent.
Jannah gaf aan dat in haar visie waarheid afhankelijk is van de context en van de persoon die naar die waarheid kijkt. Deze kritische poststructuralistische benadering gaat in tegen de eendimensionale benadering van waarheid door machtssystemen.

Een spreker vroeg zich af hoe Jannah nu, vanuit haar persoonlijke ervaringen, de tijdgeest uit de jaren 90 kan duiden, als zij er maar zo’n klein gedeelte van is. Het is dan toch een klein perspectief?
Jannah geeft aan dat het toeval is geweest dat zij deel heeft uitgemaakt van een aantal gebeurtenissen (RoXY, Supperclub) die later als iconen van de jaren 90 te boek kwamen te staan. En dat daarom haar duiding van deze periode een goede duiding is van de tijdgeest.

Als er zoveel waarheden zijn moeten we dan alle waarnemingen opnieuw onderzoeken?
Jannah geeft aan dat je niet alles hoeft te wantrouwen. Je kritische wantrouwen zet je selectief in, de ene journalist geloof je wel en de ander niet. Een pluriforme pers is van groot belang.

Een spreker wilde terug naar de macht van de verbeelding en gaf aan dat Jannah zich in haar leven verschillende identiteiten heeft aangemeten, krakerskind, punker, gogodanseres, filosoof. Hoever gaat eigenlijk de macht van de verbeelding bij het vormen van je identiteit?
Jannah geeft aan dat de macht van de verbeelding heel ver gaat bij het vormen van je identiteit. Een mooi voorbeeld is je kleding. Na verloop van tijd wordt dat je tweede huid, jouw imago.

Hoe kijkt Jannah aan tegen de kritiek die zij kreeg omdat ze in haar roman ‘Wie weet’ personages opvoert met een Marokkaanse en Somalische achtergrond?
Jannah geeft aan dat dit ‘omgekeerde identiteitspolitiek’ is. Alsof zij als witte geprivilegieerde schrijver de stem van de minderheid toe-eigent. Jannah vindt deze kritiek onterecht, als schrijver moet je je gewoon kunnen verdiepen in ieder ander en daarover kunnen schrijven.

Weer even terug naar de waarheid en de veel gehoorde uitspraak: dat is ook maar een mening. Hoe moet je hier mee omgaan, hoe maak je dit hanteerbaar?
Jannah geeft aan dat zij in bepaalde principes blijft geloven. Als voorbeeld zijn er heel veel cultureel bepaalde normen, maar voor haar is vrouwenbesnijdenis altijd fout.

Een spreker gaf een mooi voorbeeld dat er ook in de taal geen zekerheid meer is. Hij deed een taalspelletje waarbij zijn kleinzoon steeds het tegenovergestelde moest noemen. Bij het noemen van eb kwam er geen vloed maar Facebook. Want volgens de kleinzoon is Facebook geen App.
Jannah geeft aan dat haar kinderen ook woorden oppikken uit de straattaal die zij niet kent.

Een spreker gaf aan dat hij een beetje somber wordt. Er is geen waarheid meer, uit het filosofisch essay van Femke Halsema, Macht en Verbeelding, blijkt dat er geen idealen meer zijn en Bas Heijne schetst in zijn boek en op TV een beeld van een groeiend onbehagen. Hoe moeten we verder?
Jannah wordt er ook niet vrolijk van. Femke Halsema geeft aan dat rechts goede sier maakt met de oude idealen van links en dat links een beter verhaal moet maken. Veel mensen keren zich nu af van de gevestigde structuren. Wel zijn er op buurtniveau lichtpuntjes in het samenwerken tussen mensen.

Iedereen zit tegenwoordig in zijn eigen bubbel en praat niet met mensen buiten deze bubbel. Moeten we niet terug naar Plato, op zoek naar inzicht, naar de hogere idealen om betere mensen te worden?
Jannah is het hiermee eens, praat ook met mensen buiten je bubbel. Voor haar was dat ook een reden om haar boek te schrijven over de aanslag op Charlie Hebdo vanuit verschillende personages vanuit verschillende bubbels.

Een spreker gaf aan dat zij het wel prettig vindt in haar bubbel, maar zich bewust is van het feit dat zij in een bubbel zit.
Jannah geeft aan dat zo’n isolerende bubbel op zich niet zo’n groot punt is maar dat bijvoorbeeld de algoritmes van de sociale media zoals Facebook dat wel zijn. Deze algoritmes gaan steeds meer jouw wereldbeeld bepalen.

Het was een geanimeerde avond waarin we een beter zich op Waarheid en de kracht van Verbeelding hebben gekregen.

Gerrit van Elburg