Hans Alma – Verlangen naar zin

Impressie van de bijeenkomst van het Filosofisch Café Haarlem op 20 april 2022

Op deze avond hield Hans Alma voor 65 aanwezigen een inleiding over haar boek Het verlangen naar zin. De zoektocht naar resonantie in de wereld. Dit boek is genomineerd voor Beste Spirituele Boek 2021.

Hans Alma (1962) werkt als hoogleraar geestelijke zorg en religieus humanistische zingeving aan de Faculteit Religie en Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Daarnaast heeft zij een praktijk als coach en trainer in een ‘werkplaats voor zinvol leven en werken’. www.hansalma.com & h.a.alma@vu.nl

Hans gaf aan dat zij dit boek heeft geschreven om hoop te houden in deze lastige wereld. Het boek is een verslag van haar zoektocht naar zin. Het is ook van belang voor anderen want iedereen verlangt naar een zin- en waardevol leven en geeft daar op een eigenzinnige manier vorm aan.

Met de titel, Verlangen naar zin, wil ze verder gaan dan cognitieve activiteit van betekenisverlening, van zingeving. Zingeving voor Hans is ook meer een resonantie die je kan voelen bij vriendschappen, bij het zien van kunst of bij het zijn in de natuur. Dat je hierbij geraakt wordt en dat er iets in beweging wordt gezet dat verband houdt met wat je als goed ervaart. Het is meer een lichamelijke dan een cognitieve ervaring.

Het verlangen naar zin komt voort uit onze vroegste lichamelijke ervaringen met de wereld, het is meer een ontwikkelingspsychologisch perspectief. De psycholoog Erik Erikson (1902 – 1994) heeft met zijn boek Basic trust vs basic mistrust waardevolle zaken geschreven over de vertrouwensvolle relatie tussen moeder en kind. Na de geboorte ervaart het kind de wereld op een lichamelijke en zintuigelijke manier en verlangt dan naar geborgenheid. Vanuit deze geborgenheid komt de nieuwsgierigheid om de wereld te ontdekken. Deze vroeg kinderlijke ervaring van geborgenheid blijft voor de rest van ons leven bepalend voor de wijze waarop wij zin zoeken.

Deze vroeg kinderlijke, lichamelijke ervaringen bepalen ook de kwaliteit van onze relatie tot de wereld. Dat je er mag zijn in de wereld, dat de wereld een goede plek is, is dan ook een lichamelijke herinnering.
Via ‘role-taking’ kijkt het kind door de ogen van een ander naar zichzelf en leert betekenis geven aan wat het voelt, denkt en doet. Dit is het afstemmen op de ander dat het kind als sociaal wezen doet en waarbij de ontwikkeling van het zelf, in relatie tot anderen, vorm krijgt.

In culturele context krijgt het kind sociale verbeeldingen aangereikt van wat gewenst en mogelijk is. De Canadese filosoof Charles Taylor (1931) heeft in zijn boek Bronnen van het zelf, aangegeven dat verhalen hierbij erg belangrijk zijn. Met verhalen, bijvoorbeeld familie-anekdotes, wordt op impliciete wijze overgedragen waar we vandaan komen, hoe we op dit huidig punt zijn beland en wat onze bestemming is. Wij hebben als het ware een narratief zelf.

Omdat wij als mensen niet 100% door ons instinct worden bepaald, kunnen wij ook zin ervaren en hiernaar verlangen. Dit is gebaseerd op twee pijlers, de eerder genoemde geborgenheid en nieuwsgierigheid en onze mogelijkheid van de sociale verbeeldingen van het goede. De wereld verschijnt niet alleen aan ons in haar feitelijkheid, maar ook in haar mogelijkheid. Met onze verbeeldingskracht kunnen wij voorstellen dat het ook anders kan zijn, dat je iets kan betekenen in de wereld, dat je van waarde kan zijn. Dit is de grondslag van ons verlangen naar zin.

De verbeeldingskracht is het vermogen om het gegevene te zien in het licht van het mogelijke. Dit is geen fantasie, ‘Ik zit op een zonnig strand’ en geen negatieve verbeelding van ‘Dat verbeeld jij je maar’; het is positieve verbeeldingskracht. Bijvoorbeeld het aandachtig kijken naar de ander en zijn potentie zien. Het vermogen om zich voorstellingen te maken van dat mogelijke.

Hierbij is ook het vermogen om van perspectief te wisselen en (kritisch) te reflecteren op die voorstellingen belangrijk. Wat betekent mijn idee voor de ander. Een soort correctiemechanisme op een te sterke verbeelding. Bij de oorlog in Oekraïne ga je van een abstracte veroordeling van deze oorlog vanaf je luie bank niet opeens afreizen om daar te vechten, maar kom je tot concrete acties wat je kan doen; bijvoorbeeld mensen opvangen of geld of goederen doneren.

Levensbeschouwingen zoals religies en het humanisme hebben van oudsher onze verbeelding gevoed met voorstellingen van het goede leven. Dit zijn de bronnen waaruit we kunnen putten.
Met de modernisering, secularisering, individualisering en globalisering, hebben de institutionele levensbeschouwingen een groot deel van hun vermogen, hun kracht verloren om mensen te voeden in hun zoeken naar zin. Nu zijn het individuele zoektochten geworden. Met het boek, Het verlangen naar zin, wordt onderzocht hoe deze grote verhalen toch nog een bijdrage kunnen leveren aan deze individuele zoektocht.

Hoe kan verbeelding in deze situatie werkzaam zijn in het nastreven van het goede? Hans gebruikt hiervoor het verhaal van de Simoerg dat gelijk bij haar resoneerde toen ze het hoorde. Het is het verhaal verteld door de Belgisch-Iraanse actrice en theatermaakster Sachli Gholamalizad gebaseerd op het gedicht De samenspraak van de vogels van de Perzische dichter Farid ud-Din Attar.

Alle vogels ter wereld komen bij elkaar om op zoek te gaan naar een leider. Het zoeken van de vogels naar een vorst levert aanvankelijk geen resultaat op. Het is de hop die de andere vogels duidelijk maakt dat zij wel degelijk een koning hebben, die hen steeds nabij is, al zijn zij ver van hem. Het gaat om de Simoerg, die van zijn bestaan blijk heeft gegeven door een veer te laten neerdwarrelen. De opwinding van de vogels is groot en zij willen de Simoerg, hun vorst, gaan bezoeken. Als de hop duidelijk maakt dat de weg lang en gevaarlijk is, haken steeds meer vogels af. De eend wil het water niet verlaten, de valk maakt duidelijk dat de menselijke meester voor hem voldoende is, de kwikstaart voelt zich te zwak, de pauw wil zijn verlangen naar een aards paradijs niet opgeven, en zo hebben vele vogels een excuus dat bij hun aard en levenswijze past. De hop prikt al die excuses door en verzamelt uiteindelijk een grote groep vogels die de tocht willen aanvaarden. Hun reis voert door zeven valleien, die elk hun eigen uitdagingen, verleidingen en risico’s kennen: de Vallei van Zoeken, Liefde, Inzicht, Onthechting, Eenheid, Verbijstering en tenslotte Ontbering en Uitwissing. Sommige vogels keren alsnog terug of raken de weg kwijt, andere vogels sterven. De hop moet de vogels steeds aanmoedigen en overtuigen. Hongerig, kaal en verzwakt komen uiteindelijk dertig vogels aan bij de berg waar de Simoerg zijn paleis heeft. Ze worden binnengelaten maar treffen niemand aan. Wanhopig vliegen ze door de lege zalen en galerijen. Zo vinden ze de binnentuin met in het midden een groot meer. Nog steeds is er niemand te zien. Wanneer de vogels over het water vliegen en de waterspiegel hen reflecteert, doemt uit die reflectie van dertig vogels echter een gestalte op. Uit de eenheid die zij in hun gezamenlijk zoeken vormen, komt de Simoerg tevoorschijn. Zij zijn de Simoerg, niet in hun afzonderlijke weerkaatsing maar in het grotere geheel waarvan zij deel uitmaken.

Het verhaal van de Simoerg komt uit de soefi-poëzie, de mystieke tak van de spirituele traditie van de islam, en is een metafoor voor een spirituele reis vanuit het verlangen naar zin. Het veertje staat hierbij symbool voor wat je raakt en uitnodigt en jou appelleert met de vragen:
·       Waar ben jij naar op zoek in spirituele zin, of: wie of wat raakt je en nodigt je uit?
·       Wat houdt je tegen om op reis te gaan?
·       Wat zie jij oplichten in je spirituele zoeken, of: welk antwoord krijg en geef je in dat zoeken?

Dit is ook de basis voor de studenten van Hans die zij opleidt tot geestelijk verzorger. De studenten komen bijvoorbeeld te werken in ziekenhuizen of gevangenissen.
In spiritualiteit zit ook het woord spiritus ofwel adem, de levensadem die alles doortrekt als bron, inspiratie en motivatie van leven. Dit is het eerste antwoord van een baby op de wereld.

De Nederlandse filosoof Otto Duintjer heeft in Onuitputtelijk is de waarheid, de spiritualiteit als oefenpraktijk of leerproces beschreven, als iets dat ons in gang zet, als iets dat ons raakt en uitnodigt, als de wijze waarop wij leren antwoorden met bestaansbevestiging.
Onze verbeeldingskracht voedt de spiritualiteit, opgevat als het vinden van een passend antwoord op wat ons raakt en uitnodigt. Deze verbeeldingskracht heeft Hans uitgewerkt in een verbeeldingscyclus van zes stappen die elkaar opvolgen:
1.     Aandacht: Aandachtige waarneming die recht doet aan wat we zien, de potentie in een vriend. Dus niet de functionele waarneming die alleen vraagt naar het nut. En niet de onverschilligheid of het wegkijken.
2.     Associatie is het betrekken van herinneringsmateriaal op de actuele situatie: wat zijn je bronnen?:
·       (Feiten)kennis
·       Vroegere ervaringen/levensgeschiedenis
·       Sociale bronnen
·       Traditie (cultureel, levensbeschouwelijk
Je associatie is een tweesnijdend zwaard, naast verruiming kan het je ook vernauwen!
3.     Experiment is het spelen met je waarnemingen en associaties om daaruit iets nieuws te laten ontstaan. Dit is het zoeken naar verrijking en verdieping. Wat voor verwachtingen schept dit? Hoe kan ik dit vormgeven?
4.     Anticipatie is de verwachting van nieuwe (handelings-) mogelijkheden die voortvloeien uit het experiment: wat is je droom? wat wil je realiseren? Dit is de stap van inkeer van focus!
5.     Expressie is het tot uitdrukking brengen van de geanticipeerde (handelings) mogelijkheden en het doen ontstaan van nieuwe. Dit is de actie waarbij het materiaal wordt getoetst aan de werkelijkheid en waarin meebewogen wordt met het materiaal om te komen tot iets nieuws dat niet van te voren is bedacht.
6.     (Kritische) reflectie op wat tot uitdrukking is gebracht, vanuit zoveel mogelijk perspectieven. Dit voorkomt dat onze verbeelding met ons op de loop gaat en ongewenste of zelfs destructieve resultaten oplevert.
Hans gebruikt deze verbeeldingscyclus met haar studenten om te zorgen dat zij hun eigen verbeeldingskracht kunnen ontwikkelen om de wereld met de mensen daarin te kunnen begrijpen, zich hierin thuis te voelen, zich hiermee verbonden te voelen en hiermee goed hun werk kunnen doen.


Na de pauze startte de dialoog

De 1e spreker gaf aan dat hij vroeger een collega had die steevast zei: een dag niet gelachen is een dag niet geleefd, en vroeg, moet ik dat nu veranderen in een dag niet geresoneerd is een dag niet geleefd?
Hans vond dit een leuke gedachte en gaf aan dat het resoneren niet alleen bij grote dingen optreedt maar ook bij de kleine verrassingen van alle dag of bij het bewust genieten van je 1e kop koffie in de ochtend.

De volgende spreker vroeg of Hans wilde uitleggen waarom ze in het begin van haar inleiding de zin centraal stelde en naar het einde toe meer het goede.
Hans gaf aan dat de zin en het goede nauw met elkaar samenhangen. Het 1e gedeelte van de inleiding ging over de sociale verbeelding van het goede, als één van de twee pijlers om zin te kunnen ervaren. En het 2e gedeelte van de inleiding ging meer over de wijze hoe je met spiritualiteit en met anderen kan komen tot jouw levensbeschouwelijke bronnen van het goede. De Amerikaanse filosoof John Dewey (1859 – 1952) beschrijft in zijn boek A Common Faith, hoe het verlangen een inspiratie kan zijn, leidend kan zijn voor het bereiken van jouw idealen, jouw beeld van het goede.

Een volgende spreker gaf aan dat hij wel zin heeft in het leven, maar vroeg zich af hoe de studenten van Hans, als ze geestelijk verzorger zijn geworden en andere mensen moeten helpen, omgaan met mensen die cynisch zijn geworden of totaal geen zin meer hebben in het leven.
Hans vertelde dat hier geen algemeen recept voor is, dat aandacht geven het fundament is zonder hierbij de pijn over te nemen. Zij leert haar leerlingen om bij hun eigen bronnen van kracht te komen, om daarmee hun weerbaarheid te vergroten en hierdoor ook echt bij de ander te kunnen zijn. Hun daardoor soms iets kunnen aanreiken, hoe klein dit ook kan zijn. De innerlijke vorming hoeft niet te leiden tot iets groots, een klein gebaar kan voldoende zijn.

Een volgende spreker merkt op dat dit mooi aansluit bij de missie en de visie van het Leger des Heils, om de mens in de ander te zien.
Hans beaamde dat dit een mooi voorbeeld is van aandacht, kracht en mogelijkheden zien.
Vanuit haar achtergrond als verzorgende in de psychiatrie vulde een volgende spreker aan dat in elk mens het verlangen zit om op het goede spoor te komen.
Hans was het hier mee eens dat dit een heel fundamenteel uitgangspunt is, de basis om te zoeken hoe je elkaar kan ontmoeten.

Hoe kijkt u naar de balans in het leven?
Hans gaf aan dat we dat allemaal zoeken, dat we allemaal in harmonie en evenwicht willen leven, maar dat dit voor iedereen verschillend is en zelfs per situatie verschillende vormen kan aannemen.
Maar als er balans is dan is er naast het goede dus ook het kwade, het duistere?
Hans vond het idee van een balans tussen goed en kwaad een lastige. Zij heeft niet het mensbeeld dat de mens van nature goed is. Misschien is de tegenhanger van het goede (in de ander te willen zien) wel de onverschilligheid ten opzichte van de ander.

Na een bedankje voor de inspirerende inleiding gaf de volgende spreker aan dat hij op zoek was naar de filosofische dimensie. Spinoza komt bijvoorbeeld met de verbeelding en de rede tot een uitwerking van de emoties. Zijn dit ook thema’s van Hans?
Hans gaf aan dat haar thema’s niet zozeer aansluiting vinden bij Spinoza maar eerder bij Kant met zijn disharmonie tussen de verbeeldingskracht en de rede. En dat zij minder uitgaat van de individuele wil en de wilskracht, maar veel meer relationeel werkt, de ander uitnodigt om samen antwoorden te vinden.
Dit doet mij denken aan het appèl bij Levinas: het beroep op de individuele verantwoordelijkheid.
Hans: Ja dit is ook weer een mooie aanvulling, ik gebruik het appèl ook als iets dat dwingender is in relatie tot de ander.

Deze benadering van zingeving en levensbeschouwing is goed begrijpelijk maar ook strijdig met de psychiatrische aanpak waarbij voor iedere denkbare ziekte wel een behandelprotocol is voorgeschreven.
Hans: Ja, het klopt dat in de DSM een overzicht wordt gegeven van alle bekende psychische stoornissen (de huidige DSM-5 telt 1.200 pagina’s). Maar ook het verzet tegen het labelen van iedere afwijking groeit. De Belgische psychiater Dirk de Wagter ageert hiertegen en geeft aan dat hierdoor de normaliteit versmalt. Verder vertelt hij zijn studenten dat ongelukkig zijn gewoon bij het leven hoort. (Boek: De kunst van het ongelukkig zijn).

Ik vond het een mooi beeld van die vogels die zoeken naar een nieuwe balans en waarbij de hop een appèl doet om de samenwerking te vergroten.
Hans: Ja de gemeenschapsvorming is nu anders, maar het blijft van belang om hier met elkaar gestalte aan te geven.

Weet u hoe uw studenten omgaan met hun eigen lijden?
Hans: Als er studenten zijn die vanuit hun eigen pijn voor deze opleiding kiezen als een manier om hiermee om te gaan, dan zijn hier natuurlijk risico’s aan verbonden. Zij moeten als geestelijk verzorger wel professioneel handelen waarbij zij hun eigen kwetsbaarheid hebben omgezet in kracht. Anders krijgen ze al snel compassiemoeheid.

Van oudsher komen de geestelijk verzorgers uit de kerk, waar komen ze nu vandaan?
Hans: Ja het is nu gevarieerder. Naast studenten met een christelijke achtergrond komen er ook studenten met een moslim- of hindoeachtergrond, en ook steeds meer niet-religieuze studenten die bezig zijn met bewustwording en levensverbinding.

Met die verbeeldingscyclus van zes elkaar opvolgende stappen had ik de associatie met zelfhulpboeken waarbij dan de opdracht is om iedere week zo’n cyclus te doorlopen.
Hans: Zo gebruiken we het tijdens de opleiding wel en ik ben bezig om hier ook een werkboek voor te maken. En zelf pas ik het ook zo toe en mijn ervaring is dat het een makkelijke manier is om te vertragen. Dat het hierdoor heel verrijkend is, en zorgt dat ik makkelijker creatief wordt.

Mijn ervaring is dat soldaten met PTSS en/of verslavingsproblematiek meer baat hebben bij hulpgroepen met gelijkgestemden. Zijn uw geestelijk verzorgers dan nog wel nodig?
Hans: Ja met die lotgenotengroepen worden goede resultaten bereikt, maar er zal toch iemand nodig zijn om het gesprek op gang te brengen, te faciliteren en de mensen te bereiken en uit te nodigen.

Gerrit bedankte na deze laatste vraag Hans Alma, die vervolgens een groot applaus kreeg voor haar inleiding en voor het beantwoorden van de vragen.

Gerrit van Elburg