Pablo Lamberti – Een oefening in leven

Op deze avond hield Pablo Lamberti voor 65 bezoekers een inleiding over zijn boek Een oefening in leven. Filosofie als ambacht.

Pablo M. Lamberti (1985) studeerde filosofie en bedrijfswetenschappen en promoveerde op een proefschrift over luisteren als spirituele oefening in de Griekse en Romeinse oudheid. Hij houdt zich intensief bezig met interculturele filosofie en bestaansethiek. In 2021 verscheen zijn debuut Strijdvaardig leven.  pablolamberti@protonmail.com

Pablo Lamberti begon zijn inleiding met te zeggen dat hij als toekomstig Haarlemmer het speciaal vindt om hier zijn inleiding te verzorgen én dat als hij soms niet helemaal coherent overkomt, dit het gevolg is van een drukke dag die hij achter de rug heeft; zijn diner bestond uit een half potje babyvoeding, wel makkelijk maar niet lekker.

De kern van zijn boek draait om de vraag: Hoe word je filosoof? Pablo geeft aan dat deze vraag hem al lang bezighoudt. Filosofie is namelijk het enige vak dat zichzelf bevraagt. Het is geen studie medicijnen. Je kan filosofie studeren, hierbij veel boeken lezen, promoveren en een academische loopbaan volgen. Maar dat maakt je nog geen filosoof. Pablo geeft aan dat voor hem van belang is dat je leeft als filosoof. Een leerling van Epictetus (50 – 130) kwam naar hem toe en vertelde dat hij vooruitgang heeft geboekt door het lezen van een verhandeling van de stoïcijn Chrysippus (280 – 207 v. Chr.). Epictetus zei alleen: ‘En wat doe je ermee?’.

Het is alsof ik tegen een atleet zou zeggen: ‘laat me je schouders zien, en hij dan zou reageren met: je moet mijn halters eens zien! Ach ga toch weg met die halters! Wat ik wil zien is: wat hebben ze opgeleverd?’

Filosofen zoals Kierkegaard en Hegel hebben hun theorieën tot prachtige paleizen gevormd maar zijn zelf in het tuinhuis gaan wonen om vandaar hun paleizen te bewonderen. Zij hebben dan niet in lijn met de gedachten van Plato en Socrates zichzelf getransformeerd. Een paleis bouwen is prima maar je moet dat ook bewonen, je moet gaan leven volgens jouw theorie.

Pablo vertelt dat zijn boek Strijdvaardig leven uit 2021 gaat over filosoferen als strijd en dit in het spoor van Socrates, Seneca en de Samoerai. Het is een strijd met jezelf, weg van de dwaasheid richting de wijsheid. De strijd wordt gevoerd op het vlak van de vier kardinale deugden: rechtvaardigheid, moed, verstandigheid en matigheid. Dit strijden eigen maken leidt tot een persoonlijke transformatie. Dat is zwaar en het verdragen van de pijn van de weeën van de spirituele wedergeboorte is voor weinigen weggelegd.

In zijn boek Een oefening in leven. Filosofie als ambacht trekt Pablo ook ten strijde tegen de trend dat iedereen een stoïcijn kan zijn, van Mark Tuitert tot Andrew Tate. Dit soort mannen maken van het klassieke stoïcisme een soort ‘broïcisme’, een vaak hypermasculiene interpretatie van stoïcijnse principes. De nadruk ligt hierbij op emotionele controle, discipline en onverschilligheid tegenover externe omstandigheden, als middel om succes, zelfvertrouwen en mannelijkheid te versterken. Hierover heeft Pablo een interview gegeven aan Annemijn Groeneveld dat in de Trouw is verschenen. Hierin geeft Pablo aan dat het broïcisme, als een te versimpelde versie van de oorspronkelijke filosofie, het kern-idee mist van de klassieke stoa, die zich richtte op de transformatie van de ziel, samenwerking met anderen in dienst van de gemeenschap en een leven in harmonie met de kosmos.

Ook de Olympische sporters uit die tijd streden niet voor zichzelf, maar voor de eer van hun dorp, stad of staat. Hier telde alleen de winst en waren er geen medailles voor tweede of derde plaatsen.

De filosofie als praktijk kan je goed vergelijken met piano spelen. Je moet dit je leven lang beoefenen, er is geen einddoel want het kan altijd beter.

Pierre Hadot (1922 – 2010), de nestor van de Franse filosofie en de leermeester van de meest gelezen filosoof Michel Foucault (1926 – 1984), heeft in Oefeningen van de geest, het antieke denken en de kunst van leven (1981) de belangrijkste ideeën en inzichten van klassieke denkers zoals Socrates, Epicurus, Marcus Aurelius en Seneca, over het goede leven beschreven. Hij laat zien hoe je door regelmatig te mediteren, te lezen, te discussiëren, te luisteren en op te letten, een houding kunt ontwikkelen waarmee je bewuster in het leven staat. Het ging om de transformatie van de ziel, het worden van een ander mens.

Deze oefeningen waren niet complementair, maar constitutief om te spreken van een filosofische levenshouding. Het was de hoofdactiviteit van een filosoof om te oefenen. Deze oefeningen worden in drie categorieën ingedeeld:

  • Aandacht, memorisatie en meditatie
  • Intellectuele oefeningen: lezen, luisteren, dialoog en grondig of diepgravend onderzoek
  • Praktische oefeningen

Aandacht, memorisatie en meditatie
Eckhart Tolle steunt voor zijn boek De Kracht van het Nu voor een groot deel op de aandachtsoefeningen van het stoïcisme. De boodschap van Tolle is dat wij niet onze gedachten zijn, we kunnen ze zonder oordeel observeren en loslaten. Wanneer dat lukt, krijg je ruimte om te aarden in het ‘nu’. Bij de stoïcijnen was de aandacht gericht op wat er ‘buiten’ gebeurt en wat dit betekent voor mijn emoties ‘binnen’. De tweede stap, het onderzoek van die emoties, is moeilijker. Het hangt van jou persoonlijk af wat je wil met die emotie en of je in actie moet komen om je te bevrijden van die emotie.

De hedonist Epicurus (341 – 270 v.Chr.) beweerde dat geluk het grootste goed is en hanteerde de basisregel: vermijd alles wat pijn doet en doe juist de dingen die plezier brengen. Hij gaf zijn leerlingen een compendium van zijn filosofie met de opdracht om dit uit het hoofd te leren, te memoriseren. Met het paraat hebben van fundamentele waarheden, dogma’s en filosofische vermaningen zouden zijn leerlingen sneller kunnen handelen.

Ook de meditatieoefeningen waren erop gericht om een voorstelling te maken van een toekomstige situatie waarin je terecht zou kunnen komen en je te bevrijden van de negatieve emoties die daarmee gepaard gaan. Wat is er tegen om, terwijl je afscheid neemt van een vriend, zachtjes bij jezelf te zeggen: ‘Morgen zul je op reis gaan, of anders ik, en dan zullen wij elkaar nooit meer zien’.

Intellectuele oefeningen: lezen, luisteren, dialoog en grondig of diepgravend onderzoek
Het lezen toen is heel anders dan ons hedendaagse lezen. Het is een spirituele oefening, hardop lezen, de tekst, de woorden laten resoneren, herhalen en mediteren over begrippen.

Ook het luisteren was actiever dan het hedendaagse luisteren. Je luisterde tijdens een lezing om er iets goeds voor jezelf uit te halen, na te denken of je iets moet veranderen in je leven en niet slechts voor je plezier. En wie hierover meer wil weten kan het proefschrift Befriending the ears. The transformatieve power of listening van Pablo lezen.

De dialoog was een gezamenlijke gedachtewisseling om tot inzicht te komen. Het was geen discussie met een uitwisseling van standpunten.

Het diepgravend (zelf)onderzoek is van oudsher gericht op het leren sterven. Het ‘praktische’ scepticisme van Pyrrho (365 – 275 v. Chr.), gericht op het bereiken van gemoedsrust, de onverstoorbaarheid door ons oordeel op te schorten (epochè) en de erkenning dat men het niet weet, geeft een soort innerlijke rust. Pablo geeft aan dat hij denkt dat Paulien Cornelisse, bij wie kanker is gediagnosticeerd, hier nu ook op deze wijze mee bezig is. En hijzelf, met een baby van 1 jaar die moeilijk slaapt, worstelt ook met zijn gevoelens en het wel of niet ondernemen van actie.

Praktische oefeningen
In de oudheid waren praktische oefeningen in sport en muziek van groot belang bij een filosofische opleiding. Er werd bijvoorbeeld gefilosofeerd in de kleedkamers van de gymnasia. Leuk om te vermelden dat Plato eigenlijk Aristoteles heette en zijn naam kreeg van zijn worstelleraar die zei: ‘Je hebt zulke brede schouders, van nu af noemen wij jou Plato’. Het worstelen was de meest populaire sport onder de filosofen, waarschijnlijk omdat deze het minst blessuregevoelig was.

Filosofie als levenshouding
In de Oudheid was je filosoof door je manier van leven (Diogenes, Pyrrho, Epictetus). Filosofen werden niet bewonderd vanwege hun kennis, maar vanwege hun levenshouding. Het verhaal over Diogenes van Sinope (404 – 323 v. Chr.) met zijn leven in een ton en masturbatie in de openbaarheid, doet het altijd goed bij scholieren. En zoals Epictetus zegt: Een filosoof brengt zichtbaar wol en melk voort (paideia). Oftewel het moet wel een praktische bijdrage leveren. In het driedelige meesterwerk van Werner Jaeger (1888 – 1961) wordt paideia, de vorming van de Griekse mens, behandeld. Voor Pierre Hadot was dit een belangrijk werk waarop hij heeft voortborduurd.

Hadot schrijft dan ook in Oefeningen van de geest. Het antieke denken en de kunst van het leven: ”Alle filosofische scholen uit de oudheid zijn het erover eens dat de mens voor zijn filosofische bekering in een toestand van onrust en onbehagen verkeert, dat hij ten prooi valt aan bezorgdheid, verscheurd wordt door hartstochten, geen authentiek leven leidt en niet zichzelf is. Alle filosofische scholen menen ook dat de mens uit deze toestand verlost kan worden, dat hij de mogelijkheid heeft om een authentiek leven te leiden, zich te verbeteren en te transformeren en naar een toestand van volmaaktheid te streven. Het doel van (spirituele) oefeningen is nu juist deze zelfontwikkeling, deze paideia die ons leert leven in overeenstemming met de menselijke natuur en dus met de rede, en niet volgens menselijke vooroordelen en maatschappelijke conventies.”

Dit formuleert Hadot als volgt op een spirituele en kosmische wijze: “Het overkomen van het bevooroordeelde, egocentrische en egoïstische zelf, om het uiteindelijk te overstijgen en het op een hoger plan te tillen. Dit ‘hogere zelf’ ziet alle dingen vanuit een perspectief van totaliteit en universaliteit, en wordt van zichzelf bewust als onderdeel van iets groters; iets dat de totaliteit van de dingen omvat.”

Dit is een hele hoge inzet, het is bijna een religie om te leven in lijn met de natuur en hierbij jezelf te overstijgen, je leven te stellen in het kader van iets groters. Het onderscheid van en de noodzaak aan psychologie valt dan weg.

Pablo geeft aan dat de conclusie van zijn boek is dat je de oefeningen niet kan voorschrijven, maar dat iedereen ze zelf moet ontwerpen. Het begint bij zelf nadenken, het uitvoeren van een zelfanalyse. Dit is niet uit te besteden aan kunstmatige intelligentie. Kijk hierbij naar die zaken die jij bij jezelf wil verbeteren, weg van de dwaasheid naar de wijsheid. Ontwerp je eigen pad. Hierbij laat Pablo een schilderij zien van een denkende en zagende werkman, de Philosophising Workman van Ferdinand Hodler, en een plaatje van een meisje dat met een vlot een rivier oversteekt. Zij vind dat vlot leuk maar moet wel beseffen dat het een middel is om de andere kant te bereiken en geen doel op zich.


Na de pauze startte de dialoog
De eerste vragensteller vertelde dat hij van Jan Bor het boek 25 Eeuwen westerse filosofie heeft gelezen. Hem staat niet bij dat er bij de behandeling van al die filosofie aandacht was voor: “Hoe te leven?” Is dit recent opgebloeid of heb ik iets gemist?
Lamberti: Jan Bor ken ik goed, hij heeft een blurb geschreven bij mijn eerste boek Strijdvaardig leven. In het boek van Bor is overal wel aandacht voor de manier van leven, maar het is natuurlijk meer toegespitst op de verschillen tussen de filosofen en de verschillen tussen de diverse historische periodes. In de hoofdstukken over Marcus Aurelius, Augustinus en Erasmus is veel inspiratie te vinden over Hoe te leven? Als ik één boek zou mogen meenemen naar een onbewoond eiland dan zou dat Essais van Michel de Montaigne zijn. Het zijn 107 essays over onderwerpen die Montaigne bezig hielden, zoals het overlijden van zijn beste vriend. Bij de beschrijving van filosofen uit de 19e en 20e eeuw zie je dat het meer academisch wordt. Het is leuk om te vertellen dat er een onderzoek is uitgevoerd onder hoogleraren ethiek. De bedoeling was om na te gaan of zij beter – ethischer zouden leven dan de andere hoogleraren. Er bleek geen verschil te zijn.

Ziet u uzelf als een echte filosoof en hoe uit zich dat?
Lamberti: Nee, ik ben een imperfecte leerling van de filosofie van Epictetus en Marcus Aurelius. Ik heb moeite met mijn zelfonderzoek en zet nog maar kleine stappen op de weg van dwaasheid naar wijsheid.

Bij de oefeningen had u het over luisteren en spreken. Kan je dit ook gelijktijdig doen, alsof er dan van binnen iets opengaat?
Lamberti: Nietzsche had het al over het herkauwen van teksten zoals koeien ook hun voedsel herkauwen. Primair is horen, een stap verder is luisteren, maar met de herhaling en het hardop lezen moet de tekst gaan resoneren.

Filosofie gaat om het leren om het goede te doen. Hoe keken de filosofen uit de oudheid tegen vrouwen aan?
Lamberti: In de oudheid was er een vrouwonvriendelijke maatschappij en er zijn sporadisch teksten van vrouwelijke filosofen bewaard gebleven, het merendeel was man. Er zijn wel een aantal positieve zaken te noemen. Socrates maakte geen onderscheid tussen mannen en vrouwen, Plato had drie vrouwelijke studentes, de tuin van Epicurus was ook voor vrouwen en slaven toegankelijk en Gaius Musonius Rufus maakte in principe ook op het fysieke vlak geen onderscheid tussen mannen en vrouwen.

U gaf aan dat in de oudheid de sporters niet voor hun zelf streden maar alles voor hun land of stadsstaat deden. Ik vraag me af of dat nu anders is. Ik heb net de Netflix documentaire over de voetballer David Beckham bekeken en die wilde met zijn acties iedereen gelukkig maken.
Lamberti: Het belangrijkste verschil is dat momenteel het ego heel belangrijk is, de social media spelen hierin mee. De Amerikaanse filosoof Michael Sandel heeft in zijn boek De tirannie van verdienste ook voor sporters de schaduwkant van de meritocratie laten zien. Basketballers die heel veel geld verdienen zien dat als hun eigen verdienste en vergeten dat het heeft geholpen dat ze 2,2 meter lang zijn, in een land leven met een goed opleidingssysteem en in een tijd dat sporters belachelijk veel betaald krijgen. Maar natuurlijk kan iemand die een Netflix-serie over zijn eigen leven laat maken een uitzondering zijn en een klein ego hebben.

U gaf aan dat het doel van de spirituele oefeningen is om meer te leven in eenheid met de natuur, de spanning bij jezelf weg te halen en minder egocentrisch te worden.
Lamberti: Ja de oefeningen moeten een beweging in gang zetten van het egoïstische zelf naar het hogere universele, kosmische perspectief. Dit is een continu doorgaande beweging.

Even terugkomend op de rol van de vrouw in de oudheid, die was toch niet ideaal?
Lamberti: We moeten niet de fout maken om onze hedendaagse normen op die tijd te projecteren. Simone de Beauvoir heeft met haar boek De tweede sekse veel betekend voor de rol van vrouwen in de westerse maatschappij. Dat is goed, maar ze heeft niets geschreven over de rassendiscriminatie toen zij in de Verenigde Staten verbleef. Zij doet dus ook niet alles goed. Soms zijn tijden radicaal anders en je mag vanuit je eigen historische context dan ook niet te veel normen stellen aan anderen in andere tijdvakken.

Na WOII kregen we in Europa de postmoderne filosofie, die door twijfel en relativering het bestaan van een absolute waarheid ter discussie stelt. Is uw boek ook niet betrekkelijk?
Lamberti: Michel Foucault was de grote man van het postmodernisme. Hij stelde dat waarheid bepaald wordt door de macht en dat ook de werkelijkheid een construct was. Ik heb een ander weg gekozen. Ik ben hermeneutisch door de teksten van de oude filosofen gegaan, op zoek naar hun bedoelingen. Dat is lastig, je gebruikt hiervoor zoveel mogelijk verschillende bronnen maar het is niet 100% waterdicht. En het is gebaseerd op een heel ander waardesysteem.

Hanno de Groot bedankte Pablo Lamberti voor zijn inspirerende inleiding en beantwoording van vragen. Onder luid applaus werd de avond afgesloten.

Gerrit van Elburg