Impressie Filosofisch Café Haarlem – 18 februari 2026
Tijdens een drukbezochte avond van het Filosofisch Café in Haarlem sprak Suzanne Biewinga over ouder worden. Niet als probleem dat opgelost moet worden, maar als ervaring die geleefd en doordacht kan worden. De sfeer was open en betrokken; vanaf het begin was er een voelbare bereidheid in de zaal om mee te denken.
Een kunstwerk van Matisse vormde het startpunt. Het verhaal daarachter – een kunstenaar die zijn werkwijze aanpast wanneer zijn lichaam hem begrenst – werkte als een stille metafoor voor de rest van de avond. Ouder worden werd niet neergezet als achteruitgang, maar als een verschuiving: van mogelijkheden misschien, maar ook van perspectief.
Wat trof, was hoe persoonlijk en tegelijk onderzoekend de toon was. Biewinga verwees naar haar eigen levensloop en haar latere keuze om filosofie te gaan studeren. Dat leverde een glimlach op in de zaal toen een verspreking over haar leeftijd direct werd gecorrigeerd. Het brak het ijs en maakte duidelijk dat deze avond niet draaide om afstandelijke theorie, maar om geleefde ervaring.
Gaandeweg werd duidelijk dat onze beelden van ouderdom vaak sterk en soms ongemerkt richtinggevend zijn. Oude voorstellingen van wijsheid en verval, moderne idealen van vitaliteit en zelfstandigheid – ze kleuren hoe we naar onszelf en anderen kijken. In de zaal werd instemmend geknikt toen werd benoemd hoezeer de hedendaagse nadruk op jong blijven ook een ontkenning kan zijn van wat ouder worden werkelijk inhoudt.
Bijzonder was het verhaal over de filosofiewerkplaats die Biewinga oprichtte. Wat begon als een bescheiden oproep tot gesprek, groeide uit tot jarenlange dialoog met ouderen die hun ervaringen wilden delen. Blijkbaar bestaat er een grote behoefte aan een ruimte waar vrijuit gesproken kan worden over kwetsbaarheid, schaamte, afhankelijkheid en betekenis. Niet als klacht, maar als onderdeel van het mens-zijn.
Een terugkerend motief in de avond was dat de mens niet alleen zelfstandig en rationeel is, maar ook verlangend, lichamelijk, sociaal en eindig. Die woorden kregen gewicht door voorbeelden uit de gesprekken: het zoeken naar zin, het omgaan met verlies, het bewaren van waardigheid wanneer het lichaam minder meewerkt, het belang van gezien blijven worden. Het ging niet om grootse inzichten, maar om herkenning.
Wat mij vooral bijbleef, was de verschuiving van het idee van een levensladder naar dat van een reis. Geen strakke opbouw en afbouw, maar een tocht door onbekend terrein. Soms licht, soms zwaar, altijd in relatie tot anderen. Ouder worden verschijnt dan niet als laatste hoofdstuk, maar als een eigen fase met een eigen toon.
De avond eindigde met warm applaus. Niet alleen voor de spreker, maar ook voor het onderwerp dat zelden zo open en zonder omwegen wordt besproken. Wie erbij was, ging naar huis met stof tot nadenken – over tijd, over verbondenheid en over de vraag hoe je zelf ouder wilt worden.