Ronald van Raak – Spelen met waarden, betalen met gedachten

Op deze avond hield Ronald van Raak voor 70 bezoekers een inleiding over zijn boek Spelen met waarden, betalen met gedachten. Erasmus, Spinoza en dat wat ons bindt.

Ronald van Raak (1969) is een Nederlands historicus en voormalig politicus. Namens de Socialistische Partij (SP) was hij achtereenvolgens lid van de Eerste Kamer en Tweede Kamer der Staten-Generaal. Sinds 2021 is hij hoogleraar ‘Erasmiaanse waarden’ aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ronald van Raak is de initiatiefnemer van de Wet Huis voor klokkenluiders. Van Raak was recensent voor De Nieuwe Liefde en is columnist voor ThePostOnline. rvraak@sp.nl

Ronald van Raak begon zijn inleiding als een echte professor door uit het hoofd, zonder de ondersteuning van een diapresentatie, zijn verhaal af te steken. Hij hield hiermee de bezoekers 45 minuten lang volledig geboeid.

Ronald begon met: “Welkom, wij zijn nu naar elkaar aan het kijken en zien dan iets van dwaasheid, gekkigheid. Dat zagen we afgelopen week ook met de inauguratie van Trump. Wat gebeurde daar met die hoed van zijn vrouw Melania Trump? Wilden zij elkaar wel of niet kussen? Als je zoiets ziet dan denk je daar iets van en dan vind je daar iets van en dat heeft invloed op je stemming en/of op je gedrag. Maar als je gewoon accepteert wat je ziet, dan word je niet meer boos en/of niet meer bang. Dan wordt het leven leuker.”

Erasmus en Spinoza, onze symbolen van tolerantie en vrijheid, vonden dat we anderen, maar vooral onszelf, de ruimte moeten gunnen om onzinnig en dwaas te zijn. Er mag gelachen worden, er moet zelfs gelachen worden, want dat is de enige manier om het publieke debat serieus te voeren. Als je om elkaar kunt lachten ontstaat er ruimte voor welwillendheid en meerstemmigheid.
Erasmus en Spinoza dachten trouwens totaal anders over tolerantie en vrijheid dan de invulling die er tegenwoordig aan wordt gegeven. Hier kom ik nog op terug.

U zal wel denken, wat moet iemand die 18 jaar voor de SP heeft gewerkt nu met deze oude filosofen. Het was voor mij een noodzaak om tijdens dat werk mijzelf te vervreemden van de vierkante kilometer in Den Haag en andere perspectieven op te zoeken voor de vragen die speelden. De oude filosofen hebben veel geschreven over de relatie tussen politiek en ethiek en vonden dat deze twee met elkaar zijn verbonden, het zijn twee kanten van dezelfde medaille.

Maar toen premier Jan Peter Balkenende in 2003 het debat over normen en waarden wilde aanslingeren kreeg hij van alle kanten hoon over zich heen. Het mocht niet, het zou moraliserend zijn, je mag jouw normen en waarden niet opdringen aan anderen! In deze discussie werd er aan voorbijgegaan dat we ook heel veel gedeelde waarden hebben over onze zorg, huisvesting en onderwijs. Het toen voeren van die discussie was lastig omdat de sfeer destijds werd bepaald door het neoliberale denken, met de nadruk op het terugdringen van de invloed van de overheid.
Inmiddels is de sfeer anders en worden overal in het land discussies gevoerd over waarden. En ook ik mag als hoogleraar erasmiaanse (gedeelde) waarden aan de Erasmus Universiteit hieraan bijdragen.

Erasmus (1466 – 1536) was een zoon van een priester en daardoor een bastaard, iets wat zijn carrière bemoeilijkte. Van de erfenis van zijn vader kon hij studeren en zijn jaren in Deventer zijn hierin belangrijk geweest. Deventer, een centrum van de Moderne Devotie, leerde de mensen om zelf te lezen en na te denken en te vertrouwen op het eigen geweten.

Kernwerk was De imitatione Christi van Thomas à Kempis dat beschrijft hoe een christen zou moeten handelen. Rudolf Agricola (1444 – 1485) (Roelof Huisman) was docent in Deventer en een gevierde humanist. Ergens in deze jaren heeft Erasmus in Deventer een lezing van hem bijgewoond, die hij later als een van de hoogtepunten uit zijn leven omschreef. Hij zette zich in voor de studie van de antieke Hebreeuwse, Griekse en Latijnse cultuur. Rudolf Agricola was de grondlegger van het humanisme in Noord-Europa. Hij introduceerde er de Italiaanse methode van humanistische tekstbehandeling en gebruikte zijn aanzien om anderen te inspireren tot studie van het klassieke Latijn en Grieks en tot beoefening van de nieuwe kritische filologie.
In 1487 deed Erasmus zijn intrede in het Klooster te Stein in Gouda. Hier las hij veel werken van auteurs uit de Klassieke Oudheid en van Italiaanse humanisten die de Oudheid deden herleven. Ook schreef Erasmus hier zijn eerste werken. In 1492 werd hij ingewijd als priester. Dit opende voor hem een aantal mogelijkheden tot studie. Het kloosterleven benauwde Erasmus echter door de strenge regels en verplichtingen. Hij verliet het klooster dan ook niet veel later. In 1495 begon Erasmus een studie theologie in Parijs, waar hij veel medehumanisten leerde kennen. Vanaf dat moment reisde Erasmus als zelfstandig wetenschapper heel Europa door, waardoor hij veel nieuwe mensen ontmoette. Hij leefde van de opbrengsten van zijn geschriften.

Het meest bekende werk van Erasmus is de Lof der zotheid. Hij schreef het werk in 1509 en droeg het op aan zijn goede vriend en Engelse humanist Thomas More. Ronald vraagt wie dit boek heeft gelezen en een vrouw uit de zaal reageert. Ze zegt dat ze het een leuk boek vond waarin gespeeld wordt met waarden, dit om de lezer te leren om niet alles zo serieus te nemen.

Ronald geeft aan dat hij het onlangs ook weer heeft herlezen en dat de satirische vorm geniaal is. Het is een rede van Vrouwe Dwaasheid die zegt dat iedereen haar eert door dwaas te doen. Zij ontzag helemaal niemand en zeker niet de bestuurders, vorsten en politieke leiders van die tijd en zegt bijvoorbeeld:

Ze geloven dat ze hun taak al naar behoren vervuld hebben als ze voortdurend op jacht gaan, als ze mooie paarden houden, als ze ten eigen voordele baantjes en postjes verkopen, als ze dagelijks nieuwe methoden bedenken om de rijkdom van hun onderdanen te verminderen en die naar hun schatkist over te hevelen. Ze vinden daarvoor zulke geschikte voorwendsels dat die, zelfs als ze heel onbillijk zijn, toch een schijn van rechtmatigheid hebben. Daar voegen ze dan nog wat vleierij aan toe om de volksziel aan zich te binden. Stelt u zich zo’n vorst eens voor (en zo zijn ze vaak): een man die de wetten niet kent, die bijvoorbeeld vijandig staat tegenover het algemeen belang, die steeds is bedacht op eigen belang, die slaaf is van zijn lusten, niets moet hebben van geleerdheid, noch van de vrijheid en de waarheid; dus nergens minder aan denkt dan aan het welzijn van de staat, maar alles afmeet aan zijn eigen begeerte en vooroordeel.

Lof der zotheid is nog steeds actueel en er komen nog steeds nieuwe vertalingen van uit zoals van Sandra Langereis, die dit in 2022 heeft geschreven na haar bekroonde biografie Erasmus, dwarsdenker uit 2021. Je kan dus ook zeggen dat we nog niet heel veel zijn opgeschoten in de afgelopen 500 jaar. In 1599 werd Lof der zotheid samen met anderen werken van Erasmus op de index geplaatst van verboden boeken van de katholieke kerk. In het voorwoord, dat is opgenomen als een brief aan zijn vriend Thomas More, dekt Erasmus zich al in tegen kritiek door te zeggen dat wie zich gekwetst voelt het bewijs geeft van een slecht geweten en van vrees. Verderop in het boek zegt Vrouwe Dwaasheid:

Lezers moeten leren om dit spel niet persoonlijk op te vatten en niet beledigd te zijn. Als er een steen op iemands hoofd valt, dan is dat erg. Maar schaamte, een slechte naam, schande en scheldwoorden zijn alleen maar schadelijk als ze worden gevoeld; als dat gevoel ontbreekt zijn ze zelfs volkomen onschadelijk. Wat kan het je schelen als het gehele volk je uitfluit, zolang je met jezelf bent ingenomen? Alleen de zotheid zorgt ervoor dat dat gebeurt.

We leven nu in een technologische tijd met toenemende polarisatie waarin het lijkt dat iedereen gevangen zit in zijn eigen gelijk. Maar ook de tijd van Erasmus was een gepolariseerde tijd. Europa werd verscheurd door religieuze strijd met een grote dreiging van oorlog. Zijn vriend Thomas More werd in 1535 onthoofd in een politiek conflict met koning Hendrik VIII van Engeland.

En net als nu met de sociale-mediarevolutie was er toen ook mediarevolutie. De uitvinding van de boekdrukkunst maakt het mogelijk om met pamfletten het publieke debat te voeren en dat ging er ook toen al behoorlijk ruig aan toe.
Erasmus probeerde zijn lezers ook op te voeden door aan te geven dat niet met schelden maar met humor, ironie en zelfreflectie de lezer wordt bereikt. En dat lezen het luisteren is naar de standpunten van de ander en nadenken over het verplaatsen in het perspectief van de ander.

In zijn volgende boek in 1517 liet Erasmus De Vrede een weeklacht schrijven waarin hij zich onder meer richt tegen het nationalisme:

De Engelsen verachten de Fransen om geen andere reden dan omdat ze Fransen zijn. Men heeft een hekel aan de Schotten, omdat ze Schotten zijn. De Duitser ligt overhoop met de Fransman en alle twee bestrijden ze de Spanjaard. Wat kan er slechter zijn dan volken die elkaar bestrijden alleen omdat ze andere namen hebben? Er zijn zoveel zaken die hen tot elkaar zouden moeten brengen. Waarom zijn ze als mensen niet welwillend tegenover hun medemensen? Waarom zijn ze als christenen niet vriendelijk gestemd tegenover medechristenen?

Erasmus wilde aangeven dat het gemakkelijk is om tolerant te zijn als je met elkaar samenleeft. Dat je eerst de plicht hebt om je in te leven in een ander, je te verdiepen in zijn perspectief en dat je dán pas het recht krijgt om je eigen perspectief naar voren te brengen.

Zijn belangrijkste boek was een nieuwe vertaling van het Nieuwe Testament dat hij publiceerde in 1516. In de loop der eeuwen waren er veel kopieerfouten gemaakt bij het telkens handmatig overschrijven van de Bijbelteksten. Erasmus wilde een einde maken aan de ruzies over de Bijbelteksten. Hij leerde zichzelf Grieks omdat de oudste bekende handschriften in deze taal waren geschreven en verwerkte dit tot een boek met drie kolommen:

  • De in zijn tijd gangbare tekst in het Latijn, de zogenaamde Vulgaat
  • Zijn versie in het Grieks
  • De verschillen, te lezen als correcties op de Vulgaat

Hij noemde dit boek het Instrument met de opdracht aan de lezers om zelf te bepalen wat zij vinden. Hiermee haalde hij de Bijbel uit de handen van de Katholieke Kerk én haalde hij belangrijke dogma’s onderuit. Zo werd de biecht gebaseerd op Mattheüs 3:2 waarvan de vertaling in de Vulgaat luidde: Doet boete. Een betere vertaling is: Bekeert u. Dit was een bom onder de financiering van de kerk die gebaseerd was op de verkoop van aflaten voor gepleegde zondes. De Katholieke Kerk heeft óók dit boek van Erasmus verboden en er ontstond een diepe haat.

Maarten Luther schaarde zich achter de nieuwe tekst van Erasmus en maakte in 1517 zijn 95 stellingen openbaar, de start van de Reformatie. Er wordt wel gezegd dat Luther het ei van Erasmus heeft uitgebroed. Luther werd in 1521 door Paus Leo X geëxcommuniceerd.

Zowel de Paus als Luther wilde Erasmus in hun kamp hebben maar Erasmus wilde niet kiezen tussen één van deze twee dogmatische stromingen. Pas in 1524 nam hij stelling tegen Luther met zijn boek De libero arbitrio (De vrije wil). Luther wees de vrije wil af maar voor Erasmus was dit een voorwaarde voor de morele ontwikkeling van ieder mens en onderdeel van zijn waardigheid en de bedoeling van God die de mens de keuze heeft gegeven om goed te doen.
Het gevolg was dat iedereen boos was op Erasmus. Maar in deze Remonstrantse kerk moet ik benadrukken dat dit niet gold voor de remonstranten. Deze beweging is ontstaan toen tijdens de Synode van Dordrecht in 1618-1619, de opvattingen van de remonstranten werden veroordeeld. De remonstranten dachten meer in de traditie van het humanisme en van Erasmus en konden zich niet vinden in de strikt calvinistische predestinatie en vonden dat er ruimte moest zijn voor de vrije wil van de mens. Pas na WOI kreeg Erasmus een algehele rehabilitatie.

Spinoza (1632 – 1677)
Ja, wie er echt gehaat werd was Spinoza. Zijn vader overleed toen hij 22 jaar oud was en bij het overnemen van het bedrijf op de Beurs van Amsterdam ontmoette hij collegianten.

De collegianten vormden een vrijzinnige stroming, ontstaan in 1648. Zij pleitten voor een universeel soort christendom. Het ware geloof sloot geen enkele gelovige buiten, van welke richting hij ook was. Wars van dogma’s en theologie lag bij de collegianten de nadruk op de beleving, op het directe contact met God. Zij waren geen kerkgemeenschap, maar hun leden kwamen uit de verlicht-christelijke kringen van doopsgezindenen remonstranten. In hun maandelijkse bijeenkomsten, de colleges, kon iedereen, dus ook vrouwen, vrij spreken en was het avondmaal voor iedereen opengesteld. Populair bij hen was de volwassendoop bij onderdompeling, aanvankelijk in een leerlooierskuip.

Spinoza werd een soort leermeester van deze collegianten en zij hebben hem ook ondersteund toen hij in 1656 in de ban werd gedaan. Dit was de ergste banvloek uit de geschiedenis en de tekst van deze vloek luidt:

Hij zij verwenst bij dag en bij nacht, hij zij verwenst in zijn liggen en verwenst in zijn opstaan, hij zij verwenst in zijn uitgaan en verwenst in zijn ingaan; moge de Heer hem nooit vergeven en voortaan de toorn des Heeren en zijn gram inbranden op deze mens, en hem opleggen alle vloeken, geschreven in dit wetboek en de Heer zal zijn naam verdelgen van onder de hemel en de Heer zal hem uitstoten ten verdreven uit alle stammen Israëls, met al de verwensingen van het firmament, geschreven in het dit wetboek en: gij allen, verkleefd aan de Heer uw God, blijft heden allen behouden!
Wees gewaarschuwd: niemand mag hem spreken, niemand schrijven, niemand hem enige gunst verlenen, niemand met hem onder een dak verblijven, niemand op vier ellen afstand van hem vertoeven, niemand enig papier lezen, door hem gemaakt of geschreven.

Het belangrijkste werk van Spinoza, de Ethica werd pas na zijn dood gepubliceerd. Spinoza had angst voor vervolging. Het waren onrustige tijden. In 1668 werd zijn vriend Adriaan Koerbagh, die voor een deel vergelijkbare ideeën had, na publicatie van Een bloemhof van allerley lieflijkheyd, veroordeeld tot het Rasphuis in Amsterdam, waar hij na één jaar overleed. En in 1672 werden Johan en Cornelis de Witt afgeslacht in een volksgericht met een dubieuze rol van stadhouder Willem III.
Spinoza werd zo gehaat dat predikant Carolus Tuinman in 1719, ruim 40 jaar na het overlijden van Spinoza, de volgende graftekst schreef:

Spouw op dit graf. Hier ligt Spinoza. Was zijn leer daar ook bedolven! Wrocht die stank geen zielpest meer.

Waarom werd hij op basis van de Ethica zo gehaat? Was hij immoreel? Was hij atheïst? Het bijzondere is dat de Ethica begint met God, eindigt met God en ook daar tussenin veel over God gaat. Spinoza geeft zelfs de volgende definitie van God:

Onder God versta ik een absoluut oneindig wezen. Dat wil zeggen: een substantie die uit een oneindig aantal attributen bestaat die elk een eeuwige en oneindige essentie uitdrukken.

De oneindige God van Spinoza is dus alle natuur, iedere stoel, tafel, rots, boom en hemellichaam. Ook de geest is één van de oneindig aantal attributen van God. De mens is een modus van geest en materie en verbonden met God, de natuur. De grote zonde van Spinoza was dat hij hiermee het gangbare beeld van God, die de schepper is van de natuur én dus buiten de natuur staat, verwerpt. Het gevolg van de visie van Spinoza is dat de religie overbodig wordt, God is overal. De kerken kunnen dicht.
Ronald geeft aan dat de Ethica een moeilijk boek is maar dat hij dit ieder jaar met veel plezier herleest tussen Kerst en Oud & Nieuw.

Voor Spinoza had alles een oorzaak, een deterministisch wereldbeeld. Keuzevrijheid was zoiets als een steen die wordt gegooid en dat die steen zelf zou bepalen waar hij neerkomt. Vrijheid bij Spinoza is dat te doen wat noodzakelijk is en dit moet je zelf onderzoeken. Dus zelf nadenken en je niet beperken tot het volgen van de regels van de religie. Het doel van de Ethica is gelukkig worden, het vinden van zielerust door een deugdzaam leven te leiden in harmonie met de wereld, met anderen en met jezelf.

In Nederland bleef Spinoza vrij onbekend en omstreden. Toen Thorbecke, de grote liberale staatsman van de negentiende eeuw en vormgever van de grondwet van 1848, zijn studiejaren in Duitsland doorbracht kwam hij via het denken van Goethe en Hegel in aanraking met Spinoza. Hij schreef hierover aan zijn vader dat hij graag over Spinoza zou willen schrijven, maar dit toch niet durfde, omdat openlijke sympathie voor Spinoza slecht zou zijn voor zijn loopbaan en een aanstelling aan een universiteit onmogelijk zou maken.

In 1880 werd een standbeeld van Spinoza onthuld in Den Haag. Johannes van Vloten, iemand die de leer van Spinoza populariseerde, hield een toespraak met de titel: De blijde boodschapper der mondige mensheid. De aanwezigheid van minister Six gaf ophef vanuit het parlement en leidde tot kamervragen als: Is dit het kabinet van Spinoza?

Spinoza is nu populairder dan ooit, er verschijnen veel boeken en biografieën over Spinoza. Het is ook een tijd waarin de kerken leegstromen en mensen op zoek gaan naar andere bronnen van antwoorden. En andere inspiratie om de discussies over gedeelde waarden te voeren.

Erasmus en Spinoza dachten volstrekt anders over tolerantie en vrijheid dan wij nu denken. Maar bij beiden is er sprake van het idee van wederkerigheid. Bij tolerantie staat eerst de plicht je te verdiepen in de ander en dan krijg je pas het recht om te zeggen wat je denkt en te doen wat je wilt. Vrijheid is een geschenk dat je eerst gunt aan een ander voor dat je het terug ontvangt.


Na de pauze startte de dialoog

De eerste vragensteller wilde weten of mensen geboren worden met waarden, en als dit niet zo is, waar deze dan vandaan komen.
Van Raak: Erasmus heeft geschreven dat mensen worden gevormd door hun opvoeding en onderwijs. De waarden worden hierbij verkregen in discussies waarbij men overtuigd raakt van het goede en de waarden dan internaliseert. Erasmus ontwikkelde een filosofie waarin hij mensen liet nadenken over hun eigen perspectieven en hun gedeelde waarden, waardoor het een sociale leer werd. Maar ruimte opeisen voor jouw perspectief kan pas als je interesse toont in de opvattingen van de ander.

Is er een relatie tussen waarden en geweten?
Van Raak: Ja het geweten wordt gelijk met de waarden gevormd en zorgt ervoor, nu even in de filosofie van Spinoza, dat je bij je handelen emoties krijgt. Bij negatieve emoties zoals haat en droefheid wordt het moeilijker om na te denken en bij positieve emoties als liefde en blijdschap wordt het makkelijker. Omdat een gelukkig leven afhangt van de ontvankelijkheid van kennis is het nuttiger om positieve emoties te hebben. De Ethica leert de mens om zichzelf te zijn, zich niet door zijn emoties te laten meeslepen, en inzicht te hebben in zichzelf en in de samenhang van de wereld. Alleen dan kan een mens gelukkig worden.

De huidige polarisatie is heftig, hoe kan je dat verminderen? Hoe vinden wij weer verbinding?
Van Raak: de Lof der zotheid en de Ethica zijn geen zelfhulpboeken maar werden wel geschreven in tijden die ook sterk gepolariseerd waren. Spinoza durfde zijn boeken ook niet bij leven uit te geven.
Met de uitvinding van de boekdrukkunst was er in de tijd van Erasmus ook sprake van een ‘sociale media revolutie’. Erasmus probeerde zijn lezers te laten beseffen dat je jouw standpunten beter voor het licht krijgt met humor, ironie en wisselingen van perspectief dan de discussie te voeren met louter haat en geweld. Nu zitten wij weer aan het begin van een ‘sociale media revolutie’ waar de publieke discussie wordt beheerst door de kanalen van Bezos, Musk en Zuckerberg. Het worden spannende tijden met Trump aan de macht, maar de EU heeft al een eerste stap gezet in de beperking van de social mediakanalen.

Bij Spinoza is alles natuur. Kan je hier invloeden vanuit het Taoïsme in herkennen?
Van Raak: Ja, mijn vrouw komt uit India en overeenkomsten met Oosterse filosofie zijn aanwezig. Er zijn mensen die de Ethica op een mystieke manier lezen. Nee, Spinoza is nooit in India geweest en heeft hoogst waarschijnlijk ook geen boeken over Oosterse filosofie gelezen. Ja, hij verkeerde in een wetenschappelijke studieachtige omgeving dus er kunnen Oosterse invloeden zijn doorgesijpeld.

Is het niet gek dat Spinoza als symbool voor de vrijheid zelf deterministisch dacht?
Van Raak: De tijd van Spinoza was het begin van het wetenschappelijke denken over oorzaak en gevolg, het deterministische wereldbeeld kwam snel op. De vrijheid bij Spinoza zit meer in het door hem ontwikkelde begrip van de conatus wat zoiets betekent als volharden in het eigen bestaan. Om dit te bereiken moet de mens zoveel mogelijk zelf de oorzaak zijn, het leven in eigen handen nemen, zelf onderzoek doen. De tekst op het standbeeld van Spinoza bij de Stopera luidt dan ook: Het doel van de staat is de vrijheid. De staat moet de condities scheppen waarbinnen haar onderdanen de vrijheid kunnen bereiken.
Spinoza was van de positieve vrijheid (Isaiah Berlin) met veel staat die de mensen in staat stelt ‘meester over zichzelf’ te kunnen zijn én van de democratie. Dit is anders dan de negatieve vrijheid van de liberalen die zo min mogelijk staatsbemoeienis willen. De ideeën van Spinoza over de democratie waren nog niet volledig uitgewerkt voor zijn dood. Om de stabiliteit terug te brengen zocht hij een evenwicht tussen monarchie, aristocratie en democratie. Van onze huidige democratie met de grote invloed van het volk op het politieke beleid zou hij gruwen.

U zegt dat iedereen dwaas is en dat we tolerant moeten zijn. Maar mijn ego geeft duidelijk aan dat ik veel minder dwaas ben. Wat nu?
Van Raak: Iedereen vindt zichzelf minder dwaas dan de ander. Schaamte door zondigheid, onzekerheid en/of emoties zit in de weg om dit toe te geven. Als je je eigen dwaasheid ziet en dit ook durft uit te spreken dan zou je minder bang en minder boos zijn. Dat maakt het leven makkelijker en leuker. Tirannen kunnen niet tegen humor. Je mag hun macht niet bespotten, de schaamte over wat ze doen zit diep bij tirannen. Dat was ook de reden dat Lof der zotheid van Erasmus werd verboden. Erasmus gebruikte humor als wapen om onrecht aan de kaak te stellen.

Erik Pool is na het toeslagenschandaal aangesteld als programmadirecteur Dialoog en Ethiek bij de rijksoverheid. Momenteel probeert hij de dialoog op gang te brengen tussen de ambtenaren die vinden dat ze medeplichtig worden gemaakt aan genocide in het ‘Israel-Gazadossier’ en de politieke leiding. De politieke leiding geeft niet thuis en daarom heeft Pool via LinkedIn een openbare oproep aan Schoof en Veldkamp gedaan om in dialoog te gaan. Hoe agendeert u schurende zaken bij de Erasmus Universiteit?
Van Raak: Bij de Erasmus Universiteit hebben we de discussie gevoerd of hoogleraren mogen demonstreren. Ben je dan nog wel een onafhankelijke wetenschapper? De uitkomst was dat je bewust moet zijn dat je een concreet standpunt inneemt over wat goed beleid is en dit dan ook in volle overtuiging moet uitdragen door in toga te demonstreren.
Ook was er de discussie die speelde bij de interactie tussen studenten, tussen het recht om niet gekwetst te worden en de vrijheid om je mening te uiten en hiervan te leren. Op z’n erasmiaans zijn we hier op zoek gegaan naar gedeelde waarden.

Joyce Sylvester, voorzitter van de Staatscommissie tegen discriminatie en racisme, zegt dat er in Nederland een breder patroon van discriminatie door de overheid te zien is. Dat kwam duidelijk naar voren in het toeslagenschandaal waar Nederlanders met een dubbele nationaliteit of niet-Nederlandse achternaam onevenredig hard werden aangepakt. Ook bij DUO, verantwoordelijk voor studiebeurzen, die jarenlang een discriminerend fraudebeleid hanteerde waarbij vooral mbo-studenten en studenten met een migratieachtergrond op de korrel werden genomen. Is er sprake van een overheid die tegen haar burgers is?
Van Raak: De overheid dat zijn wij allemaal. Ik heb mij vroeger wel gestoord aan de veelheid van lobbyisten, dat geeft een kloof tussen vertegenwoordiging (bedrijven en milieuorganisaties) en vertegenwoordigden (de kiezers). De werking van de overheid laat veel te wensen over maar de meeste ambtenaren willen hun best doen; het is alleen te ingewikkeld geworden.

Paul van Dijk bedankte Ronald van Raak voor zijn professorale inleiding en beantwoording van vragen. Onder langdurig luid applaus werd de avond afgesloten.

Gerrit van Elburg