Leen Verheyen – Foute kunst

Impressie van de bijeenkomst van het Filosofisch Café Haarlem op 19 november 2025

Op deze avond hield Leen Verheyen voor 65 bezoekers een inleiding over haar boek Foute kunst.

Leen Verheyen (1984) heeft na een opleiding drama aan het conservatorium van Gent ook een opleiding filosofie aan de Universiteit Antwerpen gevolgd. Zij werkt als theatermaker, auteur en docent waarbij het theaterwerk ook een belangrijk onderzoekend accent heeft. Bij haar filosofiestudie onderzocht zij welke invloed literaire fictie uitoefent op ons handelen in de wereld. leenverheyen.eu/nl

Leen Verheyen begon haar inleiding Foute kunst met te zeggen dat ze inspiratie voor dit boek heeft gekregen door de discussies die regelmatig in België speelden en nog spelen. Denk hierbij aan de theatermaker Jan Fabre die in 2018 door stagiaires en voormalige werknemers in een open brief werd aangeklaagd voor de onderwerping aan verwarrende, psychologische spelletjes, vernederingen en grensoverschrijdend gedrag. Na zijn veroordeling wordt zijn werk niet langer vertoond.

De inleiding vertrekt vanuit twee vragen:
1.     Hoe omgaan met kunstwerken van een moreel ‘foute’ maker?
Denk hierbij aan de Pools-Franse acteur en filmmaker van joodse afkomst Roman Polanski, de Amerikaanse ‘King of Pop’ Michael Jackson of jullie Nederlandse Marco Borsato.
2.     Hoe omgaan met kunstwerken met een moreel ‘foute’ inhoud?
Veel kunstwerken van lang geleden gingen anders om met mensen van kleur, vrouwen en homoseksualiteit dan dat wij vandaag doen.

De vraag is nu, hoe gaan we om met een ‘fout’ kunstwerk. Zijn boycots en “Book Bans” de oplossing? Het aantal landen met boekverboden neemt wel toe, maar dan gaat het meer om autoritaire regimes die proberen om afwijkende meningen en kritiek de kop in te drukken.

Leen geeft aan dat ze start met het beantwoorden van de tweede vraag, hoe omgaan met kunstwerken met een moreel ‘foute’ inhoud, en hierbij vier verschillende posities onderscheidt:

  • Radicaal autonomisme, een fout kunstwerk mag nooit worden verboden
  • Radicaal moralisme, een fout kunstwerk moet altijd worden verboden
  • Gematigd moralisme, een fout kunstwerk moet soms worden verboden
  • Gematigd immoralisme, soms is het overschrijden van een morele grens waardevol

Bij het radicaal autonomisme draait het appreciëren van een kunstwerk enkel om de “zuiver artistieke eigenschappen” van een werk. Het is vaak formalisme, het gaat om de compositie van een schilderij of de gelaagdheid en thematische opbouw van een klassieke compositie. De kunst brengt louter een gevoel of een emotie over van de kunstenaar. De kijker of luisteraar hoeft geen kennis te hebben van de kunstenaar of datering van het kunstwerk, maar moet geraakt worden door de emotie die het werk oproept.
In deze Kantiaanse, belangeloze benadering is er geen plaats voor een moreel oordeel, want dat heeft betrekking op de inhoud van het werk en niet op de vorm. Dat is goed te doen bij het werk van de Amerikaanse kunstschilder Jackson Pollock, die met zijn Drip Painting techniek abstract expressionistische werken creëerde. Hier heeft het geen zin om over de inhoud te praten en past deze benadering. Het wordt lastiger bij het zien van de film Triumph des Willens van Leni Reifenstahl over het partijcongres van Hitler in 1934 waar het idee van Ein Volk, ein Reich, ein Führer werd verteld.

Het radicaal autonomisme is interessant omdat het een relatief recente opvatting is, die samenhangt met de opkomst van kunstvormen die uitnodigen tot een formalistische benadering, zoals abstracte kunst en absolute muziek. Dit werkt niet bij figuratieve kunst uit de middeleeuwen, waar de inhoud grotendeels bepaalt of een werk goed is. Voor de beoordeling van Het Lam Gods uit het jaar 1432 van de gebroeders Van Eyck is enige kennis van de religieuze symboliek toch wel handig.
Hierdoor is het radicaal autonomisme, l’art pour l’art, enigszins problematisch om toe te passen op narratieve en figuratieve kunstvormen, waarbij de formele keuzes in dienst staan van het verhaal dat verteld wordt.
Vaak wordt voor de literatuur teruggegrepen op de uitspraak van Oscar Wilde:

Er bestaat niet zoiets als een moreel of immoreel boek. Boeken zijn goed geschreven of slecht geschreven. Dat is alles.

Kijken we dan naar het boek The Picture of Dorian Gray van Oscar Wilde dan werkt het radicaal autonomisme niet en is zijn boek in tegenspraak met zijn uitspraak.

De jonge en naïeve Dorian Gray wordt geportretteerd door zijn vriend, de kunstenaar Basil Hallward. Wanneer Dorian een gesprek hoort met Lord Henry Wotton over de vergankelijkheid van schoonheid, wenst hij dat hij voor altijd knap kan blijven en dat het schilderij in zijn plaats de littekens van het ouder worden en de zonden zal dragen. Deze wens wordt werkelijkheid. Dorian blijft onveranderd, maar het portret, verborgen op zolder, begint zijn verouderende en corrumperende ziel te weerspiegelen. Terwijl Dorian zich overgeeft aan een leven vol decadentie, wordt zijn karakter steeds slechter, terwijl hij er fysiek onaantastbaar uitziet. Het portret, dat een spiegel van zijn ziel is, wordt met elke zonde lelijker en grimmiger. Uiteindelijk kan Dorian de gruwelijke weergave van zijn verdorven ziel niet langer verdragen. Hij probeert het portret te vernietigen, maar dat leidt tot zijn eigen dood. Bij zijn overlijden verandert het portret weer in zijn oorspronkelijke, perfecte staat, terwijl het levenloze lichaam van Dorian de leeftijd en de littekens van het schilderij krijgt.
Oscar Wilde wilde met dit boek de morele boodschap uitdragen om je ziel niet te verwaarlozen. Kunst en schoonheid moeten leidend zijn voor het leven.

Bij het radicaal moralisme wordt de artistieke waarde van een kunstwerk volledig bepaald door zijn morele waarde. Kunst moet ook het emotionele leven van de gewone man verbeteren. De roman Anna Karenina van de Rus Lev Tolstoj is hier een goed voorbeeld van.

Anna, een mooie en levendige vrouw, voelt zich gevangen in haar huwelijk met de twintig jaar oudere Aleksej Karenin, die meer geïnteresseerd is in zijn carrière dan in haar gevoelens. Ze wordt verliefd op de charmante officier graaf Vronski en verlaat haar man om bij hem te zijn. Haar keuze leidt tot een sociaal schandaal. Ze wordt verstoten door de hogere kringen, voelt zich steeds meer geïsoleerd en haar leven wordt beheerst door schuldgevoelens en schaamte. Uiteindelijk pleegt ze zelfmoord door voor een trein te springen. Parallel aan Anna’s verhaal loopt het leven van Konstantin Levin, een landjonker die op zoek is naar liefde en de zin van het leven. Hij zoekt naar een ideaal huwelijk, in tegenstelling tot de romantische en huwelijkse chaos in de stad. Het boek verkent thema’s als liefde, huwelijk, hypocrisie, jaloezie, geloof en de tegenstelling tussen de stedelijke samenleving en het landelijke leven in het 19e-eeuwse Rusland.

Hiermee uitte Tolstoj kritiek op de elite en op kunstenaars die hij zag als losgezongen van het gewone volk, inclusief de arbeiders. Zijn kritiek was echter breder dan alleen ‘oefenen op kosten van’; hij vond dat de kunst die de elite voortbracht vaak oppervlakkig en egoïstisch was en geen oprechte gevoelens overbracht, in tegenstelling tot de eenvoudige, volkse kunst die volgens hem wel authentiek was.
Verder is het algemene probleem van “didactische kunst” dat dit uitlegt hoe moreel juist kan worden gehandeld en dat dit meer lijkt op een lesje voor kinderen.
Het radicaal moralisme gaat er aan voorbij dat er verschillende morele oordelen over een kunstwerk mogelijk zijn en maakt hiertussen geen onderscheid en doet daardoor geen recht aan de gelaagdheid binnen een artistiek oordeel.
Conclusie: De beide radicale stromingen blijken iets te missen.

Bij het gematigd moralisme, een stroming die heel erg lijkt op het ethicisme, zijn sommige morele oordelen relevant voor het artistieke oordeel over een werk. Als de hoofdpersoon van een roman iets onrechtvaardigs overkomt dan is van belang dat je als lezer deze opvatting deelt. Maar bij een gruwelijke moord op een persoon die transseksueel is mag de schrijver een dergelijke gruweldaad niet als rechtvaardig beschrijven.
Sommige morele oordelen zijn van belang om tot de betekenis van een werk door te dringen en dus ook voor de waardering ervan. Als de beoogde respons bij het publiek uitblijft dan faalt het kunstwerk ook artistiek. Als uit het werk een negatieve mening doorklinkt over mensen van kleur dan wringt dit bij de appreciatie van het werk door de lezer.

Bij de beoordeling van een werk is het verschil tussen wat wordt afgebeeld en hoe het wordt afgebeeld van belang om de attitude die uit het werk spreekt te bepalen. Als bijvoorbeeld in een film racisme wordt afgebeeld, kan dit zijn om racisme aan de kaak te stellen of kan uit de film als geheel een racistische attitude spreken.
Een mooi voorbeeld is het boek To kill a Mockingbird van Harper Lee waarin hij het racisme afkeurt.

Dit boek gaat over racisme en onrecht in het zuiden van Amerika tijdens de Grote Depressie, verteld door de ogen van een jong meisje, Scout Finch. Het verhaal draait om haar vader, advocaat Atticus Finch, die een zwarte man, Tom Robinson, verdedigt tegen een valse beschuldiging van verkrachting door een blank meisje. Het boek toont de diepgewortelde raciale vooroordelen in het zuiden van de VS in de jaren ’30. En het verhaal stelt vragen over wat rechtvaardigheid werkelijk betekent, vooral wanneer deze wordt tegengewerkt door onrecht en discriminatie.

Hier geldt een belangrijke nuance: de morele attitude is maar één aspect van het artistieke oordeel. In een globaal artistiek oordeel moeten ook andere artistieke aspecten worden meegenomen.

Bij het gematigd immoralisme kan het immorele karakter van een kunstwerk een reden zijn om het werk artistiek te waarderen. Hierbij is het idee dat het inzicht in wat moreel goed is ook gevoed moet worden met ideeën van wat moreel slecht is. Dan kan je het moreel goede doen.
Kunstenaars kunnen bewust morele grenzen bevragen door deze te overschrijden. De kunstenares Tinkebell heeft bijvoorbeeld een handtas gemaakt van het vel van haar kat Pinkeltje. Zij wilde hiermee op een oprechte manier de hypocrisie aankaarten die wij hanteren bij de behandeling van dieren. Een handtas van het gebruikelijke kalfsleer of het eten van een kalfje vinden wij wel heel normaal. Uit de vele ontvangen bedreigingen en haatmails blijkt dat Tinkebell een gevoelige, morele grens heeft overschreden.

Ook in dit geval speelt het belang van de morele attitude: is het overschrijden van morele grenzen een integere kwestie van bijvoorbeeld morele inconsequenties aan de kaak stellen of is het een ego-gerichte, op effectbejag gerichte shockerende daad? Met sympathieke schurken van populaire tv-series als Breaking Bad, The Sopranos, Peaky Blinders of Dexter, maar ook met de literaire klassieker Lolita van Vladimir Nabokov, wil de maker de kijker laten sympathiseren met daden van Humbert Humbert, die morele grenzen overschrijden.

Van de beoordeling van de kunstwerken gaan we nu naar de makers, het vraagstuk van de moreel ‘foute’ maker. Hoe verhouden de kunstenaar en het werk zich tot elkaar? Hier is het invloedrijke essay De dood van de auteur uit 1967 van de Franse criticus Roland Barthes van belang. Hij betoogt dat de intentie van de auteur irrelevant is voor de interpretatie van een tekst. In plaats daarvan ligt de betekenis in de tekst zelf en de lezer, die betekenis creëert tijdens het lezen. Dit verschuift de focus van de auteur naar de lezer en is een belangrijk werk binnen het poststructuralisme. De beroemde slotzin luidt: de geboorte van de lezer moet worden betaald met de dood van de auteur.

Barthes roept op om niet de autobiografie van de maker te betrekken bij de beoordeling van een kunstwerk. Er is ook een stroming die de kunstenaar toch een rol wil laten spelen met het alternatief van een impliciete auteur. Dit is een constructie om te bepalen wat de bedoeling, de attitude van de kunstenaar was. Als er in een werk een racistische opmerking wordt gemaakt dan blijft het van belang of de auteur een racist is. Dan kan het niet als satire worden afgedaan.

Leen geeft aan dat zij worstelt met de vraag of zij deel III van The Kingdom uit 2022 (een absurdistisch serie van de Deense regisseur Lars von Trier) grappig moet vinden. Hierin komen diverse grensoverschrijdende situaties voor waarbij een advocaat optreedt die telkens partij kiest voor de vrouw. De serie is objectief gezien grappig maar als je weet dat Björk, de IJslandse zangeres, Lars von Trier in 2017 heeft beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag bij de opnames van de film Dancer in the Dark, dan kijk je er toch anders naar.


Na de pauze startte de dialoog
De eerste vragensteller vroeg zich af waarom het gebruikelijk is om bij goede kunst de foute kunstenaar te vergoelijken.
Leen: Ja dat is een overblijfsel van de romantiek. Het idee van het grote genie dat briljante kunst maakt en dat men daarom zijn mindere karakter maar moet accepteren. Ik ben het niet eens met deze redenering. Je hoeft geen klootzak te zijn om goed kunst te maken. Stop de vergoelijking!!

Componisten Richard Strauss en Franz Lehár waren ‘fout’ in relatie tot Hitler en het Naziregime. Ik wil hun muziek daarom niet spelen. Is dat een foute gedachte? Is dat tijdelijk? Hoe kijkt men hier over 200 jaar tegenaan?
Leen: Tijd is zeker van belang maar bij muziek is het niet de attitude van de componist die verklankt wordt. Ik zou het daarom niet cancelen maar wel deze achtergrond duiden. Ook in Vlaanderen was er na de Russische inval in Oekraïne een festival dat geen muziek van Russische componisten wilde programmeren. Zij vonden dit niet uit te leggen aan hun bezoekers. Ik ben het hier niet mee eens en vind dat je het gesprek moet voeren.

Aan het einde van het boek betoogt u dat je wel een moreel oordeel moet vormen, maar pas na echt kijken en zorgvuldig oordelen.
Leen: Kunst vraagt om een geoefend publiek. Dit betekent dat je je moet verdiepen en oefenen in oordelen. In de literatuur moet je de onderliggende attitude zoeken. Een mooi voorbeeld is de roman Lolita van de Russisch-Amerikaanse schrijver Vladimir Nabokov die in 1955 in het Engels werd gepubliceerd.

In het boek vertelt de hoofdpersoon, een literatuurhoogleraar van middelbare leeftijd met het pseudoniemHumbert Humbert, over zijn obsessie voor een twaalfjarig Amerikaans meisje, Dolores Haze, dat hij seksueel molesteert nadat hij haar stiefvader is geworden. “Lolita” is de bijnaam die deze onbetrouwbare verteller geeft aan Dolores. Hoewel het boek weinig of geen expliciete taal bevat, gaf het aanstoot voor degenen die de seksuele allusies als pornografisch beschouwden en vooral door het thema pedofilie, dat sindsdien nog meer het ultieme kwaad is geworden.
De geoefende criticus ziet het fijnzinnige spel waar de lezer mee in de val wordt gelokt om te sympathiseren met de foute Humbert Humbert. Van een aanstootgevende roman is Lolita nu opgenomen in de lijst van de 100 beste Engelstalige romans.

Zijn er ook voorbeelden van kunstenaars die moreel twijfelachtig waren en toch goede kunst hebben gemaakt?
Leen: Ja daar zijn vele voorbeelden van. De schrijver Lev Tolstoj van de goede boeken Oorlog en vrede en Anna Karenina heeft zich verschrikkelijk gedragen tegen zijn vrouw Sophia. En de schrijver Jean-Jacques Rousseau, bekend van Emile, of Over de opvoeding, heeft zijn eigen kinderen naar een weeshuis gebracht. Ja, mensen zijn complex op het morele vlak met grote verschillen tussen idealen en de praktijk.

Je vertelde dat je getraind moet zijn om kunst te appreciëren, maar cancelen kan heel eenvoudig.
Leen: Dat is een verschil dat je heel terecht aanstipt. Ik zie het ook als een taak voor mijzelf om tegen het gemakzuchtige cancelen in te gaan. Ik leer mijn studenten om het gesprek aan te gaan en niet te stoppen uit angst voor ophef. Dat vind ik een verantwoordelijkheid voor de makers van tentoonstellingen en festivals en voor de critici.

Ik worstel met kunst van vroeger die de tijdgeest van toen reflecteert en die men vanuit de huidige tijdgeest, met terugwerkende kracht wil uitpoetsen.
Leen: Ja dat lezen van een vroeger kunstwerk met een hedendaagse bril moet je voorzichtig doen. Edward Said, de Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper, heeft het werk van de Franse filosoof Albert Camus besproken en las daarin de koloniale blik, de Arabier bleef naamloos. Maar Said gaf ook aan dat hij het werk van Camus blijft waarderen en het ons leert hoe er toen gekeken werd en hoe toen de verhoudingen waren. De verandering van de mensvisie hoeft een ouder werk niet problematisch te maken.

Kunt u vertellen hoe u tegen het werk en de kunstenaar Marco Borsato aankijkt?
Leen: Ja dat is lastig want hij is nog niet dood (gelach in de zaal). De vraag is of zijn muziek nog op de radio moet worden gespeeld. Het spelen van zijn muziek is ook een soort eerbetoon aan Borsato en dat is niet respectvol naar de mensen die door hem, door zijn machtsmisbruik gekwetst (zouden) zijn.
(N.B. Dit was vóór de uitspraak van 4 december 2025, toen de rechtbank hem vrijsprak van de beschuldiging van ontucht met een minderjarige.)

Hoe kan je genieten van kunst zonder de foute maker te eren?
Leen: Dat ging bijvoorbeeld mis toen Roman Polanski in 2020 de Franse filmprijs César kreeg voor zijn film J’accuse. Een prijs voor de film is dan akkoord, maar het eren van Polanski na zijn veroordeling voor seks met een 13-jarig meisje in 1977, niet. Het publiek in de filmzaal en buiten heeft duidelijk hiertegen geprotesteerd.

Ik heb een vraag over macht en kunst. Volgens mij zijn veel machthebbers bang voor kunst en daarom verbieden zij veel kunst. Klopt dit?
Leen: Ja de angst van machthebbers voor kunst is al heel oud, want de machthebbers begrijpen hoe via kunst impliciete kritiek kan worden geuit op hun bewind op een wijze die iedereen begrijpt. En dit is een gevaar omdat dit de tegenkrachten kan verenigen. In dergelijke landen zijn dan veel censuurcommissies. Deze onderdrukking brengt ook vaak hele interessante kunstenaars en kunst voort.

Is er een morele ondergrens voor bepaalde kunstuitingen, zoals bijvoorbeeld pedofilie. Waarna je kan zeggen dit is geen kunst maar iets pervers?
Leen: Interessant om hierover na te denken. Er zijn schrijvers die teksten produceren waar je van walgt, maar die later toch een kunstzinnige waarde blijken te hebben. De Franse schrijver Markies de Sade (1740-1814) was al in zijn eigen tijd controversieel, maar bleef strijden voor zijn verlichtingsidealen. En Georges Bataille (1897 – 1962) was een controversieel figuur vanwege zijn radicale en transgressieve thema’s in zowel zijn filosofie als zijn fictie. Hij behandelde obsessief de onderwerpen erotiek, mythe, godslastering en overdaad, en zijn pornografische werk werd tijdens zijn leven alleen onder pseudoniemen gepubliceerd. Later werd hij echter herontdekt door invloedrijke denkers, en zijn werk werd canoniek, wat een controversiële evolutie van zijn receptie markeerde.

Floor bedankte Leen Verheyen voor haar foute inleiding en beantwoording van de vragen. Met een groot applaus werd de avond afgesloten.

Gerrit van Elburg