Kris Pint – De extase van de jagers

Impressie van de bijeenkomst van het Filosofisch Café Haarlem op 22 oktober 2025

Op deze avond hield Kris Pint voor 55 bezoekers een inleiding over zijn boek De extase van de jagers, Verbeelding van de mystieke ervaring.

Kris Pint (1981) is schrijver en cultuurfilosoof. Hij doceert cultuurwetenschappen aan de Faculteit Architectuur en Kunst van de Universiteit Hasselt (België). Pint is een meester in het verbinden van het persoonlijke met het politieke. Eerder schreef hij De wilde tuin van de verbeelding (opgenomen op de shortlist Socratesbeker 2018) en Meteorologie van het innerlijk (longlist Socratesbeker 2021).

Kris Pint begon zijn inleiding De extase van de jagers, over religieuze verbeelding met te zeggen dat hij blij was om dit boek met zoveel mensen te mogen delen, want het schrijversvak is vaak een erg eenzame bedoeling. En mooi natuurlijk om dit te mogen houden in een remonstrantse kerk. Van huis uit is hij opgegroeid in het katholieke België. Hij heeft wel begrepen dat de remonstranten meer behoren bij de rekkelijke dan de precieze stroming van het protestantisme en is daar blij om.
Dit boek maar ook zijn vorige zoals De wilde tuin van de verbeelding en Meteorologie van het innerlijk zijn geschreven uit frustratie met het huidige dominante, neoliberale wereldbeeld. Met een bewerkte dia van de beeldmerken van McDonalds, BMW, Heineken en DHL laat hij de kern van dit wereldbeeld zien: Work, Buy, Consume en Die. Dit staat hem tegen en dit wereldbeeld loopt ten einde door de grenzen die het milieu stelt, de sociaal politieke spanningen tussen landen en de psychologische schade aan individuen.

Kris Pint concludeert dat we geen taal meer hebben voor gevoelens van wanhoop en verbinding. Pint moet hierbij denken aan de anekdote van Napoleon, die tegen een soldaat zou hebben gezegd dat hij zijn liefdesverdriet op dezelfde dappere wijze moet benaderen als een vijandig leger. Dit ligt voor Pint in lijn met het volgende citaat uit het boek Uit de taal van een verliefde van de Franse cultuurfilosoof Roland Barthes:

Wie verliefd is op de romantische wijze, kent de ervaring van de waanzin. Deze waanzinnige evenwel staat vandaag geen enkel modern woord ter beschikking en het is uiteindelijk daarin dat hij zich waanzinnig voelt: nergens een taal die valt te stelen – of het moest een zeer oude zijn.

Dat gevoel had Pint ook toen hij naar het schilderij De jagers in de sneeuw (1565) van Pieter Bruegel keek. Vreemd want het lijkt een louter realistische weergave van een winterlandschap. De details van sneeuw en ijs kent Pint gewoon uit zijn eigen leven. Waar komt dan die intense, religieuze, innerlijke ervaring vandaan die hem overvalt als een eerste kus of een laatste afscheid.

Pint gaat op onderzoek uit en ontdekt dat Bruegel in zijn tijd humanistische kringen frequenteerde. Het schilderij zou ook te lezen zijn als een allegorie. Het bord bij de herberg, dat bijna naar beneden valt, staat dan voor de waarschuwing om je leven niet voor niets in gevaar te brengen, de vogelvanger is een symbool van de duivel en het gebouw van de watermolen staat voor de gapende mond van de hel.

Dit verklaart nog niet zijn mysterieuze, extatische ervaring. Er lijkt iets machtigs te zitten in de dingen zelf. De Vlaamse dichter Erik Spinoy heeft aan dit schilderij een gedicht gewijd dat het gevoel van Pint goed weergeeft:

Een terugkeer

met de noorderzon. gebogen lopen
jagers, honden het gezichtsveld in.
Op hun schouders ligt de eindeloze
hangmat van het licht. Met moeite

buit, een vos – alleen wie toekijkt
kan het zien. Alleen wie waarlijk ogen heeft
verstaat. Want slechts met afgewend gezicht
ontbloten ze het masker van de spijt. Waar

ze waren blijft geheim, en wat ze zagen is
niet uit te spreken. Maar dat ze weten
staat als bomen bij hen. En ook, dat dit
een aftocht is, hun onverhoopte

aankomst in een huis van
ingesloten open lucht.

Misschien moet het schilderij anachronistisch worden gelezen als een animistische ervaring van 10.000 jaar geleden. Pint gaat op onderzoek uit naar beelden uit de prehistorie.

Bij het beeld van de schachtscene van Lascaux (22.000 – 17.000 v. Chr.) vindt hij een klik met Bruegel. Op dat beeld is een vallende man te zien en een bizon, met darmen die uit het lichaam hangen, die op hem af stormt. Het eerste idee is dat dit een beeld is van een jachtongeluk van de homo faber.

De Franse paleontoloog Jean Clottes zegt dat deze periode de overgang van aap naar mens is en dat deze mens kan worden getypeerd als de homo spiritualis artifex, een mens die voorwerpen maakt, gebruiksvoorwerpen en religieuze of rituele objecten.

In veel afbeeldingen is sprake van transformatie, van vormen van mens en dier. De antropoloog Michael Winkelman noemt dit ‘psycho-integratie’ waarbij via associaties en symbolen maar ook door het opwekken van andere bewustzijnstoestanden, boodschappen uit andere lagen van de hersenen kunnen worden vertaald naar het bewustzijn. Mystiek is het middel dat dit mogelijk maakt. De sjamaan bood met zijn rituelen een toegang tot een andere wereld, tot andere kennis, tot andere ervaringen. Met de huidige psychische kennis zouden we dit typeren als manische depressie, die toen wel nodig was om te overleven.

De rotswanden waar de afbeeldingen op gemaakt werden, waren niet zomaar een beschikbaar tekendoek maar volgens de Zuid-Afrikaanse paleontoloog David Lewis-Williams een membraan, dat een oppervlak van de wereld van de dierengeesten verbond met de grot en zo met de mensenwereld.

Deze andere wereld was niet een hippie-achtige eenheid van de kosmos waarin iedereen met alles in contact stond, maar volgens de paleontologen een chaotische wereld waarin de mensen in gevecht waren met wispelturige geesten.
Deze geesten waren niet de Opium voor het volk-religie van Karl Marx maar een manier om om te gaan met het lijden, hier een vorm voor te vinden. Onze samenleving nu is gericht op comfort en heeft geen taal voor het onoverkomelijke lijden, alleen maar pillen en therapieën.

De Ierse schrijver en dichter Samuel Beckett (Wachten op Godot) noemt religie net als kunst een middel om vorm te geven aan de puinhoop, de chaotische werkelijkheid die we ervaren. Een offerritueel is hierin veel voorkomend en veel werd geofferd aan een vrouwelijke Godin die in de geschiedenis verschillende, cultuurbepaalde namen heeft gekregen.

Het beeld van de Tollund-man, een veenlijk met een strop om zijn nek, dat na eeuwen verborgen te zijn gebleven in 1950 werd ontdekt in Denemarken, werd lang beschouwd als een gestrafte misdadiger maar mogelijk was het een offer voor het welzijn van de hele stam.

Ook het Jodendom begint met het offerverhaal van Abraham, die plots van God de opdracht krijgt om zijn enige zoon Isaac te offeren. Hier is de ontwikkeling gemaakt van een zichtbare vrouwelijk godin naar een onzichtbare mannelijke God. Deze onzichtbaarheid was een gevolg van het verbod in het Jodendom om afbeeldingen van God te maken. Hierdoor werd wel een belangrijk deel van de religieuze ervaring gemist.
Door God uit de werkelijkheid te halen was kritiek op de machthebbers mogelijk, zoals de profeet Jesaja heeft laten zien toen hij het volk confronteerde met hun valse, schijnheilige godsdienst, waarbij de focus lag op uiterlijke rituelen in plaats van innerlijke verandering en berouw. Ook een stap van de niet meer stamgebonden religie.

Later, als Cyrillus van Alexandrië tijdens het Concilie van Efeze in 431 Maria heeft laten uitroepen tot moeder van God, zien we in het christendom wel de opkomst van Maria als dominante vrouwelijke aanwezigheid, een incarnatie van de grote godin volgens de Amerikaanse feministische theologe Rosemary Ruether. Ook de komst van Jezus die na zijn doop volgens een sjamanistisch initiatieritueel naar de woestijn trok om daar 40 dagen te vasten, zich voor te bereiden op zijn taak en daar de beproevingen van de duivel te ondergaan.

Jezus is een intrigerende figuur want in zijn uitspraken is veel te herkennen van het Griekse cynisme (Diogenes van Sinope die leefde in een ton). Denk aan de uitspraak: ‘De sabbat is voor de mens, de mens is er niet voor de sabbat’. Dit was radicale kritiek op de toenmalige priesterklasse in Israel. Wie zonder zonde is werpe de eerste steen.

Het meest onthutsende en cynische beeld van het koninkrijk Gods is terug te vinden in het evangelie van Thomas. Daar vergelijkt Jezus het koninkrijk van God met een kapotte kruik, die op weg van de markt naar huis helemaal was leeggelopen en de vrouw met lege handen achter liet. De moralistische les is dat het koninkrijk Gods niet iets is wat je kunt bewaren of meenemen: het bevindt zich enkel maar in jou en aan het einde van de rit blijft er niets anders over dan een lege kruik én dat is niet erg.

De kruisiging was de meest vernederende terechtstelling in het Romeinse Rijk. In het evangelie van Marcus – het oudste dat overgeleverd is – komt een rauwere beschrijving naar voren dan in de andere evangeliën. Hier zijn de laatste woorden van Jezus ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ Pure wanhoop van iemand die zich alleen en verraden voelt: al zijn leerlingen zijn gevlucht, zelfs God is nergens te bekennen.

Paulus vermeldt in zijn evangelie de opstanding van Christus en dat lijkt tegen deze achtergrond de toevoeging van een happy end aan een Hollywoodfilm, omdat die anders geen volk zou trekken. Paulus maakte hiermee van de religie van een joodse sekte een universele religie, het Christendom, waarin niet de verlossing uit het lijden maar de verlossing ín het lijden besloten lag.

Bij een afbeelding van drie plaatjes met Maria en bomen vertelt Pint dat de boom die na de start van de Mariaverering regelmatig voorkomt in het katholieke iconoclasme, terug te voeren is op Asjera, een godin van Kanaän uit de 18e eeuw v. Chr. Asjera was “De Moeder van de Goden” en wordt afgebeeld in de vorm van een boom. Ook andere heidense figuren komen terug in het katholieke iconoclasme.

Vrouwelijk mystici zoals de Spaanse Teresa van Avila (16e eeuw) en de Brabantse Hadewijch (13e eeuw) beschrijven op een directe en openhartige intieme manier hun lichamelijke relatie met God. Deze beschrijving van hun extase en wanhoop is troostende literatuur.

Roland Barthes vraagt zich af hoe we vandaag de dag de religieuze verbeelding kunnen benaderen. Dit klinkt negatief omdat hierin God niet nodig is voor de verklaring. Wetenschappelijk is er aangetoond dat een religieuze ervaring bestaat. Het is niet iets wat je zelf kan samenstellen maar een soort verliefdheid die je overvalt. De werkelijke, religieuze verbeelding staat niet tegenover de werkelijkheid. Om het in de woorden van de 20e-eeuwse psychiater Carl Gustav Jung te zeggen, gaat het om datgene wat werkt om de werkelijkheid vrijer en rijker te ervaren en zingeving bij het lijden te ontvangen. Helpt de verbeelding mij om in verzet te gaan?

Vandaag de dag staat de religieuze verbeelding onder druk. Het beeld van de vervallen St. Janskerk in Biest vertelt dat als een systeem zijn dominantie verliest, er minder dwang is en er dan ruimte komt voor nieuw verbeelding. Of in de woorden van James Hillman:

Enkel in de schaduw
van de goden
verblijven de echte
goden

Kris Pint sluit af met het volgende citaat van Hadewijch:

En zijn ze
vreemden in hun
eigen land. / Daar
dolen zij rond, ten
prooi / aan het
vreemde avontuur


Na de pauze startte de dialoog

De eerste vragensteller vroeg of er tegenwoordig nog wel religieuze, mystieke beelden worden gemaakt, want hij komt ze weinig tegen.
Kris: Het grootste probleem vandaag de dag is een overvloed aan beelden. Er worden al veel persoonlijke beelden gemaakt (social media) en daar komen nu de AI-beelden bovenop. In de tijd van Bruegel werden er veel minder beelden gemaakt maar deze werden lang en intens bekeken. De hoeveelheid beelden die men nu per dag ziet, zag iemand uit de prehistorie niet in zijn hele leven. Het mooie van het internet is wel dat bijna alle oude beelden toegankelijk zijn. Dat is goed want de kerken hebben tegenwoordig onvoldoende geld om nieuwe te laten maken. Vormen van hedendaagse beelden vind ik bijvoorbeeld in de films (noir) van David Lynch en van de Franse regisseur Bruno Dumont met Hadewijch (2009) en Hors Satan (2011).

Ik zag laats de animatiefilm Turning Red over een inheemse bevolking, ook zeer indrukwekkend.
Kris: Ja in dit kader kan je ook denken aan het filmscript-waardige boek The Dawn of Everything, waarin het overheersende discours wordt omgedraaid. Met films over de verschillen tussen culturen moet je oppassen voor racisme. De andere cultuur mag niet als minder, maar ook niet als beter worden gepresenteerd.

Ik kreeg bij uw verhaal het idee dat Spinoza ook hierin zou passen met zijn drietrapsraket van Kennis:

  • Weten (Ratio): Dit is het laagste niveau van kennis en komt overeen met het begrip van de wereld via zintuiglijke waarneming en redenatie. Je weet hoe iets werkt, maar niet waarom het werkt.
  • Verbeelding (Onvolledig begrip): Dit is het niveau van zintuiglijke waarneming en overtuigingen, dat vaak gebaseerd is op externe factoren en niet op de werkelijke aard van de dingen. Dit is een onvolledig, oppervlakkig begrip van God of de natuur.
  • Intuïtie (Adequate kennis): Dit is het hoogste niveau van kennis en komt overeen met het directe, intuïtieve begrip van de essentie van dingen. Dit is een dieper, intellectueel inzicht in de werkelijkheid en de ‘eeuwige waarheden’.

Kris: Ik ken Spinoza alleen indirect via het filter van het werk van Nietzsche en Deleuze. De overeenkomst is denk ik dat ook bij Spinoza de verbeelding deel uit maakt van de werkelijkheid.

Ik las laatst een artikel waarin werd beschreven dat het placebo-effect ook werkt.
Kris: Ja dat is mooi en het werkt ook bij mensen die weten dat het een placebo is. Het lijkt ook op een sjamanistisch ritueel, waarbij met veel omhaal een veertje uit je oog wordt gehaald en dat je daarna bent genezen. De goochelarij van de sjamaan had niet ten doel om de mensen te misleiden maar om de boze geesten te misleiden.

Kent u een sjamaan?
Kris: Nee maar er zijn wel goede boeken over, bijvoorbeeld van Michael Winkelman.

Hoe kijkt u aan tegen profane vormen van beeldvorming die worden gebruikt in de politiek, bijvoorbeeld de migranten die de schuld krijgen van de woningnood.
Kris: Er is lijden in de samenleving en dan is deze zondeboksystematiek, met een krachtig joods origineel, bijzonder effectief. Als politicus kan je hier handig gebruik van maken. Het vergroot de saamhorigheid en solidariteit binnen de eigen gemeenschap. Het vult een leegte in.

Hoe zou u als psycholoog en politicus omgaan met dit zondebokmechanisme?
Kris: ik ben geen psycholoog en zeker geen politicus, maar ik zie dat we nu een overkoepelend verhaal missen voor een nationaal gevoel van eenheid, van trots en van de toekomst. De huidige politici zijn meer spreadsheet managers. Ik zou zeggen: durf te geloven in een utopie. Zo moeilijk kan dat niet zijn als je ziet dat een clown in de Verenigde Staten in staat is om een mythe te activeren.

Hoe ziet u de grens tussen een mystieke ervaring en een religieuze emotie?
Kris: Het gaat bij beide om een overweldigende ervaring, een beleving die het alledaagse overschrijdt. Dat gevoel zit in onze hersenstructuur. De (beeld)taal die we er aan geven kan die van de mythe zijn of die van de religie.

U begon uw inleiding met het uiten van uw frustratie met het huidige dominante, neoliberale wereldbeeld. Met de bewerkte dia van de beeldmerken van McDonalds, BMW, Heineken en DHL die de kern van dit wereldbeeld zien: Work, Buy, Consume en Die. Dit staat u tegen. Wilt u weer terug naar de tijd waarin de mystieke en religieuze beelden nog van waarde waren?
Kris: Ik mis met name de religieuze dimensie in deze tijd. Ik wil vroeger zeker niet idealiseren. Hadewijch die als meisje twaalf visioenen kreeg, zou nu worden opgenomen. De kern van de seksualiteit van de Grieks–Romeinse cultuur was de absolute dominantie van de man. De vroegere sjamanen waren ook geen lieverdjes. De rooms-katholieke kerk heeft in de afgelopen eeuwen ook behoorlijk wat misdaden begaan. Ik knap op van een onverwachte graffiti-afbeelding van een beeld van Bernini op een verlaten perron. Dat maakt mijn dag weer goed.

Paul van Dijk bedankte Kris Pint voor zijn verbeeldende inleiding en beantwoording van de vragen. Met een verbeelding applaus werd de avond afgesloten.

Gerrit van Elburg