Hans Achterhuis – Coetzee, een filosofisch leesavontuur

Impressie van de bijeenkomst van het Filosofisch Café Haarlem op 25 september 2019

Op deze avond hield de filosoof en theoloog Hans Achterhuis voor zo’n 65 aanwezigen, die het slechte weer hadden getrotseerd, een inleiding over zijn boek: Coetzee, een filosofisch leesavontuur. De aanwezigen moesten trouwens wel geduld hebben want op zoek naar de kerk was Hans Achterhuis de verkeerde kant opgestuurd, waardoor hij te laat en verregend arriveerde.

Filosoof en theoloog Hans Achterhuis (1942) was van 2011 – 2013 de eerste Denker des Vaderlands en ontving de Pierre Bayleprijs voor maatschappijkritiek. Zowel De Utopie van de vrije markt als Met alle geweld werd onderscheiden met de Socratesbeker voor het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek van het jaar. www.hansachterhuis.nl

Hans begon te vertellen dat hij in zijn jeugd verzot was op romans over de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. Hij las boeken van onder andere L. Penning en wilde ook De verkenner van Christiaan de Wet zijn. Later maakt hij deel uit van de Anti-Apartheidsbeweging en gingen de Boeren van goed naar slecht. Toen heeft hij de meeste van die romans weggegooid, hij vond het vergif voor zijn kinderen.

Ook heeft hij als 10-jarige de Jan van Riebeeck-herdenking, ter ere van ‘De landing in 1652 aan de Kaap de Goede Hoop’, bijgewoond en met vlaggetjes gezwaaid. In die tijd werden hierbij geen vraagtekens geplaats, sterker nog de Nederlandse overheid heeft postzegels uitgebracht ter ere van deze historisch belangrijke gebeurtenis. Nu staat Van Riebeeck in het rijtje historische figuren met bedenkelijke reputatie zoals Jan Pieterszoon Coen en Witte de With.

In zijn Anti-Apartheidsbeweging-tijd las Hans alles over Zuid-Afrika en zo kwam hij ook zijn eerste roman van Coetzee tegen, IJzertijd. Hans was niet gelijk enthousiast, Coetzee bood geen oplossingen.

Ze steken mensen in brand en kijken lachend hoe ze doodgaan. Hoe zullen ze hun eigen kinderen behandelen? Wat voor liefde kunnen ze geven? Kan er nog een andere tijd komen na deze ijzertijd? (Citaat uit IJzertijd)

Maar in 1999 toen hij In ongenade van Coetzee in handen kreeg was hij gelijk verkocht. Het verhaal speelt in de microkosmos van Zuid-Afrika waar alle wereldse tegenstellingen aanwezig zijn: wit – zwart, man – vrouw, rijk – arm. Hans gaf aan dat hij voor het eerst niet boos werd om het gegeven dat Coetzee geen oplossingen biedt. Andere Zuid-Afrikaanse schrijfsters zoals Antjie Krog en Nadine Gordimer doen dat trouwens wel, aldus Hans.

Hans vertelde dat Coetzee erg schuw is, nooit uitleg wil geven over zijn boeken en bijna geen (mondelinge) interviews geeft. Dit heeft hij persoonlijk kunnen ervaren toen hij in 2010 Coetzee ontmoette tijdens het Coetzee-festival in Amsterdam, dit ter ere van zijn 70ste verjaardag. Hij stelde Coetzee een directe vraag over de relatie tussen de Joodse professor Arendt in het boek Dierenleven en Hans zijn favoriete filosoof, de Joodse Hannah Arendt. Coetzee, die beschikt over een fenomenale kennis van de filosofie, antwoordde: “Interessant, wie is Hannah Arendt?”

Over die schuwheid van Coetzee vertelt Hans de anekdote dat toen Coetzee in 1983 de Booker Prize won voor Wereld en wandel van Michael K., hij zich drie dagen heeft verborgen op de universiteit waar hij werkte. Zijn secretaresses moesten zeggen dat ook zij geen idee hadden waar hij was. Alleen voor de Nobelprijs heeft hij een uitzondering gemaakt. Over het niet willen geven van uitleg geeft Hans het voorbeeld van een schriftelijk interview met 14 pagina’s aan vragen en 1 ¼ pagina aan antwoorden.

In de autobiografische romans, zoals Zomertijd, komen zaken voor die niet waar zijn. Hans denkt dat Coetzee hiermee wil aangeven dat het geheugen onbetrouwbaar is. In zijn eerste roman Schemerlanden uit 1974, het relaas van zijn voorvader Jacobus Coetzee, laat Coetzee bewust een knecht tweemaal doodgaan. Een stijlfiguur geïnspireerd op zijn toen favoriete schrijver Samuel Beckett?

Hans geeft aan dat hij nu specifiek ingaat op Wachten op de barbaren. Dit gaat over het onderzoek van Coetzee naar onze zekerheden over de verhouding tussen wij de gevestigden en zij de barbaren. Het verhaal speelt zich af in een onbestemd land waar kolonel Jol met zijn leger naar een grensplaats gaat die bestuurd wordt door een magistraat. Jol zegt tegen de magistraat dat hij is gekomen om hen te beschermen tegen de barbaren. De magistraat kijkt verbaasd en zegt dat hij nog nooit barbaren heeft gezien, alleen wat arme vissers en jagers. Jol neemt een aantal vissers gevangen en die bekennen, na marteling, een gevaar te zijn voor het land. De magistraat brengt een dochter van een doodgemartelde jager terug naar haar stam. Bij terugkomst in de grensplaats wordt hij beschuldigd van verraad en gevangen genomen. Tijdens een barbaars verhoor, op zijn vroegere kamer, ontspint zich de discussie over de barbaren en komt de omkering als de magistraat zegt: “U bent de vijand”.
Tijdens die verhoorperiode gaat het leger op zoek naar de barbaren. Sporadisch komen individuele soldaten uitgeput terug. Ze hebben honger gehad in de bergen en dorst in de woestijn, maar niemand heeft de barbaren gezien. Hans geeft aan dat dit leidt tot de vragen:

1.     Wie is de barbaar?
a.     Coetzee ondermijnt de vaste grens tussen barbaar en beschaving. De inwoners van het Rijk bedriegen de barbaren, stelen hun grond en eigendommen en vernederen ze en behandelen ze verachtelijk.
2.     Bestaan de barbaren?
a.     Ook bij de leermeester van Coetzee, Samuel Beckett in Wachten op Godot, was het de vraag of Godot bestond.

Hans geeft aan dat groepen altijd andere groepen nodig hebben om zich tegen af te zetten en zo een eigen identiteit te verkrijgen.

Na het verschijnen van Wachten op de barbaren kreeg Coetzee de kritiek dat hij niet over Zuid-Afrika schreef. Coetzee deed dat niet letterlijk maar zijn beschrijving van de gruwelijke martelingen verwijzen naar het doodmartelen van Steve Biko in Pretoria in 1977.

De eerste keer dat Hans Wachten op de barbaren las heeft hij de pagina’s lange martelscenes overgeslagen. Hannah Arendt heeft werk geschreven waarin zij probeert om pijn te begrijpen. Arendt geeft aan dat pijn je terugwerpt op je lichaam en dat alles eromheen vervalt. Als de pijn weggaat dan komt de wereld terug.
Hans geeft aan dat je als filosoof niets kan zeggen over pijn. Coetzee probeert er als schrijver iets over te zeggen. De ergste pijn is trouwens de pijn die door anderen (folteren) wordt aangedaan. Als dit met huis-, tuin- en keukenvoorwerpen (aansteker) gebeurt dan blijven deze voorwerpen altijd de herinnering aan die pijn oproepen.

Hans meldt dat het Zimbardo-gevangenisexperiment uit 1971 nog steeds wordt gebruikt om groepsdruk en geweld tegen andere groepen te demonstreren. Hier werden studenten in twee groepen gesplitst, gevangenen en bewaarders. De bewaarders kregen een uniform en een zonnebril en begonnen zich steeds wreder te gedragen tegen de gevangenen. Zo wreed dat het experiment na zes dagen voortijdig moest worden afgebroken.

Na de pauze startte de dialoog

Vanuit de zaal geven verschillende bezoekers reacties en stellen vragen.

De moderator gaf aan dat hij met veel plezier het boek heeft gelezen. Hij vond het ook wel een persoonlijk boek en vroeg zich af hoe het voor Hans was om zo’n persoonlijk boek te schrijven.
Hans zegt dat het boek weliswaar begonnen is met een persoonlijk enthousiasme voor de Boeren in Zuid-Afrika en later ook uitmondt in een zelfonderzoek naar de manier waarop hij beïnvloed wordt door groepen, maar dat het voor hem nooit intiem of ongemakkelijk is geweest.
Hans was zeer gesteld op de Amerikaanse familie in North Carolina waar hij tijdens zijn studie in 1959 verbleef. Amerika was toen een gesegregeerde samenleving en Hans aanvaardde de rassenscheiding toen als iets vanzelfsprekends. Enigszins vergelijkbaar met Coetzee die een grote bewondering voor zijn moeder had, alhoewel zij een voorstander was van het Apartheidsregime.

Er zijn toch ook groepen die juist het goede in individuen naar boven brengen?
Hans is het daar 100% mee eens. In de westerse taal zijn er trouwens ook minder woorden voor de positieve kanten van groepsvorming, het Zuid-Afrikaanse Ubuntu past dan beter. Coetzee heeft ook weleens aangegeven dat, omdat hij teruggetrokken leeft, hij de positieve groepservaringen, zoals concerten en sportactiviteiten, mist.

De volgende spreker vindt dat professor David Lurie, die vanwege een relatie met een studente wordt beschuldigd van ‘molestatie’, koppig is om dat hij na zijn bekentenis weigert om publiekelijk berouw (begrip en empathie) te tonen.
Ook hier is Hans het 100% mee eens. De romanpersoon David Lurie, die trouwens voor 80% op Coetzee zelf lijkt, leert pas aan het einde van de roman dat liefde een nieuw begin mogelijk maakt.

Ten aanzien van het Zimbardo-gevangenisexperiment wordt opgemerkt dat Rutger Bregman in zijn boek De meeste mensen deugen, heeft geschreven dat het een ‘fake’, gestuurd onderzoek was. Voor hetzelfde geld was dit onderzoek in een positieve richting gestuurd.
Hans heeft dit laatste boek van Bregman nog niet gelezen. Hij heeft weleens gediscussieerd met Bregman en vind hem te optimistisch. Hans is er ten diepste van overtuigd dat je als individu in een groep je goedheid kan verliezen, met Nazi-Duitsland als duidelijk voorbeeld.
Maar het klopt wel wat Bregman vertelt. In de praktijk waren er twee groepsprocessen die verkeerd liepen, naast dat van de bewakers ook het groepsproces van de psychologen. Pas toen de vriendin van Zimbardo de groepsdruk van de psychologen doorbrak, is het experiment gestopt. De misdaden in Abu Ghraib Irak zijn een praktijkuitvoering van Zimbardo.

Een vraag van het toegangskaartje: Heeft de mens een barbaar nodig als noodzakelijke vijand?
Hans geeft aan dat mensen als sociale wezens in groepen leven en dan andere groepen nodig hebben om zich te onderscheiden, een identiteit te vormen. Als die andere groep wordt geminacht dan kan het slecht aflopen, het kan dan leiden tot dehumanisering en genocide. Hannah Arendt heeft dit weleens geschreven: “Andere mensen kennen jou beter dan dat jij jezelf kent”. Ook de Grieken schreven dat iedereen een dubbelganger achter zich heeft waarna hij moet luisteren.

Een volgende spreekster geeft aan dat we over groepen en individuen hebben gesproken, maar dat zij geïnteresseerd is in de essentie waar Hans naar op zoek is?
Hans geeft aan dat hij nu in de afrondende fase zit van een boek over Hannah Arendt. In dit boek wil hij haar bevrijden van alle filosofen die haar tot zich genomen hebben. En daarna is zijn diepste wil om nog één boek te schrijven. De werktitel is: Ik wil mezelf begrijpen. En natuurlijk ook de maatschappij begrijpen. Het doel is om anderen te helpen zichzelf te begrijpen.

Ook al zouden we geen vragen stellen over de zwartepietendiscussie, toch was de volgende spreker geïnteresseerd in het advies dat Hans zou geven aan de Canadese president Trudeau, die nu onder vuur ligt vanwege oude ‘blackface’ video’s.
Hans: ja persoonlijk zou ik zeggen ‘stel je niet zo aan’, maar het is politiek, dus zal er een mea culpa moeten komen. Onze omgang met het verleden is boeiend en blijft terugkomen. De centrale vraag is: Hoe moet je dan met het kwaad uit het verleden omgaan? Hans heeft bijvoorbeeld in 2010 publiekelijk commentaar gegeven op het grote theaterproject Tuin van Holland van toneelgroep De Appel.

Dit ging over de Nederlandse identiteit, zoals die in de geschiedenis gestalte heeft gekregen. De teksten voor Tuin van Holland waren gekenmerkt door een kritisch perspectief. Onze koloniserende voorvaderen werden er als boeven, moordenaars en uitbuiters geportretteerd. Bij de beschrijving van de Zuid-Afrikaanse Boeren die ‘jacht maakten op Zulu-kinderen om hen op hun boerderij als slaven in te zetten’, werd bijvoorbeeld hun hypocrisie sterk benadrukt. De Boeren beschuldigden namelijk te pas en te onpas de plaatselijke stammen van veediefstal als een ‘handig voorstel om negers af te slachten’. En Jan Pieterszoon Coen werd beschreven als ‘een man die nu ongetwijfeld wegens misdaden tegen de mensheid terecht zou staan voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag’. De beschuldiging dat onze roemruchte helden als Jan Pieterszoon Coen en Jan van Riebeeck zulke hypocriete schurken waren geweest, werkte volgens Hans voor de hedendaagse Nederlander als een pluim op de morele hoed. Wat waren wij vergeleken met onze voorouders moreel heerlijk ver gevorderd! Zulke morele aanklachten geven het gevaar een zelfgenoegzaamheid over ons betere hedendaagse Nederlandse ik te creëren. (Citaat uit Trouw 2012)

Hoe kijkt Hans aan tegen de fricties in de samenleving waarin groepen zich verenigen. Er lijkt nu sprake te zijn van een escalatie.
Hans geeft aan dat hij na de aanslagen van 9/11 en de moord op Fortuyn dit heeft onderzocht in zijn boek Met alle geweld. De kern is dat als een volk of een groep gekleineerd wordt, dit vroeg of laat tot een opstand leidt. Verder probeert Hans het geweld niet alleen intellectueel maar ook existentieel te begrijpen.

Alleen wanneer we leren leven met geweld, kunnen we ook leren het te domesticeren. Elke poging om het geweld radicaal uit te bannen, bergt het risico in zich het ongewild op te roepen en te vergroten. (Citaat uit Met alle geweld 2008 van Hans Achterhuis)

Iemand deelt mee bij een herdenking in Normandië aanwezig geweest te zijn en zag aan de reacties van de aanwezige Duitsers dat ook zij niet begrepen hoe het heeft kunnen gebeuren. Dit geeft enerzijds vertrouwen en  anderzijds voedt het ook de angst dat het morgen weer gebeurt.

Met de inmiddels opgedroogde Hans Achterhuis kunnen we terugkijken op een mooie avond waarin we Coetzee hebben leren kennen en de zekerheden over onze morele waarden zijn bevraagd.