Femke Kaulingfreks – Straatpolitiek

Impressie van de bijeenkomst van het Filosofisch Café Haarlem op 11 april 2018

Op deze avond hield Femke Kaulingfreks een inleiding voor zo’n 30 aanwezigen over Straatpolitiek.

Femke Kaulingfreks is politiek filosofe en antropologe. Voor haar proefschrift over ontregelende politiek deed zij uitgebreid veldonderzoek in sociaal achtergestelde wijken in Nederland en Frankrijk. Ze schreef artikelen voor onder meer De Correspondent en de Volkskrant en werkt als lector “Jeugd en Samenleving” aan Hogeschool Inholland.

Femke begon haar inleiding met Osman en Fatma, kinderen van migrantenouders, die gemakkelijk in twee uiterste hokjes geplaatst worden: die van kansarme risicojongere en van veelbelovend toptalent. Wat beiden als kinderen van migrantenouders met elkaar gemeen hebben is dat zij de toekomst van Nederland willen uitmaken, omdat ze zich in heel hun hybride identiteit het meeste met dit kikkerlandje verbonden voelen. Tegelijkertijd voelen ze zich behandeld als tweederangsburger en hebben ze regelmatig te maken met discriminatie en racisme.
Wat ze ook met elkaar gemeen hebben is dat ze een sterk rechtvaardigheidsgevoel hebben en een sterke politieke mening. Ze maken zich druk over segregatie in het onderwijs, over stijgende zorgkosten, over inkomensongelijkheid, over gentrificatie. Beiden hebben niks met De politiek. Zij zien politiek als boze oude witte mannen in pak, die hun brood verdienen in de institutionele wereld.

Dit heeft te maken met de integratie-paradox. De meeste jongeren met een migratie-achtergrond zijn geboren en getogen in Nederland, hebben Nederlands als eerste taal en zijn sterk georiënteerd op deze samenleving. Tegelijkertijd voelen ze zich vaak buitengesloten. Hoe meer ze zijn geïntegreerd en zichzelf als onderdeel van de Nederlandse samenleving zien, hoe harder het aankomt als ze niet als volwaardig lid van deze samenleving worden geaccepteerd.

Deze paradox leidt tot frustraties en tot de ervaring van een democratisch gebrek. Sommige jongeren worden daar gelaten of cynisch van, anderen komen juist in verzet tegen dit democratische gebrek en uiten op nieuwe, vaak eigenzinnige en soms controversiële manieren hun maatschappelijk engagement. Te denken valt aan buitenparlementaire initiatieven zoals acties tegen Zwarte Piet of tegen etnisch profileren door de politie, maar streetwise jonge Nederlanders verzetten zich niet alleen middels het actierepertoire van sociale bewegingen. Ze doen dat ook door middel van persoonlijke stijl, bijvoorbeeld in het geval van de ‘natural hair movement’, of in de populaire cultuur, in de vorm van vlogs, raps en spoken word. Anderen verzetten zich op meer confronterende wijze. Bijvoorbeeld tijdens de rellen in de Schilderswijk die ontstonden nadat Mitch Henriquez door politiegeweld om het leven kwam. Of in kraakacties, die de stedelijke ruimte op onverwachte manieren politiseren.

Hoe uiteenlopend ook, wat deze voorbeelden met elkaar gemeen hebben, is dat ze allemaal spreken van een verlangen naar emancipatie. Aan de rafelranden van de samenleving wordt strijd gevoerd tegen uitsluiting, marginalisering, racisme, islamofobie en bestaansonzekerheid. De politieke praktijken die daar, in de Hollandse klei ontstaan, leiden onvermijdelijk tot vieze voeten en handen. Ze zijn confronterend en vaak niet eenduidig als politiek betekenisvol te begrijpen. Dit eigenzinnige engagement kan zowel letterlijk als figuurlijk gevat worden onder de term ‘straatpolitiek’.

Straatpolitiek vormt dus een directe reactie op het democratische gebrek dat veel jongeren van kleur en jongeren met een migratie-achtergrond ervaren.

Verschillende filosofen in de poststructuralistische traditie maken gebruik van het onderscheid tussen De politiek en Het politieke. Hierbij wordt De politiek opgevat als een staats-georiënteerde en geïnstitutionaliseerde strategie voor het organiseren van de samenleving, en Het politieke als een basale zijnseigenschap van sociale processen, die onverwacht, pluriform, verstorend en/of conflicterend is.

Femke heeft zich laten inspireren door de Franse filosoof Jacques Rancière. Hij gelooft niet dat de representatieve democratie en het bijbehorende consensusmodel evenredig recht doen aan ieders belangen. Consensus kan alleen bereikt worden tussen groepen die al door de overheid erkend zijn als legitieme, redelijke en adequate gesprekspartners in het democratische proces. Groepen waarvan men denkt dat ze niet direct bijdragen aan het in standhouden van een stabiele politieke orde, hebben vaak minder recht van spreken. Om die reden draait politiek voor Rancière niet om het op elkaar afstemmen van de posities van verschillende belangengroepen in een neutrale parlementaire arena waar iedereen gelijke toegang toe heeft, zoals bijvoorbeeld de filosofen Jürgen Habermas en John Rawls het politieke proces voorstellen.

Volgens Rancière ontstaat politiek juist wanneer de heersende macht wordt doorbroken in naam van degenen die zijn uitgesloten van de formele, goed geoliede politieke orde. Politiek speelt zich dan ook niet af in de instituties, maar juist in de interruptie van de institutionele politiek door mensen die daarin niet meetellen.

Een voorbeeld is Olympe de Gouges, een Franse feministische activiste die ten tijde van de Franse Revolutie in 1791 een tekst schreef waarin ze gelijke rechten voor de vrouw opeiste. Hiermee overtrad zij de wet en werd zij onthoofd onder de guillotine. Dit is een voorbeeld van een groep die zich in de samenleving bevindt maar niet meetelt in het politieke systeem.

In Nederland zijn er momenteel migranten zonder de juiste papieren. Zij hebben geen formele burgerschapsstatus en ze kunnen zich om bescherming van de overheid te vragen dus niet beroepen op andere juridische kaders dan de mensenrechten. Aangezien ze in het institutionele domein niet gerepresenteerd worden, moeten ze wel hun toevlucht nemen tot onorthodoxe methoden om voor zichzelf op te komen, zoals de groep We Are Here doet in Amsterdam; zij kraken gebouwen om in hun onderdak te voorzien en tegelijkertijd vragen ze publiekelijk aandacht voor hun situatie.

Tegenwoordig zien we dat jongeren die geassocieerd worden met ‘straatcultuur’ op een vergelijkbare manier buiten spel worden gezet. In het politieke debat, in de media en in onderzoeksrapporten wordt de zogenaamde straatcultuur van jongeren met een migrantenachtergrond vaak geassocieerd met sociaal onwenselijk en crimineel gedrag. Die straatcultuur wordt afgeschilderd als een op zichzelf staande cultuur, die lijnrecht tegenover de ‘burgercultuur’ staat.

Eén voorbeeld van de straatcultuur is Ismail Ilgun, u kent hem ongetwijfeld als de treitervlogger uit Poelenburg. Er ontstond collectieve verontwaardiging nadat hij bij Pauw te gast was, waar een compilatie van zijn vlogs werd vertoond. Daarin was te zien hoe jongens uit zijn buurt voor de plaatselijke supermarkt rottigheid uithaalden: ze beledigden agenten, een van hen klom op een politieauto en anderen raakten betrokken bij een vechtpartijtje met buurtbewoners die zich ergerden aan hun gedrag. In de media werd geschokt gereageerd op de beelden en premier Rutte noemde de jongens ‘tuig van de richel’.

Dat die afstand vooralsnog in stand wordt gehouden door bestaande instituties en de gevestigde media werd pijnlijk duidelijk in de uitzending van De Wereld Draait Door waarin Ilgun te gast was. Hij zei dat hij nog nooit van Jeroen Pauw of Giel Beelen had gehoord voordat hij in hun uitzending zat. ‘Dat is allemaal niet zo erg,’ reageerde Matthijs van Nieuwkerk laconiek, ’die wereld hoef jij helemaal niet te kennen, wij zien jullie wereld en daar reageerde Nederland op.’

Daarmee bevestigde Van Nieuwkerk het idee dat Ilgun een vreemde leefwereld representeert, die geen deel uitmaakt van de Nederlandse samenleving en daar ook helemaal niet in betrokken hoeft te worden.

Van Nieuwkerk benadrukte zo tussen neus en lippen door dat er in het Nederlandse integratie-discours eigenlijk altijd sprake is van eenrichtingsverkeer: mensen met ‘vreemde’ roots zijn ongevraagd het object van een beoordelende en vaker nog veroordelende blik. Zij moeten inzicht geven in die onderdelen van hun leven die de vooroordelen bevestigen, terwijl de rest van Nederland geen belangstelling heeft voor andere delen van hun leven. Ook moeten ze te allen tijde verantwoording afleggen over hun gedrag.

Femke sloot af met de constatering dat je verstorend gedrag niet alleen kunt zien als een hopeloze uiting van frustratie, maar ook als een handeling met politieke betekenis, ondanks de ellende die eruit voortvloeit. Herrie schoppen lijkt soms de enige manier te zijn om gehoord te worden. Dat kunnen we vervelend vinden, maar het heeft absoluut een politieke betekenis.


Na de pauze ging Femke Kaulingfreks in op vragen en reacties vanuit de zaal.

Het boek en de inleiding is ook te begrijpen is als een grote aanklacht tegen De politiek. In de zin dat De politiek groepen uitsluit en dus niet de hele samenleving vertegenwoordigt. Zijn er vanuit De politiek reacties gekomen op het boek ‘Straatpolitiek”?
Femke gaf aan dat er geen politici hebben gereageerd op het boek. Wel is zij diverse malen benaderd door beleidsmedewerkers van overheidsinstellingen.

Bij de voorbeelden gaat het iedere keer om allochtonen in de fysieke ruimte. Waarom niet over autochtonen en internet?
Femke gaf aan dat Straatpolitiek het meest pregnant de duiden is met voorbeelden van allochtonen in de fysieke ruimte, maar dat bijvoorbeeld bij de protesten tegen de vestiging van AZC’s weer sprake was van autochtone straatpolitiek. En dat allochtone rappers en vloggers hun aanhang via internet, via hun eigen YouTube kanaal, hun achterban bereiken.

Hoe kan het zo zijn dat De politiek en de instituties zich zo weinig van deze geluiden aantrekken? Het lijkt wel een strategie van bewuste uitsluiting!
Femke gaf aan dat het een hardnekkig probleem is maar dat er ook hoopvolle ontwikkelingen te zien zijn. Het etnisch profileren door de politie is bijvoorbeeld op de kaart gezet door Typhoon. In een uitzending van De Wereld Draait Door gaf hij aan dat, toen hij weer eens aan de kant werd gezet de politieagent aangaf dat dit was vanwege de combinatie van dure auto en getint persoon. Naast Kamervragen heeft dit ook geleid tot de ‘Control Alt Delete’ beweging die in samenwerking met de Politie het etnisch profileren een halt wil toeroepen.

Straatpolitiek is het einde, de staart van het verhaal. Hoe komen we terug bij het begin, bij de zin van het leven, bij het positieve, bij de verbinding tussen mensen?
Femke is het eens met deze constatering en zou ook liever een maatschappij zien met meer gemeenschapsvorming en meer gemeenschappelijke identiteit. Maar uitsluiting van groepen lijkt onlosmakelijk verbonden met onze neoliberale kapitalistische maatschappij.

Luistert De politiek juist niet teveel naar de straat?
Femke gaf aan dat De politiek te selectief luistert. Relatief eenvoudige signalen, protesten tegen AZC’s, worden wel opgepikt maar als het ingewikkelder wordt en er geen eenvoudige antwoorden zijn, dan houdt het voor De politiek op. De politiek gaat de conflicten niet verhelderen en daardoor is er te weinig erkenning voor stemmen die niet worden gehoord.

Onrust en acties zijn toch van alle tijden? En ik geloof ook niet dat het nu meer is dan vroeger. Zijn deze acties die u straatpolitiek noemt niet gewoon een onderdeel van het integratieproces?
Femke is het eens dat dit van alle tijden is en gaf aan dat de onvrede die niet gekanaliseerd en opgelost wordt, kan leiden tot rellen, die daarna wordt opgepakt door een sociale beweging die het onderwerp op een activistische wijze in de aandacht blijft houden, bijvoorbeeld Black Lives Matter.

Zo’n beweging als Black Lives Matter komt eigenlijk op tegen staatsrepressie. Een recent voorbeeld is de infiltratie door de Staat van de Occupy beweging maar ook vroeger werd de kraakbeweging geïnfiltreerd. Een ander voorbeeld is het buitensluiten van de provincie Groningen, ons gaswingebied.

In de inleiding gaat het om Wij tegen Zij om het establishment tegen de straat. Maar hebben wij niet gewoon een te hoge verwachting van de kwaliteit van het democratisch (meerderheids) bestuur? In deze minst slechte staatsvorm (Winston Churchill) kun je toch niet met iedereen rekening houden?
Femke gaf aan dat deze werkelijkheid precies het probleem is dat zij beschrijft. Dat het niet met iedereen rekening houdt betekent dat je bepaalde groepen uitsluit. En dat zij vindt dat De politiek zich hiervan meer bewust moet zijn en zich niet achter de democratische procedure moet verschuilen. Gelukkig zijn de uitgesloten groepen, die zelf ook geen enkele affiniteit hebben met De politiek, vaak wel in staat om voor hun belangen op te komen.

Iemand gaf aan erg onder de indruk te zijn van het boek Ubuntu van de Zuid-Afrikaanse filosoof Mogobe Ramose. Een Afrikaanse filosofie waarin de mens vooral als een ethisch wezen wordt gezien. Een mens wordt pas mens door de verhoudingen die hij heeft met andere mensen, zijn voorvaderen, zijn natuurlijke omgeving en zijn toekomst. Dit is veel inspirerende dan de Westerse filosofie waarin de mens vooral wordt voorgesteld als een rational animal. Moeten wij niet toe naar een andere manier van denken?
Femke vindt dit een mooi voorbeeld van het overdragen van het besef deel uit te maken van een gemeenschap. In onderzoek dat zij heeft gedaan naar Amerikaanse gevangenen bleek dat de opsluiting en het afkappen van de banden met je gemeenschap en met je verleden nu nog net zo erg zijn als ten tijde van de slavernij.

Het gaat heel erg om groepen die niet gehoord worden door De Politiek, maar zijn er ook voorbeelden van politici die deze groepen wel representeren.
Femke gaf aan dat zij de Rotterdamse partij NIDA een mooi voorbeeld vindt van een partij die door de Islam is geïnspireerd en streeft naar verbinding. Ook de opkomst van DENK is een voorbeeld van de representatie van groepen die nu onvoldoende worden gehoord door De politiek.

Een spreker gaf aan dat er in het onderwijs grote zorgen zijn over de segregatie (zwarte en witte scholen). Moet de vrijheid van onderwijs worden beperkt?
Femke is in principe tegen overheidsinmenging maar ziet dat er ook in haar vriendenkring in Amsterdam Noord sprake is van een grote voorkeur voor witte scholen. Het mengen gaat niet vanzelf, mensen moeten worden overgehaald. Het zoeken naar een gemene deler, bijvoorbeeld Chinees leren, zou een middel kunnen zijn.

Het was een geanimeerde avond waarin na de pauze ook diverse optimistische geluiden waren te horen.

Gerrit van Elburg